日蘭辭典+

15 resultaten voor ‘ongeval’
日蘭辭典 (trefwoord)
jiko事故
zn. (1) [出來事] voorval o.; ongeval o. (2) [事由] omstandigheid v. oorzaak v. (3) [差支] beletsel o.; hindernis v.; bezwaar o. ¶ 不可抗的の事故 force majeure (佛語); overmacht; onvermijdelijke oorzaken.
koshō故障

zn. [障碍] belemmering v.; beletsel o.; moeilijkheid v.; bedrijfsstoring v.(2) [事故] ongeval o. (3) [異議] bezwaar o.; protest o.(4) [破損] schade v. (5) [缺點] gebrek o. ¶ 故障を言ふ, bezwaar maken; protesteeren. ¶ 故障車 onbruikbare wagen; kapotte wagen. ¶ 故 障なく zonder moeilijkheden; glad; zonder bezwaren; vlot.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <ongeval>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
アクシデント akushidento toevalligheid; voorval; incident; [i.h.b.] ongeluk; ongeval; accident; malheur
クラッシュ kurasshu (1) [comp.] crash; (2) crash; ongeval; botsing; (3) [muz.] the Clash; (4) Crush
事故 jiko ongeval; ongeluk; accident; malheur; [i.h.b.] crash
koto (1) ding; voorwerp; zaak; (2) zaak; aangelegenheid; affaire; omstandigheid; belang; (3) probleem; vraagstuk; kwestie; vraag; (4) feit; feitelijkheid; (5) omstandigheid; omstandigheden; toestand van een zaak; staat van zaken; toestand; situatie; (6) geval; (7) voorval; incident; onverwachte gebeurtenis; ongewone gebeurtenis; (8) ongeluk; ongeval; tegenspoed; pech; onheil; moeilijkheid; verwikkeling; (9) werk; werkzaamheid; ambtelijke werkzaamheid; functie; taak; opdracht; plicht; wat van iemand geëist wordt; (10) oorzaak; motief; reden; beweeggrond; (11) ervaring; ondervinding
人身事故 jinshinjiko (1) ongeval; verkeersongeval met doden of gewonden; (2) [spoorw.] persoonsongeval; [i.h.b.] zelfmoord door voor een trein te springen
変異 heni (1) ongeluk; ongeval; iets ongewoons; (2) variatie
怪我 kega (1) wond; verwonding; kwetsuur; letsel; blessure; (2) ongelukkig toeval; ongeval; ongeluk; (3) vergissing; fout; dwaling; error; blunder; misslag
故障 koshou (1) belemmering; beletsel; moeilijkheid; storing; struikelblok; handicap; (2) ongeval; ongeluk; (3) gebrek; defect; tekortkoming; fout; (4) schade; beschadiging; averij; (5) bezwaar; tegenwerping; bedenking; protest; tegenkanting
yue (1) reden; oorzaak; (2) aanzienlijke afkomst; goede komaf; (3) smaak; charme; (4) band; betrekking; relatie; (5) ongeval; ongeluk; (6) […ゆえ] door; wegens; vanwege; (7) […ゆえ] hoewel; ofschoon; schoon; terwijl
死亡事故 shiboujiko dodelijk ongeval; ongeluk; ongeval; ongeluk met dodelijke afloop; ongeval; ongeluk met fatale gevolgen; [m.b.t. verzekeringswezen] ongeval; ongeluk waarbij de verzekerde omkomt
異変 ihen (1) onvoorziene gebeurtenis; buitengewone toestand; aangrijpend voorval; ingrijpende verandering; abnormale gesteldheid; (2) [i.h.b.] ongeluk; ongeval; accident; drama; ramp; opschudding; beroering
過失 kashitsu (1) fout; vergissing; blunder; misstap; (2) ongeval; (3) toeval; (4) achteloosheid; onachtzaamheid; onoplettendheid; slordigheid; [jur.] nalatigheid
遭難 sounan ongeluk; ongeval; ramp; [船の] schipbreuk
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.74 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 13 treffers (zoekopdracht: 'ongeval'). 
2005-2026