日蘭辭典+

9 resultaten voor ‘hals’
日蘭辭典 (trefwoord)
kubi

zn. nek m.; hals m.; hoofd (頭) o. ¶ 德利の首 hals van een flesch. ¶ 手首 pols. ¶ 足首 enkel. ¶ 首を振る het hoofd schudden. ¶ 首を切る onthoofden. ¶ 首になる ontslagen worden. ¶ 首にする ontslaan.

urami

zn. (1) [怨恨] wrok m.; vijandig gevoel o. (2) [憎惡] haat m.; nijd m. (3) [遺憾] ergernis v.; spijt m. ¶ 怨を懷く wrok koesteren. ¶ 怨を晴らす zich wreken. ¶ 人の怨を買ふ zich de vijandschap van iemand op den hals halen. ¶ 怨深い haatdragend; wraakzuchtig. ¶ 恨がましい betreurenswaardig; spijtig; jammer; ergerlijk.

tsutsumu包む

t.w. (1) [くるむ] inpakken; wikkelen in. (2) [覆ふ] bedekken. (3) [圍む] omringen; omgeven. (4) [隱す] verbergen; verheimelijken; bemantelen. ¶ 紙で包む in papier pakken; met papier omwikkelen. ¶ 喉を包む een doek om den hals doen. ¶ 包まず zonder iets te verbergen; openhartig. ¶ 包まず白狀する volledige bekentenis afleggen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <hals>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ジャーナル jaanaru (1) tijdschrift; magazine; periodiek; (2) dagblad; krant; (3) [techn.] astap; tap; hals
ネック nekku (1) nek; hals; (2) kraag; (3) kraaglijn; halslijn; decolleté; (4) knelpunt; bottleneck; obstakel; hinderpaal; belemmering; hindernis; struikelblok
喉;咽;吭;咽喉 nodo (1) keel; strot; hals; [veroud.;lit.t.] gorgel; [in bep. uitdr.] roeper; (2) [meton.] keel; stemgeluid; stem; (3) [boekdr.] rugmarge
襟刳り;襟ぐり eriguri kraaglijn; halslijn; halsuitsnijding; hals; decolleté
襟;衿 eri (1) kraag; hals; nek; [i.h.b.] halskraag; [i.h.b.] halsboord; (2) revers; lapel
首;頸 kubi (1) hals; nek; (2) hoofd; (3) kraag; (4) hals van een fles; (5) ontslag
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.38 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 6 treffers (zoekopdracht: 'hals'). 
2005-2026