日蘭辭典+

18 resultaten voor ‘aansteken’
日蘭辭典 (trefwoord)
hi
zn. (1) [] vuur o. (2) [災] brand m. (3) [焔] vlam v. ¶ を附ける een huis in brand steken. ¶ 煙草を附ける een sigaar aansteken. ¶ 附く in brand vliegen; beginnen te branden. ¶ 呼ぶ licht ontvlambaar zijn.
yaku燒く

(焼く) t.w. (1) [燃やす] verbranden. (2) [放火] in brand steken; aansteken. (3) [焦がす] schroeien; zengen. (4) [焙る] bakken; poffen; roosteren. (5) [陶器を] bakken. (6) [炭を] branden. (7) [寫眞を] afdrukken. (8) [死骸を] cremeren. i.w. (9) [妬む] jaloersch zijn.

tsukeru附ける

(付ける) t.w. (1) [接合] bevestigen; hechten; vastmaken. i.w. (2) [裝ふ] uitrusten. t.w. (3) [尾行] volgen. (4) [値を] bieden. (5) [點火] aansteken. ¶ 身に附ける bij zich hebben. ¶ 鈕を附ける knoop aanzetten. ¶ ペン軸にペンを附ける pen in den penhouder steken. ¶ 帳面に附ける inboeken. ¶ 船を棧橋に著ける een schip langszij van de kade brengen. ¶ 煙草を附ける sigaar aansteken. ¶ 電燈を附ける licht aandraaien. ¶ 名を附ける naam geven, noemen. ¶ 人の後を附ける iemands spoor volgen. ¶ 氣を附ける aandacht vestigen; oppassen. ¶ 子供に財產を附ける kapitaal vastzetten op een kind. ¶ 道を附ける weg maken. ¶ 色を附ける kleuren. ¶ 値を附ける bieden voor.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <aansteken>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
伝染する densensuru (1) besmettelijk zijn; infectueus zijn; infectieus zijn; contagieus zijn; aanstekelijk zijn; [bij uitbr.;oneig.] overerfelijk zijn; (2) besmetten; aansteken; infecteren; [inform.;scherts.] aanpoten; (3) aanslaan; aanstekelijk werken
入れる ireru (1) plaatsen in; indoen; inzetten in; inbrengen in; (2) inschenken; ingieten; bijgieten; (3) toevoegen; bijvoegen; invoegen; (4) binnenlaten; laten binnenkomen; (5) [iemand;bv. patiënt;student;gast etc.] toelaten; onder zijn hoede nemen; (6) kunnen bevatten; plaats hebben voor; groot genoeg zijn voor; ruim genoeg zijn voor [een bepaald aantal personen]; (7) aanwerven; aanbrengen; in dienst nemen; ronselen; rekruteren; (8) luisteren naar [een advies;verzoek;visie van iemand anders etc.]; gehoor geven aan; (9) tolereren; dulden; aanvaarden; begrip hebben voor; begrijpen; pikken; (10) samengaan; kunnen samengaan; verenigbaar zijn; compatibel zijn; consistent zijn; (11) meerekenen; meetellen; incalculeren; inbegrepen zijn; (12) [茶;こーひーを] maken; zetten; (13) [すいっちを] aanswitchen; aansteken; aandraaien; aanzetten; aandoen; aanknippen; in werking stellen; zetten; inschakelen
引火する inkasuru (1) ontbranden; in brand vliegen; raken; ontvlammen; vlam; vuur vatten; (2) aansteken; doen ontbranden; in brand steken
感染させる kansensaseru infecteren; aansteken; [病気を] overdragen; doen overgaan
放火する houkasuru brand stichten; aansteken; in brand steken; in de fik steken; in de hens zetten
火を点ける hiwotsukeru aansteken; ontsteken; in brand steken; doen ontbranden; in de fik steken; [fig.] instigeren; [fig.] aanzetten; [fig.] opstoken
点ける tsukeru aandoen; aansteken; ontsteken; [火を] aanmaken; maken; [電灯を] doen branden; [たばこに火を] opsteken; [らじおを] aanzetten; laten spelen; [がすを] het gas aansteken; de gaskraan opendraaien
点す tobosu (1) [行灯を] aansteken; ontsteken; branden; (2) [女を] vrijen met; [i.h.b.] aanranden; verkrachten
点す tomosu (1) [蝋燭を] aansteken; ontsteken; branden; (2) [女を] vrijen met; [i.h.b.] aanranden; verkrachten
点火する tenkasuru aansteken; ontsteken; doen ontbranden; in brand steken
燃やす moyasu verbranden; aansteken; aanmaken; in brand steken; in vlam zetten; in de hens steken; in de hens zetten; doen (ont)branden; doen (op)vlammen; aan de vlammen prijsgeven; verassen
着火する chakkasuru (1) doen ontbranden; aansteken; ontsteken; in brand steken; in de fik steken; in de hens zetten; (2) ontbranden; in brand raken; vliegen; ontvlammen; vlam vatten
移す;遷す utsusu (1) [in zijn geheel op een andere plaats] zetten; verplaatsen; verschuiven; (2) overgieten; overschenken; schenken; (3) [een gerechtszaak] overbrengen; overdragen; (4) een andere richting; wending geven; afleiden; (5) [病気を] overdragen; doen overgaan; infecteren met; aansteken
移る utsuru (1) verhuizen; (2) veranderen; (3) [時が〜] voorbijgaan; passeren; (4) overgaan in; verworden tot; vergaan; (5) [病気が〜] overgaan op; aantasten; aansteken; (6) vervalen; valer worden; verschieten; verbleken
起す;起こす;興す okosu (1) rechtop zetten; oprichten; [撃鉄を] overhalen; overeind helpen; helpen opstaan; ophelpen; (2) wekken; wakker maken; (3) beginnen; aanvangen; openen; [訴訟を] aanspannen; instellen; (4) veroorzaken; aanleiding geven tot; teweegbrengen; aanstichten; aanrichten; (5) [熱;電気を] produceren; voortbrengen; genereren; verwekken; opwekken; doen ontstaan; [火を] aanleggen; aansteken; (6) doen herleven; opnieuw doen leven; (7) ziek worden; [病気を] oplopen; getroffen worden door; een aanval hebben van; krijgen; (8) oprichten; stichten; vestigen; in het leven roepen; (9) ploegen; omwerken; [土を] omwoelen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.71 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 15 treffers (zoekopdracht: 'aansteken'). 
2005-2026