日蘭辭典+

18 resultaten voor ‘samengaan’
日蘭辭典 (trefwoord)
aimatsu相待つ
i.w. samengaan.
aitomonau愛伴ふ
(愛伴う) i.w. begeleiden; samengaan. ¶ 愛伴ふ事情 bijkomende omstandigheden.
kumiau組合ふ

i.w. (1) [合同] zich associeeren met; zich verbinden met; samengaan met; zich vereenigen; vennootschap aangaan. (2) [相打する] vechten met.

kumu組む

t.w. (1) [編む] ineenvlechten. (2) [組立てる] in elkaar zetten; voegen; monteeren. (3) [交叉する] kruisen. (4) [活字を] zetten. (5) [取組み合ふ] aangrijpen; omvatten; i.w. worstelen met. i.w. (6) [共同] zich voegen bij; zich vereenigen met; samengaan met. (7) [共謀] samenspannen met; heulen met.

kyōdō共同

zn. vereeniging v.; gemeenschap v. ¶ 共同の gemeenschappelijk; openbaar; algemeen; publiek; voor algemeen gebruik. ¶ 共同財產 gemeenschappelijk eigendom. ¶ 共同海損 averij grosse. ¶ 共同出資 gemeenschappelijke rekening. ¶ 共同生活 samenwoning. ¶ 共同で書く schrijven in samenwerking met. ¶ 共同する samengaan; samenwerken; zich vereenigen. ¶ 共同して gezamenlijk; tezamen; samen. ¶ 共同相續人 mede-erfgenaam. ¶ 共同被告 mede-beklaagde.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <samengaan>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
一つになる hitotsuninaru één worden; samenvallen; samensmelten; samengaan; samenkomen; vergroeien; zich verenigen; zich bij elkaar aansluiten; een geheel vormen; een unie vormen; fuseren
一致する itchisuru (1) het eens zijn; akkoord gaan; ook vinden dat; hetzelfde erover denken; [意見が] dezelfde mening toegedaan zijn; gelijkgestemd zijn; eensgezind zijn; eensdenkend zijn; instemmen; één lijn trekken; bijvallen; zich aansluiten bij; [Belg.N.] bijtreden; (2) overeenkomen; beantwoorden aan; overeenstemmen; harmoniëren; corresponderen; congrueren; in overeenstemming zijn met; samenvallen; coïncideren; kloppen (met); gelijk zijn aan; identiek zijn; dekken; verenigbaar zijn met; samengaan; stroken met; sporen met; in het verlengde liggen van; passen bij; accorderen; (3) samenwerken; zich bij elkaar aansluiten; zich samen aan iets wijden; gemeenschappelijke actie ondernemen; de handen ineenslaan
付随する fuzuisuru begeleiden; geleiden; vergezellen; gepaard gaan; samengaan; samenhangen; op de voet volgen
入れる ireru (1) plaatsen in; indoen; inzetten in; inbrengen in; (2) inschenken; ingieten; bijgieten; (3) toevoegen; bijvoegen; invoegen; (4) binnenlaten; laten binnenkomen; (5) [iemand;bv. patiënt;student;gast etc.] toelaten; onder zijn hoede nemen; (6) kunnen bevatten; plaats hebben voor; groot genoeg zijn voor; ruim genoeg zijn voor [een bepaald aantal personen]; (7) aanwerven; aanbrengen; in dienst nemen; ronselen; rekruteren; (8) luisteren naar [een advies;verzoek;visie van iemand anders etc.]; gehoor geven aan; (9) tolereren; dulden; aanvaarden; begrip hebben voor; begrijpen; pikken; (10) samengaan; kunnen samengaan; verenigbaar zijn; compatibel zijn; consistent zijn; (11) meerekenen; meetellen; incalculeren; inbegrepen zijn; (12) [茶;こーひーを] maken; zetten; (13) [すいっちを] aanswitchen; aansteken; aandraaien; aanzetten; aandoen; aanknippen; in werking stellen; zetten; inschakelen
合う au (1) passen; gepast zijn; passend zijn; geschikt zijn; zitten; (2) goed staan; passen; betamen; behoren; voegen; sieren; (3) overeenstemmen; overeenkomen; stroken; matchen; beantwoorden aan; in overeenstemming zijn; harmoniëren; samengaan; samenvallen; coïncideren; (4) kloppen; juist zijn; correct zijn; [帳尻が] sluiten; gelijk uitkomen; (5) [時計が] gelijklopen; (6) renderen; lonend zijn; de moeite lonen
合す gassu (1) bijeenkomen; samenkomen; samengaan; zich verenigen; zich bij elkaar aansluiten; een geheel vormen; fuseren; één worden; (2) bijeenbrengen; samenbrengen; samenvoegen; verenigen; verenen; tot een geheel maken; één maken
合体する gattaisuru zich verenigen; fuseren; één worden; zich uniëren; [Belg.N.] fusioneren; integreren; samengaan; samensmelten; in elkaar opgaan; zich samenvoegen
合流する gouryuusuru (1) samenvloeien; samenstromen; al stromend bij elkaar komen; (2) samensmelten; samengaan; verenigen; fuseren; fusioneren; een fusie aangaan; aansluiten op
団結する danketsusuru zich verenigen; zich bij elkaar aansluiten; een eenheid; gemeenschap vormen; samengaan
対応する taiousuru (1) overeenkomen; overeenstemmen; beantwoorden aan; corresponderen; samengaan; [fig.] dekken; [comp.] compatibel; compatible zijn; afgestemd zijn; stroken; (2) equivalent zijn; gelijkwaardig zijn; gelijkstaan; (3) behandelen; bejegenen; aanpakken; tegemoet treden; omgaan met; hanteren; beantwoorden; reageren op; [m.b.t. de tijden] meegaan met
結合する ketsugousuru (1) zich verenigen; samengaan; zich bij elkaar aansluiten; zich aaneensluiten; (2) combineren; verenigen; verbinden; koppelen; aaneenkoppelen; samenvoegen; aaneenvoegen; aaneenknopen; [fig.] verknopen
調和する chouwasuru harmoniëren; overeenstemmen; bij elkaar passen; overeenkomen; in harmonie; overeenstemming zijn; accorderen (met); congrueren; samengaan
類する ruisuru (1) lijken op; gelijken op; gelijkenis hebben met; in hoofdtrekken overeenkomen; soortgelijk zijn; gelijksoortig; [Belg.N.] trekken op; gelijkaardig zijn; (2) evenaren; gelijkwaardig zijn aan; gelijk te stellen zijn met; de gelijke zijn van; opwegen tegen; (3) eensgezind handelen; samengaan
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.66 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 13 treffers (zoekopdracht: 'samengaan'). 
2005-2026