日蘭辭典+

30 resultaten voor ‘voorbereiding’
日蘭辭典 (trefwoord)
sensō戰爭
(戦争) zn. (1) [戰亂] oorlog m.; strijd m. (2) [戰鬪] slag m.; gevecht o. ¶ 戰爭する oorlog voeren; strijden; vechten; slag leveren. ¶ 戰爭中に in den oorlog; gedurende den strijd; al vechtende. ¶ 戰爭準備 toerusting tot den strijd; bewapening; voorbereiding tot den oorlog. ¶ 戰爭利益 oorlogswinst. ¶ 戰爭出る ten strijde trekken. ¶ 戰爭狂 oorlogspsychose. ¶ 戰爭好き oorlogszuchtig; krijgslustig.
yoshū豫習

(予習) zn. voorbereiding v.; leeren van lessen.

yōi用意

zn. (1) [支度] voorbereiding v.; toerusting v.; uitrusting v. (2) [用心] voorzorg v.; voorzichtigheid v. ¶ 用意なく onvoorbereid. ¶ 用意なく演説をする voor de vuist spreken. ¶ 用意する gereed maken; toebereidselen maken; zorgen voor. ¶ 飯の用意をする voor het eten zorgen.

yobi豫備

(予備) zn. (1) [準備] voorbereiding v.; toebereidselen o.mv. (2) [豫備] reserve v. ¶ 豫備室 extra kamer; kamer, die nog vrij is. ¶ 豫備錨 waardeloos anker; reserve-anker. ¶ 豫備判事 vervangend rechter. ¶ 豫備將校 reserveofficier. ¶ 豫備に持つてゐる in gereedheid houden; in reserve houden. ¶ 豫備軍 reservetroepen. ¶ 豫備金 reservefonds. ¶ 豫備交涉 voorloopige besprekingen. ¶ 豫備校 voorbereidende school. ¶ 豫備手段 voorzorgen; voorbereidende maatregelen. ¶ 豫備する in reserve houden; voorbereid zijn; voorzorgen nemen.

uchiawase打合せ

zn. voorafgaande bespreking v.; voorbereiding v. ¶ 打合せ會 voorvergadering. ¶ 打合せをする voorafgaande bespreking houden.

SUPPLEMENT (trefwoord)
hoshū補習
(zn; -suru ww.) Het geven van onderwijs buiten de reguliere schooltijden voor het bijbrengen van extra kennis; aanvullend onderwijs; aanvullende les; bijles. ¶ 補習する hoshūsuru bijles geven; aanvullend onderwijs geven. ¶ 補習教育 hoshū kyōiku aanvullend onderwijs; voortgezet onderwijs. ¶ 先生も連休をエンジョイしたかったが、どっかの6人組の補習やら準備やらで連休無かったぞ! Sensei mo renkyū wo enjoi shitakatta ga, dokka no roku-ningumi no hoshū yara junbi yara de renkyū nakatta zo! Ik had ook van de vakantieperiode willen genieten, maar door aanvullende lessen, voorbereidingen en wat al niet voor een zekere ploeg van zes personen had ik helemaal geen vakantie! (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <voorbereiding>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
アレンジ arenji (1) ordening; schikking; opstelling; samenstelling; arrangement; (2) regeling; voorbereiding; organisatie; klaarmaking; arrangement; (3) [muz.;theat.] arrangement; bewerking
セッティング settingu het zetten; voorbereiding; voorbereidingen; schikkingen; preparatie; toebereidselen
リザーブ rizaabu (1) reservering; reservatie; bespreking; plaatsbespreking; boeking; (2) reserve; voorbereiding
下地 shitaji (1) grondslag; basis; fundering; fundament; grondwerk; grondslag; (2) aanleg; geneigdheid; neiging; hang; tendens; (3) grondslagen; grondbeginselen; basisvorming; elementaire kennis; basiskennis; (4) regeling vooraf; voorbereiding; voorafgaande schikkingen; (5) grondlaag; grondcouche; (6) shoyu; Japanse sojasaus
下準備 shitajunbi regeling vooraf; voorbereiding; voorafgaande schikkingen; grondwerk; voorbereidende werkzaamheden
下読み shitayomi voorafgaande lezing; het doornemen; voorbereiding
下調べ shitashirabe (1) vooronderzoek; (2) voorbereiding
予備 yobi (1) reserve; voorbereiding; (2) voorbedachtheid; boos opzet
予習 yoshuu voorbereiding; lesvoorbereiding; schoolwerk
仕込み shikomi (1) training; opleiding; vorming; scholing; opvoeding; (2) opslag; inslag; het opslaan; inslaan; [Belg.N.] het stockeren; (3) voorbereiding; toebereiding; het klaarmaken
作成;作製 sakusei (1) opstelling; aanmaak; bereiding; voorbereiding; preparatie; (2) vervaardiging
bi (a) voorbereiden; voorbereiding; (b) in de behoeften voorzien zijn; (c) [Jap.gesch.] provincie Kibi
備え sonae (1) voorbereiding; voorziening; (2) voorzorg; preventie; toerusting; verdediging
手回し temawashi (1) handaandrijving; (2) voorbereiding; schikkingen; voorzorgen
手筈 tehazu (1) plan; programma; regeling; schikking; afspraak; (2) voorbereiding; voorbereidsel; voorzorgen
打ち合わせ uchiawase (1) vooroverleg; voorberaad; voorafgaand overleg; beraad; voorlopige bespreking; schikking vooraf; voorbereiding; (2) overslag (van een jas; kimono); (3) match; het passen bij elkaar; (4) [muz.;koto-muz.] samenspel van koto en shamisen (of van twee shamisens) met een halve maat verschil; (5) [muz.;koto-muz.] ensemble van twee of drie composities
整備 seibi (1) voorbereiding; preparatie; voorzorg; inrichting; uitrusting; outillering; toerusting; uitmonstering; voorziening; [i.h.b.] ontwikkeling; (2) onderhoud; instandhouding; nazorg; servicing; servicebeurt; onderhoudsbeurt; kleine beurt
準備 junbi voorbereiding; toebereiding; klaarmaking; toebereidselen; voorbereidsel; voorziening; voorzorg; preparatie; preparatieven
献立 kondate (1) menu; menukaart; spijskaart; (2) programma; plan; voorbereiding
用意 youi (1) voorbereiding; voorbereidsel; preparatie; toebereidsel; preparatieven; (2) zorgzaamheid; gereedheid; (3) klaar? [frase bij de start van een wedstrijd om tot paraatheid te manen]
賄い makanai (1) maaltijdverstrekking; dinerverzorging; catering; kost; (2) maaltijdverstrekker; cateraar; (3) voorbereiding; bereiding; verzorging; beheer; (4) tafelbediening; bediening aan tafel; (5) kelner; serveerster; (6) lapmiddel; noodoplossing; (7) last; zorg; (8) [scheepv.] purser; (9) maal voor restaurantpersoneel; stafmaaltijd
足固め ashigatame (1) oefenen; trainen van de wandelspieren; wandeloefening; (2) [judo;worstelen] beenklem; (3) voorbereiding; grondwerk; (4) horizontale vloerbalk; vloerligger; (5) opkikkertje geserveerd tijdens een partijtje kemari 蹴鞠
足馴らし ashinarashi (1) loopoefening; wandeloefening; (2) opwarming; voorbereiding; training
造成 zousei [宅地の] ontwikkeling; aanleg; bebouwing; voorbereiding; ontginning
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.44 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 24 treffers (zoekopdracht: 'voorbereiding'). 
2005-2026