日蘭辭典+

36 resultaten voor ‘bezwaar’
日蘭辭典 (trefwoord)
jiko事故
zn. (1) [出來事] voorval o.; ongeval o. (2) [事由] omstandigheid v. oorzaak v. (3) [差支] beletsel o.; hindernis v.; bezwaar o. ¶ 不可抗的の事故 force majeure (佛語); overmacht; onvermijdelijke oorzaken.
kōgi抗議
zn. protest o. ¶ 抗議する protesteeren; bezwaren opperen.
shishō支障
belemmering v.; beletsel o. ¶ 支障なく zonder bezwaar; ongehinderd.
koshō故障

zn. [障碍] belemmering v.; beletsel o.; moeilijkheid v.; bedrijfsstoring v.(2) [事故] ongeval o. (3) [異議] bezwaar o.; protest o.(4) [破損] schade v. (5) [缺點] gebrek o. ¶ 故障を言ふ, bezwaar maken; protesteeren. ¶ 故障車 onbruikbare wagen; kapotte wagen. ¶ 故 障なく zonder moeilijkheden; glad; zonder bezwaren; vlot.

yū-ni優に
yoi好い

bn. (1) [善良] goed. (2) [より良い] beter. (3) [美なる] mooi; fraai. (4) [好ましい] lief; aangenaam; prettig. (5) [十分] voldoende. (6) [正しい] juist; oprecht. (7) [許可] geoorloofd. i.w. (8) [構はぬ] komt er niet op aan; doet er niet toe; laat maar. ¶ 好い天氣 mooi weer. ¶ 胃によい goed voor de maag. ¶ しなくてもよい niet noodig om te doen; onnoodig. ¶ よい樣にする doen als men wil; eigen zin volgen. ¶ 外出してもよいか mag ik uitgaan? ¶ 今日來ればよいが ik hoop maar, dat hij vandaag komt. ¶ 君と一緒に行つてもよい ik heb er geen bezwaar tegen met je mee te gaan.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bezwaar>
クレーム kurēmu (1) claim; vordering; (2) klacht; bezwaar
不同意 fudōi onenigheid; meningsverschil; verschil van mening; gebrek aan overeenstemming; afkeuring; bezwaar
不服 fufuku (1) ontevredenheid; ongenoegen; misnoegen; onvrede; (2) bezwaar; protest; objectie; klacht; grief
厄介 yakkai (1) last; ongerief; overlast; ongemak; lastpost; moeite; soesa; [veroud.] pijne; bezwaar; [form.] onus; hinder; gehaspel; (2) zorg; hoede; toezicht; oppassing; verzorging; opvang; ontferming [betreft ook de personen of kosten daaraan verbonden]; (3) het leven van; het teren op; klaploperij; parasitisme; biets; (4) persoon ten laste; afhankelijke; tafelschuimer; kostganger; kostgangster; commensaal; inquilien; klaploper; profiteur; parasiet; bietser; (5) yakkai [In de Edo-periode door de pater familias gealimenteerde collaterale bloedverwanten. Bv. zijn jongere broers die op kosten van het ouderlijk huis leefden en als erfgenaam grootgebracht werden.]; (6) lastig; moeilijk; zwaar; vervelend; storend; hinderlijk; onereus; [inform.] flikkers; drukkend; [m.b.t. werk] bezwarend; moeizaam; vermoeiend
反発;反撥 hanpatsu (1) terugslag; terugstoot; terugstuit; weerstuit; weeromstuit; weerstand; tegenstand; tegenwerking; tegenweer; verzet; reactie; afwijzing; terugwijzing; bezwaar; (2) [natuurk.] afstoting; repulsie; (3) [econ.] herstel; rally; opleving; opvering; [Belg.N.] relance
否や inaya (1) bezwaar; niet-instemming; afkeuring; weigering; (2) goed- of afkeuring; aanvaarding of weigering; (3) […や~] meteen als; toen; zodra; (4) […や~] wel of niet; al dan niet; (5) neenee; nee toch; (6) nee toch
ina (1) bezwaar; afkeuring; onenigheid; weigering; (2) […か~か] al dan niet; of … of niet; (3) neen; nee; (4) niet
差し支え;差支え;さし支え sashitsukae (1) obstakel; belemmering; hindernis; (2) ongemak; ongerief; bezwaar
忌憚 kitan reserve; voorbehoud; scrupule; bedenking; bezwaar
抗議 kōgi protest; bezwaar; verzet; tegenwerping
拘り kodawari (1) bezwaar; beletsel; scrupule; probleem; zorg; preoccupatie; fiep; [i.h.b.] hang-up; (2) obsessie; fixatie; stokpaardje; [Belg.N.] dada; (3) kritiek; verwijt
故障 koshō (1) belemmering; beletsel; moeilijkheid; storing; struikelblok; handicap; (2) ongeval; ongeluk; (3) gebrek; defect; tekortkoming; fout; (4) schade; beschadiging; averij; (5) bezwaar; tegenwerping; bedenking; protest; tegenkanting
文句 monku (1) woorden; bewoording; verwoording; formulering; zinsnede; uitdrukking(swijze); fraseologie; spreekwijze; zegswijze; dictie; zegging; (2) klacht; aanmerking; bezwaar; gemor; objectie; beklag; grief; ontevredenheidsbetuiging; verzuchting; weeklacht; jammerklacht
物言い monoii protest; bezwaar
申し分 mōshibun (1) punt waar wat op te zeggen valt; onvolkomenheid; gebrek; tekortkoming; punt van kritiek; kritiekpunt; (2) bezwaar; aanmerking; kritiek; bedenking; opwerping; [gew.] opzage
i (1) bezwaar; tegenwerping; bedenking; objectie; (2) vreemd; eigenaardig; zonderling; gek; ongewoon
異存 izon (1) bezwaar; protest; bedenking; tegenwerping; tegenspraak; opwerping; zwarigheid; objectie; verzet; (2) afwijkende gedachte; visie; opvatting; mening; andere; tegengestelde; tegenovergestelde mening; tegengeluid
異見 iken (1) andere; afwijkende visie; andere; afwijkende mening; andere; afwijkende kijk; andere; afwijkende opvatting; tegengeluid; ander geluid; (2) bezwaar; tegenwerping; bedenking; objectie
異論 iron (1) bezwaar; tegenwerping; bedenking; objectie; protest; (2) andere visie; afwijkende mening; (3) controverse; [Belg.N.] betwisting; onenigheid; verdeeldheid; [w.g.] contestatie
異論がある irongaaru bedenkingen hebben tegen; bezwaar; bezwaren hebben tegen; tegenwerpingen maken
異議 igi bezwaar; tegenwerping; bedenking; objectie; protest
異議あり igiari bezwaar!; protest!
異議なく iginaku zonder protest; bezwaar
異議を唱える igiotonaeru bezwaar; tegenwerpingen maken; bedenkingen hebben; bezwaren opperen; z'n afkeuring laten blijken; protesteren; contesteren; aanvechten; bestrijden
言い分 ībun (1) zegje; wat iem. te zeggen heeft; (2) bezwaar; klacht; (3) verontschuldiging; voorwendsel; argument; excuus
訴え uttae (1) [jur.] proces; rechtsgeding; geding; rechtszaak; zaak; (gerechtelijke) actie; rechtshandeling; gerechtelijke stappen; rechtsvordering; (2) [jur.] appel; klacht; aanklacht; beschuldiging; accusatie; tenlastelegging; telastlegging; (3) [jur.] eis; aanvraag; aanvrage; (4) klacht; grief; ontevredenheidsbetuiging; verzuchting; bezwaar; (5) beroep; verzoek; oproep; bede
負担 futan last; draaglast; [jur.] modus; druk; bezwaar; belasting; onus; onera; [pregn.] taak; [pregn.] verplichting
迷惑 meiwaku (1) last; hinder; ongemak; [form.] onus; een lastig iets; een vervelend iets; moeite; ongerief; [veroud.] pijne; ongelegenheid; bezwaar; (2) lastig; storend; vervelend; ongelegen; moeilijk; onereus; hinderlijk; [inform.] flikkers; ergerlijk; problematisch; bezwaarlijk; verdrietelijk; irritant
障害 shōgai (1) obstakel; belemmering; beperking; hinder; hindernis; verhindering; barrière; hinderpaal; sta-in-de-weg; beletsel; impediment; bezwaar; zwarigheid; moeilijkheid; struikelblok; tegenwerking; [fig.] klip; [sportt.] horde; (2) handicap; gebrek; stoornis; disfunctie; derangement; [attr.] invaliditeits-; [geneesk.] laesie; [Barg.] makke; (3) hindernisloop; hindernisren; steeple(chase); wedren met hindernissen; [i.h.b.] hordeloop; [i.h.b.] horderen [verkorting van shōgaibutsu kyōsō 障害物競走]
nan (1) moeilijkheid; probleem; (2) moeilijke omstandigheden; problemen; nood; last; (3) onheil; ramp; (4) gebrek; onvolkomenheid; tekortkoming; (5) kritiek; bezwaar; aanmerking
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.28 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 30 treffers (zoekopdracht: 'bezwaar'). 
2005-2026