日蘭辭典+

61 resultaten voor ‘omstandigheden’
日蘭辭典 (trefwoord)
aitomonau愛伴ふ
(愛伴う) i.w. begeleiden; samengaan. ¶ 愛伴ふ事情 bijkomende omstandigheden.
ikisatsu經緯
(經緯) zn. omstandigheden v.mv.; bijzonderheden v.mv. ¶ のいきさつを明かにする de zaak in bijzonderheden uitleggen; omstandigen uitleg geven.
koto

zn. (1) [事物] ding o.; voorwerp o. (2) [事件] zaak v.; aangelegenheid v. (3) [事實] feit o. (4) [出来事, 事變] voorval o.; gebeurtenis o. (5) [仕事] taak v. (6) [事情] omstandigheden v.mv. (7) [經驗] ondervinding v. ¶ の事 wat betreft..... ¶ 事なく zónder moeilijkheden. ¶ 事處に行った事があるか ben je daar wel eens geweest? ¶ 私の事ですか bedoel je mij?; moet je mij hebben? ¶ 一分の事で汽車に乘り遲れた ik was net één minuut te laat voor den trein. ¶ 事を缺く gebrek hebben aan.

koto-ni-yoru-to事によると

bw. naar gelang van omstandigheden; mogelijkerwijze.

kugaku苦學

(苦学) zn. studie onder moeilijke omstandigheden.

kukyō苦境

zn. droevige omstandigheden v.mv.; treurige toestand m.; tegenspoed m.

kumitoru汲取る

t.w. (1) [水など] putten; scheppen. i.w. (2) [推量] veronderstelling maken. (3) [酌量] in de gevoelens verplaatsen; omstandigheden in aanmerking nemen. ¶ 私の心を汲取つて吳れる人はない er is niemand, die zich in mijn gevoelens verplaatsen kan. ¶ 文意を汲取る tusschen de regels lezen.

kurushii苦しい

bn. (1) [苦痛] pijnlijk; bedroevend. (2) [困難] moeilijk; hard; zwaar. (3) [困窮] ellendig. ¶ 苦しい思をする zich kwellen; zijn hersens pijnigen. ¶ 苦しい仕事 zware taak. ¶ 苦しい境遇 droevige omstandigheden; ellende. ¶ 苦しい立場 vergezochte grap. ¶ 苦しい立場 moeilijke positie. ¶ 苦し紛れに door wanhoop gedreven. ¶ 苦します pijnigen; martelen; plagen; kwellen.

kyōgai境涯
kyōgū境遇

zn. omstandigheden v.mv.; toestand m.; omgeving v. ¶ 境遇は人を造る de mensch is het product van zijne omgeving. ¶ 境遇に適應する zich aan de gelegenheid passen.

yukigakari行掛り

zn. omstandigheden v.mv.

yue

zn. (1) [理由] reden v.; oorzaak v. (2) [事情] omstandigheden v.mv. ¶ 故なく zonder reden; ongemotiveerd; ongegrond. ¶ 故あって wegens zekere omstandigheden. ¶ 故を以て wegens; in verband met; om.

yoshi

zn. (1) [理由] reden v. (2) [事情] omstandigheden v.mv. ¶ ……¶ の由 wij vernemen, dat. ¶ 由ある van belang; gewichtig. ¶ 御子息御出生の由日出度奉存候 naar aanleiding van de geboorte van uw zoon bied ik mijn gelukwenschen aan.

yojō餘狀

(余状) zn. bijkomende omstandigheden v.mv.; bijkomstigheden v.mv.

wake

(訳) zn. (1) [理由] reden v.; grond m. (2) [原因] oorzaak v. (3) [意味] beteekenis v.; bedoeling v.; zin m. (4) [仔細] bijzonderheden v.mv.; omstandigheden v.mv. ¶ から云ふ譯で daarom; in verband hiermede. ¶ どう云ふ譯で waarom. ¶ 譯の分つた redelijk; voor rede vatbaar. ¶ 譯の分らぬ話 onzinpraat; wartaal. ¶ 譯もなく ongemotiveerd; zonder reden. ¶ 譯なく zoo maar; gemakkelijk.

uchimaku內幕

(内幕) zn. binnengordijn o.; (内部の事情) privé aangelegenheden v.mv.; familie omstandigheden v.mv.

tsune

zn. normale toestand m.; gewone omstandigheden v.mv. ¶ 常ならぬ ongewoon; abnormaal. ¶ 常とする er een gewoonte van maken; gewoon zijn om. ¶ 常の gewoon; normaal; gebruikelijk. ¶ 常の如く als gewoonlijk. ¶ 常に gewoonlijk; in den regel; meestal. ¶ 世の常 de menschelijke natuur. ¶ 常ならぬ身になる in gezegende omstandigheden zijn; kind verwachten.

tsumaru詰る

(詰まる) i.w. (1) [行詰る] gestremd zijn; versperd zijn. (2) [充滿する] geheel vol zijn. (3) [窮する] in moeilijke omstandigheden zijn; in benardheid zitten. (4) [短くなる] inkrimpen; krimpen. ¶ 日が詰つてくる de dagen beginnen te korten. ¶ 金に詰つて居る om geld verlegen zijn.

tsugō都合

(都合) zn. (1) [便宜] gemak o.; voordeel o. (2) [事情] omstandigheden v.mv.; situatie v. (3) [場合] gelegenheid v. (4) [機會] geschikte gelegenheid v. bw. (5) [合計] totaal. ¶ 雙方に都合が好い voordeelig voor beide partijen. ¶ 都合により wegens omstandigheden. ¶ 其の時の都合で al naar het dan uitkomt. ¶ 都合次第に zoodra het schikt. ¶ 都合を待つ goede gelegenheid afwachten. ¶ 都合惡しき ongelegen; ongunstig. ¶ 都合よき gelegen; geschikt; gunstig. ¶ 都合よく gelukkig; het trof goed, dat..... ¶ 都合する schikken; regelen; regeling treffen.

TEKST EN UITLEG (trefwoord)
bron:Minami Hiroshi╱De psychologie van Japanners 〈61:12-15〉南博『日本人の心理』
忍從精神を、徹底的に説いたこの修養書を、益軒は『訓』とよんだのである。ではどんな目にあっても「一體人間とはこんなものだと思い我慢して」、怒らないで居て、「得る心境達するには、どうしたらいいのか。それはあまり書いてない。とにかく我慢していればよいことがあるという、一種の結果論であって、それ以外理由はない。

Ninjū no seishin wo, tetteiteki ni toita kono shūyōsho wo, Ekiken wa, /Raku-Kun/ to yonda no de aru. De wa, donna me ni atte mo ‘ittai ni ningen to wa konna mono da to omoigamansite’, okoranaide ite, ‘raku wo eru’ shinkyō ni tassuru ni wa, dō shitara ii no ka. Sore wa amari kaite nai. Tonikaku gamanshite ireba yoi koto ga aru to yū, isshu no kekkaron de atte, sore igai ni riyū wa nai.

Het lesboek waarin Ekiken de geest van onderwerping grondig uitlegt heet /Instructies voor gemak/. Echter, wat moet je doen om voor elkaar moet krijgen dat je onder alle omstandigheden ‘dingen verdraagt met de gedachte dat mensen nu eenmaal zijn zoals ze zijn’, en zonder je op te winden een gemoedstoestand van ‘gemak bereikt’? Dat schrijft hij niet echt. Hij zegt dat je iets goeds zult hebben wanneer je op een of andere manier volhoudt - een soort redenatie die uitgaat van de uitkomst, anders dan dat is er geen verklaring.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <omstandigheden>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
シチュエーション shichueeshon (1) situatie; toestand; omstandigheden; positie; (2) [ton.] kritieke samenloop van omstandigheden
事情 jijou omstandigheden; toestand; situatie; stand van zaken; zaken; [i.h.b.] redenen
事態 jitai situatie; toestand; de dingen; de zaak; de (stand van) zaken; omstandigheden
事柄 kotogara aangelegenheid; zaak; kwestie; affaire; omstandigheden
koto (1) ding; voorwerp; zaak; (2) zaak; aangelegenheid; affaire; omstandigheid; belang; (3) probleem; vraagstuk; kwestie; vraag; (4) feit; feitelijkheid; (5) omstandigheid; omstandigheden; toestand van een zaak; staat van zaken; toestand; situatie; (6) geval; (7) voorval; incident; onverwachte gebeurtenis; ongewone gebeurtenis; (8) ongeluk; ongeval; tegenspoed; pech; onheil; moeilijkheid; verwikkeling; (9) werk; werkzaamheid; ambtelijke werkzaamheid; functie; taak; opdracht; plicht; wat van iemand geëist wordt; (10) oorzaak; motief; reden; beweeggrond; (11) ervaring; ondervinding
内証 naishou (1) geheimhouding; stilzwijgen; geslotenheid; geheimzinnigheid; verborgenheid; terughoudendheid; stilte; beslotenheid; (2) inwendig bewijs; (3) iems. (materiële) positie; situatie; omstandigheden
内証 naisho (1) geheimhouding; stilzwijgen; geslotenheid; geheimzinnigheid; verborgenheid; terughoudendheid; stilte; beslotenheid; (2) inwendig bewijs; (3) iems. (materiële) positie; situatie; omstandigheden
bun (1) deel; part; portie; (2) gedeelte; segment; (3) status; positie; plaats; stand; standing; hoedanigheid; capaciteit; (4) plicht; taak; (5) staat; omstandigheden; (6) veronderstelling; (7) soort; allooi; (8) enkel dat; (9) portie; dosis; hoeveelheid; (10) hoedanigheid; (11) -gehalte; (12) -tijd; (13) tiende; tiende deel; gedeelte; tien procent; (14) [oude lengtemaat] 0,1 sun 寸 [= ca. 3,03 mm]; (a) verdeling; opdeling; scheiding; (b) verduidelijking; (c) aftakking; apart deel; (d) bestanddeel; element; (e) tijdsgewricht; (f) attributie; plicht; (g) kwalificatie; hoedanigheid; positie; (h) staat; toestand; mate
場合 baai (1) geval; gelegenheid; moment; ogenblik; (2) omstandigheden; situatie
ba (1) plek; plaats; [i.h.b.] zitplaats; (2) ruimte; plaats; (3) omstandigheden; gelegenheid; (4) [ton.;film] scène; (5) beursvloer; beurssessie; effectenhandel; effectenmarkt; (6) veld; terrein
境涯 kyougai lot; omstandigheden; situatie
境遇 kyouguu (1) milieu; omgeving; leefwereld; (2) (materiële) positie; situatie; staat; conditie; omstandigheden; toestand; lot; (3) maatschappelijke positie; rang; stand
始末 shimatsu (1) afhandeling; regeling; behandeling; afdoening; opruiming; afwikkeling; (2) het wegdoen; het wegruimen; verwijdering; (3) toedracht; verloop; omstandigheden; bijzonderheden; [gew.] toegang; (4) ontknoping; afloop; uitkomst; resultaat; (5) zuinigheid; spaarzaamheid; economie
平常 heijou (1) normale toestand; omstandigheden; normaliteit; het normaal zijn; (2) normaal; normalerwijs; normaliter; gewoonlijk; doorgaans; in de regel; door de band
形勢 keisei toestand; situatie; omstandigheden; constellatie; stand van zaken
情事 jouji (1) hartszaak; (2) staat; omstandigheden; toestand; situatie; (3) hartsaangelegenheid; liefdesaangelegenheid; liefdesaffaire; liefdesbetrekking; liefdesverhouding; (4) liefdesavontuur; buitenechtelijke verhouding; relatie; affaire; liaison; avontuurtje; galanterie; amourette; romance; idylle; intimiteiten; [veroud.] minnarij
情勢;状勢 jousei toestand; stand van zaken; situatie; omstandigheden; constellatie
所在 shozai (1) plaats waar iemand; iets zich bevindt; verblijfplaats; whereabouts; het ergens zijn; locatie; ligging; situering; (2) daad; handeling; (3) positie; status; omstandigheden; toestand
有様 arisama (1) toestand; staat; gesteldheid; conditie; situatie; omstandigheden; (2) aanblik; gezicht; uitzicht; schouwspel; spektakel
概況 gaikyou algemene situatie; toestand; gesteldheid; omstandigheden; situatie in grote lijnen; algemene vooruitzichten
様子 yousu (1) toestand; situatie; staat; omstandigheden; stand van zaken; gesteldheid; het hoe; (2) schijn; voorkomen; uiterlijk; aanblik; aanzien; karakter; air; uitzicht; indruk; habitus; (3) reden; grond; (4) teken; blijk; aanwijzing; symptomen
様;状 sama (1) voorkomen; aanblik; uitzicht; aanzien; schijn; gezicht; air; toestand; staat; gesteldheid; situatie; omstandigheden; (2) -elings; -waarts [drukt een richting;oriëntatie uit]; (3) meneer; mijnheer; [afk.] m.; de heer; [afk.] dhr.; mevrouw; [afk.] Mw.; [afk.] Mevr.; madame; [afk.] Mme.; [afk.] Mad.; juffrouw; mejuffrouw; [afk.] Mej. [eerbetonend suffix;voorafgegaan door een naam;titel;status e.d.]; (4) [vaak i.c.m. het prefix o お of go ご een kwalificatie inklemmend]; (5) [voorafgegaan door de ren'yōkei van een dōshi noemt het de handeling die iem. net op het punt staat te doen]; (6) [voorafgegaan door de ren'yōkei van een dōshi noemt het de wijze of manier waarop een handeling zich voltrekt]
模様 moyou (1) patroon; dessin; tekening; motief; (2) aanzicht; voorkomen; aanblik; indruk; teken; toestand; gesteldheid; omstandigheden; stand van zaken
ki (1) gelegenheid; kans; tijd; moment; opportuniteit; omstandigheden; juiste ogenblik; (2) machine; toestel; (werk)tuig; apparaat; installatie; (3) vliegtuig; toestel; [veroud.] vliegmachine; [w.g.] vliegtoestel; (4) [maatwoord voor vliegtuigen]
次第 shidai (1) volgorde; programma; (2) omstandigheden; toedracht; (3) volgens ~; naar ~; op ~; al naargelang (van); afhankelijk (zijn) van; het ligt aan ~; het is aan ~; afhangen van; (4) zodra (als); zo gauw; meteen (als; toen ~); direct bij ~; na ~ [i.c.m. ren'yōkei van een dōshi]
気色 kishoku (1) gezichtsuitdrukking; gezicht; gelaatsuitdrukking; gelaat; gelaatstrekken; trekken; uitdrukking; expressie; blik; uiterlijk; mimiek; (2) gevoel; gemoedstoestand; geestestoestand; stemming; mood; bui; humeur; luim; (3) conditie; staat van gezondheid; gezondheidstoestand; (4) intentie; voornemen; (5) omstandigheden; situatie; (6) vormelijkheid
消息 shousoku (1) nieuws; informatie; tijding; bericht; brief; contact; (2) toestand; staat; situatie; conditie; omstandigheden; (3) wederwaardigheden; lotgevallen; gebeurtenissen; ups en downs; wisselvalligheden; (4) aankondiging van de reden van z'n bezoek
状態;情態 joutai toestand; gesteldheid; staat; stand (van zaken); status; omstandigheden; gebeuren; situatie; gelegenheid; conditie; constellatie; [inform.] bedoening
状況;情況 joukyou omstandigheden; situatie; toestand; staat; stand van zaken; gebeuren
jou (1) omstandigheden; situatie; toestand; staat; gesteldheid; (2) voorkomen; uitzicht; schijn; (3) brief; schrijven; [scherts.] epistel; [i.h.b.] verslag; bericht; kennisgeving; rapport; (4) -brief; (5) -achtig; -ig; -(ge)lijk; als (van) een ~; gelijkend op ~; -vormig; in de vorm van ~
空模様 soramoyou (1) hemelgesteldheid; luchtgesteldheid; weersgesteldheid; weerstoestand; weersituatie; weer; hemel; lucht; (2) [fig.] ontwikkelingen; situatie; omstandigheden
経緯 ikisatsu situatie; omstandigheden; toestand; details; bijzonderheden; ontwikkelingen; loop van de gebeurtenissen
行き掛かり ikigakari omstandigheden; gebeurtenissen
行き掛かり yukigakari omstandigheden; gebeurtenissen
訪れ otozure (1) bezoek; visite; (2) komst; aankomst; intrede; (3) nieuws; tijding; bericht; (4) omstandigheden; zaken
訳合い wakeai (1) betekenis; zin; (2) reden; zin; motief; (3) omstandigheid; omstandigheden; circumstantie; gesteldheid
訳;わけ wake (1) betekenis; zin; (2) rede; redelijkheid; (3) omstandigheden; reden; (4) [gebruikt als een loos naamwoord]
omomuki (1) algemene betekenis; globale inhoud; grote lijnen; teneur; strekking; tendentie; (2) omstandigheden; (3) voorkomen; schijn; uiterlijk; sfeer; (4) charme; aantrekkelijkheid; smaak; karakter
身分 mibun (1) positie; omstandigheden; (2) rang; stand; klasse; (sociale) status; (maatschappelijk) aanzien; (3) afkomst; [高い~] geboorte; identiteit
都合 tsugou (1) geschiktheid; moment; gelegenheid; gemak; conveniëntie; voordeel; belang; (2) redenen; omstandigheden; (3) in totaal; alles bij elkaar; alles samen; alles erop en eraan; welgeteld; in summa; in toto
sai moment; gelegenheid; omstandigheden; geval
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.21 sec. jiten.nl: 20 treffers, warandict: 41 treffers (zoekopdracht: 'omstandigheden'). 
2005-2026