RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <voorbereiding>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
De weergave van het Japans van de resultaten hieronder is gespeld in een vorm van
waapuro-spelling. De spelling komt overeen met de originele spelling in
hiragana in het Japans. De verschillen met de
Hepburn-spelling van de overige resultaten zijn eenvoudig:
| spelling |
uitspraak |
| uu |
lang aangehouden /oe/ (Hepburn spelling: ū) |
| ou |
lang aangehouden /o/ (Hepburn spelling: ō) |
| (soms, als in 酔う you "dronken zijn") uitspraak: /o/ + /oe/ |
| ei |
lang aangehouden /ee/ (dit is identiek in Hepburn spelling) |
| ha |
/ha/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling) |
| alleen voor het partikel は: uitspraak /wa/ |
| he |
/he/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling |
| alleen voor het partikel へ: uitspraak /e/ |
[verberg]
アレンジ arenji (1) ordening; schikking; opstelling; samenstelling; arrangement; (2) regeling; voorbereiding; organisatie; klaarmaking; arrangement; (3) [muz.;theat.] arrangement; bewerking
セッティング settingu het zetten; voorbereiding; voorbereidingen; schikkingen; preparatie; toebereidselen
リザーブ rizaabu (1) reservering; reservatie; bespreking; plaatsbespreking; boeking; (2) reserve; voorbereiding
下地 shitaji (1) grondslag; basis; fundering; fundament; grondwerk; grondslag; (2) aanleg; geneigdheid; neiging; hang; tendens; (3) grondslagen; grondbeginselen; basisvorming; elementaire kennis; basiskennis; (4) regeling vooraf; voorbereiding; voorafgaande schikkingen; (5) grondlaag; grondcouche; (6) shoyu; Japanse sojasaus
下準備 shitajunbi regeling vooraf; voorbereiding; voorafgaande schikkingen; grondwerk; voorbereidende werkzaamheden
下読み shitayomi voorafgaande lezing; het doornemen; voorbereiding
下調べ shitashirabe (1) vooronderzoek; (2) voorbereiding
予備 yobi (1) reserve; voorbereiding; (2) voorbedachtheid; boos opzet
予習 yoshuu voorbereiding; lesvoorbereiding; schoolwerk
仕込み shikomi (1) training; opleiding; vorming; scholing; opvoeding; (2) opslag; inslag; het opslaan; inslaan; [Belg.N.] het stockeren; (3) voorbereiding; toebereiding; het klaarmaken
作成;作製 sakusei (1) opstelling; aanmaak; bereiding; voorbereiding; preparatie; (2) vervaardiging
備 bi (a) voorbereiden; voorbereiding; (b) in de behoeften voorzien zijn; (c) [Jap.gesch.] provincie Kibi
備え sonae (1) voorbereiding; voorziening; (2) voorzorg; preventie; toerusting; verdediging
手回し temawashi (1) handaandrijving; (2) voorbereiding; schikkingen; voorzorgen
手筈 tehazu (1) plan; programma; regeling; schikking; afspraak; (2) voorbereiding; voorbereidsel; voorzorgen
打ち合わせ uchiawase (1) vooroverleg; voorberaad; voorafgaand overleg; beraad; voorlopige bespreking; schikking vooraf; voorbereiding; (2) overslag (van een jas; kimono); (3) match; het passen bij elkaar; (4) [muz.;koto-muz.] samenspel van koto en shamisen (of van twee shamisens) met een halve maat verschil; (5) [muz.;koto-muz.] ensemble van twee of drie composities
整備 seibi (1) voorbereiding; preparatie; voorzorg; inrichting; uitrusting; outillering; toerusting; uitmonstering; voorziening; [i.h.b.] ontwikkeling; (2) onderhoud; instandhouding; nazorg; servicing; servicebeurt; onderhoudsbeurt; kleine beurt
準備 junbi voorbereiding; toebereiding; klaarmaking; toebereidselen; voorbereidsel; voorziening; voorzorg; preparatie; preparatieven
献立 kondate (1) menu; menukaart; spijskaart; (2) programma; plan; voorbereiding
用意 youi (1) voorbereiding; voorbereidsel; preparatie; toebereidsel; preparatieven; (2) zorgzaamheid; gereedheid; (3) klaar? [frase bij de start van een wedstrijd om tot paraatheid te manen]
賄い makanai (1) maaltijdverstrekking; dinerverzorging; catering; kost; (2) maaltijdverstrekker; cateraar; (3) voorbereiding; bereiding; verzorging; beheer; (4) tafelbediening; bediening aan tafel; (5) kelner; serveerster; (6) lapmiddel; noodoplossing; (7) last; zorg; (8) [scheepv.] purser; (9) maal voor restaurantpersoneel; stafmaaltijd
足固め ashigatame (1) oefenen; trainen van de wandelspieren; wandeloefening; (2) [judo;worstelen] beenklem; (3) voorbereiding; grondwerk; (4) horizontale vloerbalk; vloerligger; (5) opkikkertje geserveerd tijdens een partijtje kemari 蹴鞠
足馴らし ashinarashi (1) loopoefening; wandeloefening; (2) opwarming; voorbereiding; training
造成 zousei [宅地の] ontwikkeling; aanleg; bebouwing; voorbereiding; ontginning