日蘭辭典+

82 resultaten voor ‘land’
日蘭辭典 (trefwoord)
tochi土地
zn. land o.; grond m.; terrein o.; gebied o. ¶ 土地landhonger. ¶ 肥えた土地 vruchtbare grond. ¶ 土地を開拓する terrein ontginnen. ¶ 土地plaatselijk. ¶ 土地の新聞 locale pers; plaatselijke bladen. ¶ 土地の人 landvolk. ¶ 土地臺帳 kadaster. ¶ 土地plaatselijk gebruik. ¶ 土地訛 dialect; plaatselijke uitdrukking. ¶ 土地所有 grondeigendom. ¶ 土地収用 onteigening van grond. ¶ 土地測量 kadastrale opmeting.
kuni
(国) zn. (1) [國家] staat m.; rijk o. (2) [國土] land o. (3) 行政區劃 provincie v. (4) [故鄕] geboorteplaats v. (5) [領地] gebied o. ¶ nationaal. ¶ voor het vaderland.
arechi荒地
zn. wildernis v.; woestenij v.; ongerept land o. ¶ 荒地を拓く nieuw terrein ontginnen.
yamaguni山國
(山国) zn. bergachtig land o.
ittai一體
(一体) zn. één lichaam o.; bw. per slot van rekening; eigenlijk; inderdaad; alles wel beschouwd. ¶ 一體に over het algemeen; alles samen genomen. ¶ 全國一體不作だ de oogst is slecht over het geheele land. ¶ この騷ぎ一體どうしたのか waar is nu eigenlijk al die deining over.
zaigō在鄕
(在郷) zn. verblijf op het land. ¶ 在鄕軍人 reservisten; gepensioneerde militairen; militairen in ruste. ¶ 在鄕者 buitenman.
yaso耶蘇
(イエス) zn. Jezus m. ¶ 耶蘇受難像 crucifix. ¶ 耶蘇紀元後 na Christus; Anno Domini (羅馬語). ¶ 耶蘇教 christelijke leer; christendom. ¶ 耶蘇 de christelijke landen.
kokka國家
(国家) zn. staat m.; rijk o.; natie v. ¶ 國家經濟 staathuishoudkunde; politieke economie. ¶ 國家系論策 staatkunde; staatsmanswijsheid. ¶ 國家の爲に死ぬ voor het vaderland sterven. ¶ 國家nationaal; staats-. ¶ 國家の事業 staatsbedrijven; gouvernementsbedrijven. ¶ 國家主義 nationalisme.
yoriより
vz. (1) [から] van; sedert; sinds. vw. (2) [比較] dan. ¶ より van nu af aan. ¶ より買ふ iets van iemand koopen. ¶ より二十まで van tien tot en met twintig. ¶ を出てより sinds wij uit het vaderland zijn weggegaan. ¶ よりビール好む meer van bier houden dan van ‘‘sake.’’ ¶ これより入るからず verboden toegang.
tengoku天國
(天国) zn. het hemelrijk o.; het koninkrijk Gods; het beloofe land o. ¶ 天國の hemelsch.
ōi多い
mottainai勿體ない
(勿体ない) bn. (1) [不敬] oneerbiedig. (2) [過分] te goed; te mooi; meer dan men verdient. zn. (3) [無駄] zonde; bn. oneconomisch. ¶ 神佛に對して勿體ない heilig schennend. ¶ そんなを戴いては勿體ない het geschenk is veel te mooi voor mij. ¶ こんなに廣い地所を遊ばして置くとは勿體ない het is zonde zoo’n groot stuk land ongebruikt te laten liggen.
nekkoku熱國

(熱国) zn. heete streek v.; tropisch land o.

hatanushi畑主

zn. eigenaar van het land; planter m.

kotokuni異國

(異国) zn. ander land o. ¶ 異國に in den vreemde.

kō-un耕耘

zw. bewerking van het land; landbouw m.

kubochi窪地

zn. laag gelegen land o.; land, in een kom gelegen.

kudaru下る、降る

i.w. (1) [おりる] afdalen; afstijgen; afstappen (下降); vallen; neerkomen. (2) [命令が] afkomen. (3) [劣る] achterstaan bij; minder zijn dan. (4) [下痢] diarrhee hebben; loslijvig zijn. (5) [降參] zich overgeven; toegeven. (6) [引退] zich terugtrekken; ontslag nemen. (7) [都から田舍に行く] naar buiten gaan; het land op gaan. ¶ 天より下る uit den hemel nederdalen. ¶ 馬背より下る van het paard stijgen. ¶ 命令が下つた het bevel is afgekomen.

kugai陸路

zn. route over land; reis over land.

kunigara國柄

(国柄) zn. karakter des lands.

kusakusa suruくさくさする

i.w. zich gedrukt voelen; het land hebben; in de put zijn.

kuttaku屈託

zn. bezorgdheid v.; zorg v.; ergernis v. ¶ 屈託する zich bezorgd maken; zich ergeren; het land hebben.

kyokoku擧國

(挙国) zn. het geheele land o. ¶ 擧國皆兵 algemeene dienstplicht.

kyokugai局外

zn. buitenkant m.; positie buiten den kring. ¶ 局外者 buitenstaander. ¶ 局外者の意見 onafhankelijk oordeel; het oordeel van de derde. ¶ 局外中立 neutraliteit. ¶ 局外中立國 neutraal land.

zokkoku屬國

(属国) zn. ondergeschikte staat m.; afhankelijk land o.

zenkoku全國

(全国) zn. het geheele land o.

zaiya在野

zn. verblijf op het land. ¶ 在野の niet aan de regeering; niet in functie. ¶ 在野黨 partij, die niet aan het bewind is; de oppositie. ¶ 在野である niet aan het bewind zijn.

zaisho在所

zn. verblijf o.; woonplaats v.; (田舍) het land o.; buiten o.; geboortedorp (故鄕).

zaike在家

zn. (1) (在鄕の家) huizen op het land. (2) [出家に對し] leek m.; niet geestelijke m.

zaikata在方

zn. het land o.; buiten o.

yōchi用地
wabiru侘びる

i.w. het land hebben; zich ongerust maken; niet op zijn gemak zijn; zich eenzaam voelen.

waga

vnw. ons; mijn. ¶ 我國 ons land. ¶ 我身 het eigen lichaam. ¶ 我が子の惡事は見えぬ elk meent zijn uil een valk te zijn.

uru賣る

(売る) t.w. (1) [販賣] verkoopen; i.w. handelen in. t.w. (2) [裏切る] verraden. ¶ 目方で賣る bij het gewicht verkoopen. ¶ 國を賣る zijn land verraden. ¶ 娘を賣る zijn dochter verkoopen. ¶ 節操を賣る zich prostitueeren.

uramuうらむ

i.w. (1) [怨む] wrok koesteren; vijandig gezind zijn; t.w. kwalijk nemen; haten. (2) [憾む] betreuren; i.w. spijt hebben. ¶ 無情を怨む zich ergeren over iemand’s hardvochtigheid. ¶ 機を失したるを恨む ik heb het land, dat ik de gelegenheid voorbij heb laten gaan.

uchishioreru打萎れる

i.w. teleurgesteld zijn; (俗) in de put zijn; het land hebben.

tsūzū-uraura ni津々浦々に

bw. wijd en zijd; overal; in het geheele land.

tsukuda

zn. akkerland o.; bebouwd land o.; bouwland o.

tsukiji築地

zn. aangeplempt land o.; land, gewonnen door zee, meer of rivier te dempen.

tsukaide使で

(使い出) zn. bruikbaarheid v.; duurzaamheid v. ¶ 使でがある lang gebruikt kunnen worden; langdurige diensten bewijzen. ¶ 田舍の百圓は使でがある op het platte land kan men met honderd yen lang toekomen.

tsūjite通じて

bw. overal.; vz. door bemiddeling van. ¶ 全國を通じて in het geheele land. ¶ 田中氏を通じて door bemiddeling van den heer Tanaka.

tsuihō追放

zn. verbanning v.; uitzetting v. ¶ 追放する verbannen; verdrijven; het land uitzetten. ¶ 追放人 banneling; balling.

SUPPLEMENT (trefwoord)
zai
zn. (1) in het land. (2) voorstad (de) buitenwijk (de) (3) prefix. in [een plaats, gebouw, instelling]. ¶ オランダ大使館 zai oranda taishikan de ambassade in Nederland. ¶ 東京ブラジル総領事館 zai Tōkyō Burajiru sōryōjikan het consulaat-generaal van Brazilië in Tokio. ¶ イラク米軍 zai Iraku Beigun de legermacht van de VS in Irak.
tachiuchi太刀打ち
(1) de zwaarden kruisen; vechten met zwaarden; elkaar met zwaarden bevechten. ¶ 太刀打ちする tachiuchi suru te zwaard de strijd aangaan (met iemand). ¶ 太刀打ちの技 tachiuchi no waza de kunst van het zwaardvechten. (2) (fig.) oppositie; tegenstand. ¶ 太刀打ちする tachiuchi suru tegenstand bieden; wedijveren met; mededingen; de krachten meten; pareren. ¶ 太刀打できる tachiuchi dekiru opgewassen zijn (tegen); iemand de baas zijn. ¶ 太刀打できない tachiuchi dekinai niet opgewassen zijn (tegen); niet kunnen evenaren; het onderspit delven. ¶ 警察はそういう暴力と太刀打ち出来なかった。 Keisatsu wa sō yū bōryoku to tachiuchidekinakatta. De politie was niet in staat om dergelijk geweld het hoofd te bieden. (TTC) ¶ 来週から中間テストだ。一夜漬けじゃ、太刀打ちできない問題ばかりだぞ。今日から始めろよ。♂ Raishū kara chūkan tesuto da. Ichiya tsuke ja, tachiuchidekinai mondai bakari da zo. Kyō kara hajimeru yo. Vanaf volgende week zijn er tussentijdse examens. Die hebben alleen maar vragen die je echt niet de baas kunt met een enkel nachtje blokken! Je moet nu beginnen! (TTC) ¶ 良質のぶどうではフランス太刀打ちできるないRyōshitsu no budō sake de wa Furansu ni tachi uchidekiru kuni wa nai. Waar het kwaliteitswijn betreft is er geen land dat Frankrijk kan evenaren. (TTC) (3) een benaming voor het deel van een lans of een speer onder de punt; specifiek het bovendeel tussen de onderzijde van de punt (口金 kuchigane) en het iets lager gelegen deel, in het Japans aangeduidt als 血溜まり chidamari - ‘het verzamelpunt van het bloed’. Niet zelden is dit deel bekleed met stof.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <land>
ランド rando (1) land; (2) Land; Edwin Herbert [= Amerikaans uitvinder;1909-1991]; (3) Rand; Paul [= Amerikaans grafisch ontwerper;1914-1996]; (4) Rand; Sally [= Amerikaans karakterdanseres en actrice;1904-1979]; (5) Landes [= Frans departement]; (2) rand [= munteenheid van de Republiek Zuid-Afrika]
yo (1) mensenleven; leven; levensduur; levenstijd; generatie; (2) tijdperk; tijd; era; [i.h.b.] heerschappij; regering; (3) familiehoofdschap; patriarchaat; (4) [boeddh.] leven; bestaan; existentie; (5) [boeddh.] lekenbestaan; lekenwereld; seculiere; profane wereld; (6) samenleving; maatschappij; leven; wereld; (7) maatschappelijke positie; stand; (8) tijdsgeest; tijdstroom; trend; (9) levensonderhoud; kost; (10) periode; tijd; gelegenheid; moment; (11) land; rijk; (12) relatie; liaison; liefdesbetrekking
乾坤 kenkon (1) de trigrammen hemel ☰ en aarde ☷; (2) hemel en aarde; (3) land; het Rijk; (4) zon en maan; (5) yin en yang; (6) het noordwesten en zuidwesten; (7) beide boekdelen; volumina I en II
国土 kokudo (1) grondgebied; gebied; territorium; territoir; domein; terrein; land; rijk; (2) grond; aarde; (3) geboortestreek; geboorteplaats; geboortegrond; heimat
国家 kokka staat; rijk; natie; land
kuni (1) land; territorium; (2) rijk; keizerrijk; koninkrijk; republiek; (3) staat; natie; overheid; (4) staatsburgerschap; nationaliteit; (5) provincie; gewest; (6) vaderland; moederland; heimat; land van oorsprong
koku (1) land; rijk; natie; staat; (2) provincie; gewest; (3) geboorteplaats; geboortedorp; plaats waar iemand geboren is; plaats waar iemand geboren en getogen is
土地 tochi (1) grond; land; aarde; [vaderlandse enz.] bodem; (2) terrein; domein; stuk land; lap grond; [pregn.] lap; [pregn.] perceel; [lit.t.] landouw; (3) plaats; gebied; gewest; streek; regio; buurt; (4) territorium; domein; grondgebied
土;地 tsuchi (1) aarde; bodem; grond; land; (2) aarde; grond; stof; [in uitdr.] zand
do (1) grond; bodem; aarde; (2) terrein; gebied; domein; land; territorium; streek; plaats; (3) tǔ [= 3e fase binnen de wǔxíng 五行]]; (4) zaterdag; [afk.] za.; (5) provincie Tosa; (6) Turkije; (a) grond; aarde; (b) land; gebied; streek; (c) tǔ; (d) Saturnus; (e) provincie Tosa
zai (1) platteland; land; country; boerenland; mediene; [Belg.N.;spreekt.] buiten; [Belg.N.] boerenbuiten; (2) buitenwijken; randwijken; buitengebied; randgebied; randgemeenten; rand; buitenkant; periferie; voorsteden; (3) aanwezigheid; het er-zijn; het zich-bevinden; (4) gelegen in; gesitueerd in; zich bevindend in; verblijvend in; wonend in; residerend in; aanwezig in
地上の chijōno (1) aards; aard-; land-; terrestrisch; ondermaans; (2) aards; werelds; aardgebonden; van deze wereld
地面 jimen (1) grond; aarde; bodem; aardoppervlak; aardoppervlakte; aardbodem; (2) land; terrein
ji (1) grond; aarde; bodem; (2) streek; land; (3) basis; fundering; grondslag; (4) natuurlijke huid; (5) ondergrond; grondlaag; fond; veld; (6) stof; weefsel; textiel; (7) aard; karakter; (8) grondtekst; (9) werkelijkheid; realiteit; feit; (10) [go] ingenomen gebied; (11) muzikale begeleiding bij Japanse dans; (12) [Jap.muz.] motief; (13) [shamisen-muz.] grondtoon; (14) [nō-theater] koorgezang; koorzang; koorlied; koorstuk; (15) jiai-recitatie [= intonering onder shamisen-begeleiding]; (a) grond; aarde; land; (b) streek; plaats; (c) [boeddh.] bhūmi [= stadium binnen iems. religieuze ontwikkeling]; (d) grondstof; onbewerkt materiaal; (e) aard; karakter; natuur
chi (1) aarde; bodem; land; grond; gebied; terrein; (2) plek; plaats; (3) [m.b.t. boek;bladzijde] voet
iki (1) gebied; domein; (2) grenzen; perken; (3) niveau; peil; (a) grens; terrein; gebied; (b) land; streek
壌土 jōdo (1) aarde; bodem; grond; land; (2) zavel [grondsoort bestaande uit klei met 62,5 tot 75% zand]
天地 tenchi (1) hemel en aarde; (2) heelal; universum; (3) wereld; schepping; natuur; (4) gebied; terrein; wereld; land; (5) boven- en onderkant
州;洲 shū (1) provincie; gewest; [in het V.K.] graafschap; (2) staat; deelstaat; [in Belg.] gewest; [in Duitsland;Oostenrijk] Land; [in Zwitserland] kanton; (3) continent; werelddeel
所有地 shoyūchi landbezit; grondbezit; grondbezitting; landeigendom; grondeigendom; possessie; land; landerijen die iem. bezit
用地 yōchi grond; land; terrein voor …
畑;畠 hatake (1) akker; veld; land; akkerland; [i.h.b.] plantage; (2) domein; gebied; terrein; branche; vak; (3) schoot; baarmoeder
祖国 sokoku land; vaderland; moederland; geboorteland; [w.g.] thuisland
農林 nōrin land- en bosbouw
邦家 hōka land; staat; rijk
(a) land; staat; (b) Japans
野良 nora (1) veld; land; (2) akker; akkerland; akkerveld; bouwland; bouwveld; [Belg.N.] kouter; (3) boeren-; akker-; veld-; [i.h.b.] zwerf-
no (1) vlakte; (2) wildernis; woestenij; (3) akker; veld; land; landerijen; [lit.t.] landouw; (4) wild(e) ~; veld-
開墾地 kaikonchi ontgonnen grond; land; bebouwbaar gemaakt land; in cultuur gebrachte grond; ontginning; opengekapte plek (in een bos); rode
陸上 rikujō (1) te land; op het land; vasteland; aan wal; land; (2) land-; (3) [sportt.] atletiek-
陸地 kugachi land; vasteland; continent; vaste grond; terra firma; vaste wal; het droge
陸地 rikuchi land; vasteland; continent; vaste grond; terra firma; vaste wal; het droge
陸地 rokuji (1) land; vasteland; continent; vaste grond; terra firma; vaste wal; het droge; (2) vlakte; plat land; effen grond
陸海軍 rikukaigun [mil.] leger en marine; vloot; strijdkrachten te land en ter zee; land- en zeestrijdkrachten; land- en zeemacht; land- en zeetroepen
oka land; droge
riku land; vaste wal; het droge
roku (1) zes; (2) vlak; effen; (3) recht; correct; (4) gelijkmoedig; kalm; rustig; ontspannen; (5) vredig; vreedzaam; (6) [~ない] niet zoals het hoort; niet voldoende; niet degelijk; (a) land; vasteland; (b) gewoon; alledaags
雪国 yukiguni (1) sneeuwland; sneeuwstreek; land; streek waar het veel sneeuwt; (2) Yukiguni [= Sneeuwland;roman (1935-37) van Kawabata Yasunari 川端康成 (1899-1972)]
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.49 sec. jiten.nl: 44 treffers, warandict: 38 treffers (zoekopdracht: 'land'). 
2005-2026