RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <moeilijkheid>
事 koto (1) ding; voorwerp; zaak; (2) zaak; aangelegenheid; affaire; omstandigheid; belang; (3) probleem; vraagstuk; kwestie; vraag; (4) feit; feitelijkheid; (5) omstandigheid; omstandigheden; toestand van een zaak; staat van zaken; toestand; situatie; (6) geval; (7) voorval; incident; onverwachte gebeurtenis; ongewone gebeurtenis; (8) ongeluk; ongeval; tegenspoed; pech; onheil; moeilijkheid; verwikkeling; (9) werk; werkzaamheid; ambtelijke werkzaamheid; functie; taak; opdracht; plicht; wat van iemand geëist wordt; (10) oorzaak; motief; reden; beweeggrond; (11) ervaring; ondervinding
円滑に enkatsuni vlot; probleemloos; soepel; vlotweg; gemakkelijk; vloeiend; glad; zonder belemmering; moeilijkheid; haperen; als vanzelf; als van een leien dakje; op rolletjes; wieltjes; gladjes; [fig.] geolied
困難 konnan (1) moeilijkheid; hindernis; obstakel; (2) nood; ontbering; beproeving; (3) beproeving; moeite; ongeluk; bezoeking; (4) verwarring; verlegenheid; het niet goed weten wat men moet doen; (5) moeilijk; niet gemakkelijk; problematisch; (6) vervelend; lastig; hinderlijk; onaangenaam; naar; (7) gênant; lastig; verlegen makend; ongemakkelijk; ongelukkig; pijnlijk; [Belg.N.;spreekt.] ambetant; (8) hard; bitter; doornig; vol doornen en distels; moeilijk; verdrietelijk
支障 shishō belemmering; hindernis; obstakel; beletsel; moeilijkheid
故障 koshō (1) belemmering; beletsel; moeilijkheid; storing; struikelblok; handicap; (2) ongeval; ongeluk; (3) gebrek; defect; tekortkoming; fout; (4) schade; beschadiging; averij; (5) bezwaar; tegenwerping; bedenking; protest; tegenkanting
縺れ motsure (1) klit; knoop; kluwen; klis; (2) verwikkeling; moeilijkheid; complicatie; imbroglio
苦しみ kurushimi (1) pijn; lijden; leed; smart; [お産の] weeën; (2) ontbering; last; moeilijkheid; nood; kommer; kwelling; ellende; beproeving
苦情 kujō (1) klacht; reden tot klagen; grief; ergernis; beklag; (2) moeilijkheid; probleem; narigheid; kwestie
障害 shōgai (1) obstakel; belemmering; beperking; hinder; hindernis; verhindering; barrière; hinderpaal; sta-in-de-weg; beletsel; impediment; bezwaar; zwarigheid; moeilijkheid; struikelblok; tegenwerking; [fig.] klip; [sportt.] horde; (2) handicap; gebrek; stoornis; disfunctie; derangement; [attr.] invaliditeits-; [geneesk.] laesie; [Barg.] makke; (3) hindernisloop; hindernisren; steeple(chase); wedren met hindernissen; [i.h.b.] hordeloop; [i.h.b.] horderen [verkorting van shōgaibutsu kyōsō 障害物競走]
難 nan (1) moeilijkheid; probleem; (2) moeilijke omstandigheden; problemen; nood; last; (3) onheil; ramp; (4) gebrek; onvolkomenheid; tekortkoming; (5) kritiek; bezwaar; aanmerking
難易 nan'i (relatieve) moeilijkheid; het al dan niet moeilijk zijn
難関 nankan (1) moeilijke doorgangspost; barrière; horde; hindernis; obstakel; moeilijkheid; (2) lastige situatie; moeilijk; lastig parket; knel; penarie; impasse