日蘭辭典+

36 resultaten voor ‘veld’
日蘭辭典 (trefwoord)
ya
zn. veld. ¶ 野に在る niet in gouvernementsdienst zijn; geen functie hebben. ¶ 野に下る uit dienst gaan; aftreden.
hatato礑と

bw. (1) [音] met een klap. (2) [突然] plotseling. [全然] geheel. ¶ 礑と實感する niet weten, wat te doen; uit het veld geslagen zijn.

kōya曠野

zn. wijde veld o.

yagai野外

zn. het veld o.; de vrije natuur v.; bw. buiten; in de open lucht. ¶ 野外勤務 velddienst. ¶ 野外説敎者 veldprediker. ¶ 野外學校 openlucht-school.

uchijini討死

zn. dood op het slagveld; sneuvelen o. ¶ 討死する sneuvelen; in den strijd gedood worden. ¶ 美事に討死する vallen op het veld van eer.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <veld>
グラウンド guraundo (1) terrein; veld; piste; speelplaats; (2) sportveld; speelveld; honkbalveld; voetbalveld; (3) stadion
グランド gurando (1) terrein; veld; piste; speelplaats; (2) sportveld; speelveld; honkbalveld; voetbalveld; (3) stadion; (4) groot-; grand
コート kōto (1) jas; overjas; mantel; (2) baan; tennisbaan; veld; terrein
ピッチ pitchi (1) intensiteit; tempo; (2) [honkb.] worp; pitch; (3) [muz.] toonhoogte; hoogte; (4) regelmatige afstand; verhouding; [スクリューの] spoed; [歯車の] steek; (5) [bergsport] pitch [= afstand tussen twee zekeringspunten]; (6) [voetb.;hockey] terrein; sportterrein; veld; grasmat; (7) pek; (8) personal handyphone system; PHS
フィールド fīrudo veld
分野 bun'ya terrein; domein; gebied; veld; vlak; vak; tak; branche; sector
升目;枡目;桝目 masume (1) maat; (2) ruitje; hokje; veld; cel
原っぱ harappa veld; open land; vlakte
gen (1) origineel; oorspronkelijk; oer-; basis-; grond-; (a) vlakte; veld; grasland; braakland; woestenij; (b) bron; begin; oorsprong; (c) basis; (d) [afk.] atoom; kernenergie
台頭する taitōsuru (1) de kop opsteken; het hoofd omhoogsteken; z'n hoofd verheffen; zich vertonen; op de voorgrond treden; (2) opkomen; opgang maken; opgeld doen; veld; terrein winnen; vooruitgaan
ken (1) sfeer; kring; domein; gebied; terrein; veld; zone; bereik; blok; (a) kring; gebied; (b) bolletje; kringetje
en (1) tuin; gaard; gaarde; [Belg.N.] hof; (a) veld; akker; boomgaard; plantage; (b) tuin; park; (c) recreatieterrein; campus; (d) suffix achter een tuinnaam; of achter de naam van het huis van een geleerde; (e) graf van een vorstelijk persoon
ji (1) grond; aarde; bodem; (2) streek; land; (3) basis; fundering; grondslag; (4) natuurlijke huid; (5) ondergrond; grondlaag; fond; veld; (6) stof; weefsel; textiel; (7) aard; karakter; (8) grondtekst; (9) werkelijkheid; realiteit; feit; (10) [go] ingenomen gebied; (11) muzikale begeleiding bij Japanse dans; (12) [Jap.muz.] motief; (13) [shamisen-muz.] grondtoon; (14) [nō-theater] koorgezang; koorzang; koorlied; koorstuk; (15) jiai-recitatie [= intonering onder shamisen-begeleiding]; (a) grond; aarde; land; (b) streek; plaats; (c) [boeddh.] bhūmi [= stadium binnen iems. religieuze ontwikkeling]; (d) grondstof; onbewerkt materiaal; (e) aard; karakter; natuur
埋蔵 maizō (1) vindplaats; laag; [i.h.b.] ertslaag; ader; afzetting; veld; (2) [wisk.] inbedding
-terrein; -veld; -plaats; -ruimte; -perk; -stadium; [i.h.b.] -baan; [i.h.b.] -droom; [i.h.b.] -piste; [m.b.t. golf] -links
ba (1) plek; plaats; [i.h.b.] zitplaats; (2) ruimte; plaats; (3) omstandigheden; gelegenheid; (4) [ton.;film] scène; (5) beursvloer; beurssessie; effectenhandel; effectenmarkt; (6) veld; terrein
小野 ono (1) veld; vlakte; (2) Ono
広原 kōgen uitgestrekte; brede vlakte; open landschap; terrein; veld
枡;升;斗 masu (1) maat; maatbak voor droge; natte waren; (2) [ton.] loge; logeplaats; (3) hokje; vak; veld; ruit; cel; (4) [maatwoord voor logeplaatsen;waarbij 1 masu doorgaans plaats biedt aan 4 toeschouwers]
ran (1) rubriek; kolom; -berichten; kroniek; (2) vakje; hokje; plaats; ruimte; veld
田園;田苑 den'en (1) veld; het open land; akkers; (2) landelijk gebied; platteland; provincie; [Belg.N.;spreekt.] buiten; (3) de Pastorale [ondertitel van Beethovens zesde symfonie]
den (a) rijstveld; veld; akker; (b) winplaats
kai (1) omsloten ruimte; gebied; terrein; veld; domein; zone; sector; rijk; (2) vereniging; gezelschap; gemeenschap; kring; wereld; (3) grens; scheiding; (4) [boeddh.] dhātu; (5) liniëring; lijn [op papier]; (6) hulplijn; hulpstreep; (7) [biol.] Rijk; regnum; (8) [geol.] groep [lithostratigrafische eenheid]; (a) scheiding; afbakening; grens; (b) ruimte; sfeer; groep; gemeenschap
畑;畠 hatake (1) akker; veld; land; akkerland; [i.h.b.] plantage; (2) domein; gebied; terrein; branche; vak; (3) schoot; baarmoeder
範囲 han'i bereik; omvang; bestek; sfeer; veld; kader; terrein; domein; gebied; kring; perken; grens; reikwijdte; scope; extensie; draagwijdte; [fig.] dracht; omvang; strekking; gamma
野原 nohara veld; vlakte; prairie; woeste grond
野外 yagai (1) open land; buitenlucht; open lucht; vrije natuur; (2) outdoor-; openlucht-; buiten-; veld-
野良 nora (1) veld; land; (2) akker; akkerland; akkerveld; bouwland; bouwveld; [Belg.N.] kouter; (3) boeren-; akker-; veld-; [i.h.b.] zwerf-
no (1) vlakte; (2) wildernis; woestenij; (3) akker; veld; land; landerijen; [lit.t.] landouw; (4) wild(e) ~; veld-
ya (1) vlakte; veld; (2) private sector; niet-gouvernementeel domein; (3) ruw; onbewerkt; (a) vlakte; veld; (b) particulier; niet-gouvernementeel; (c) natuurstaat; (d) naturel; onbewerkt; ruw; (e) wild; onstuimig; (f) domein; veld; (g) provincie Shimotsuke
領域 ryōiki (1) territorium; territoir; domein; grondgebied; gebied; areaal; revier; (2) terrein; domein; gebied; branche; veld
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.58 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 31 treffers (zoekopdracht: 'veld'). 
2005-2026