
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bakken>
排便する haibensuru zich ontlasten; z'n behoefte doen; stoelgang; ontlasting hebben; zich van zijn feces ontdoen; afgaan; defeceren; [inform.] kakken; poepen; bakken; drukken; een hoop doen; [volkst.] dirken; [euf.] een knijpbriefje afvaardigen; [vulg.] schijten; [猛禽が] smelten
滑る;辷る suberu (1) glijden; uitglijden; glippen; slippen; schuiven; [i.c.m. スケートで] schaatsen; [i.c.m. スキーで] skiën; [i.c.m. そりで] sleeën; [Barg.] een zeperd maken; (2) glad zijn; glibberig zijn; slibberig zijn; gladdig zijn; (3) wegglijden; ontglippen; ontglijden; (4) er (op papier) uitflappen [i.c.m. 口;筆が]; (5) sjezen; zakken (voor); druipen; [inform.] bakken; [inform.] stralen
炒める itameru [cul.] bakken; roerbakken; fruiten; sauteren; laten bruinen; bruin braden
焼く;妬く yaku (1) branden; verbranden; in brand steken; in de hens steken; cremeren; verassen; aan de vlammen prijsgeven; incinereren; (2) verhitten; heet maken; doen gloeien; [m.b.t. metaal] roosten; (3) verkolen; (ver)schroeien; (ver)zengen; [m.b.t. aardewerk] bakken; blakeren; [m.b.t. kristalzouten] decrepiteren; [m.b.t. zouten] afknappen; (4) grillen; grilleren; roosteren; barbecueën; braden; bakken; [m.b.t. maïs] poffen; toast maken van; (5) [gezegd van de zon m.b.t. iems. huid;vel] bruinen; (6) [m.b.t. foto's] afdrukken; [m.b.t. cd-rom] branden; (7) [m.b.t. wond] uitbranden; cauteriseren; [m.b.t. een wrat] afbranden; (8) [iem.] benijden
煎る;炒る;熬る iru (1) bakken; inkoken [in olie]; (2) roosteren; grillen; grilleren; (3) poffen
落ちる ochiru (1) vallen; ten val komen; neerstorten; neerdonderen; in het stof bijten; tuimelen; duiken; een duik nemen; (2) omvallen; invallen; instorten; neerstorten; in elkaar vallen; in elkaar storten; (3) [m.b.t. zon;maan etc.] ondergaan; achter de horizon verdwijnen; zakken; (4) niet slagen (bij een examen); struikelen; zakken; stralen; bakken; buizen; falen; sjezen; afgaan; (5) weglaten; uitvallen; achterwege laten; ontbreken; niet gebruiken; (6) verkleuren; verschieten; verbleken; bleek worden; vervalen; valer worden; (7) in de handen van de vijand vallen; ingenomen worden; vallen; raken bij; verloren gaan; te gronde gaan; (8) [m.b.t. een druppel) druppen;druppelen;in druppels neervallen;druipen;(9) vluchten;ontvluchten;de vlucht nemen;het hazenpad kiezen;de plaat poetsen;de benen nemen;er vandoor gaan;op de loop gaan;(10) terugvallen;achteruitgaan;een neerwaartse trend vertonen;een dalende trend vertonen;naar een ongunstige positie afzakken;(11) inferieur zijn;achterstaan bij;niet zo goed zijn als;minder zijn dan;niet kunnen tippen aan;(12) [m.b.t. wind) luwen;gaan liggen;bedaren;kalmer worden;verzachten;(13) [m.b.t. rivier;stroom etc.] uitmonden in; instromen in; uitlopen in; (14) [m.b.t. bliksem) inslaan;treffen;(15) [m.b.t. vissen] stroomafwaarts gaan; stroomafwaarts zwemmen; (16) flauwvallen; bewusteloos vallen; het bewustzijn verliezen; van zijn stokje vallen; van zijn stokje gaan; bezwijmen; sterven; doodgaan; overlijden; ontslapen; heengaan
Tijd: 1.22 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 6 treffers (zoekopdracht: 'bakken').
2005-2026
