日蘭辭典+

30 resultaten voor ‘figuur’
日蘭辭典 (trefwoord)
yasasugata優姿
zn. elegante verschijning v.; bevallig figuur o.
karada
(体) zn. (1) [身體] lichaam o.; lijf v. (2) [體質] gestel o. ¶ 體に好い goed voor de gezondheid. ¶ 體の lichamelijk. ¶ 體中 over het geheele lichaam. ¶ あの人は體が丈夫だ hij heeft een sterk gestel. ¶ 體附き gestalte; houding; figuur.
menboku面目
zn (1) [名譽] waardigheid v.; eer v. (2) [顏色] gezicht o. ¶ 面目なる zijn familie tot eer strekken. ¶ 面目關する de eer is er mede gemoeid. ¶ 面目保つ zijn eer hoog houden; (俗) zijn figuur redden. ¶ 面目失ふ een gek figuur slaan; beschaamd staan. ¶ 面目改める een geheel ander aanzien krijgen.
kyōhaku巨擘

zn. ster v.; leidende figuur v.; autoriteit v.

zu

(図) zn. (1) [地圖] kaart v. (2) [繪圖] teekening v. (3) [圖面] plattegrond m. (4) [思想] doel o. ¶ 第一圖 figuur een; fig. 1. ¶ 横斷圖 dwarse doorsnede; diagram. ¶ 圖で示す grafisch voorstellen; uitteekenen. ¶ 圖を引く teekening maken; kaart teekenen. ¶ 圖に乘る triomfeeren; trotsch zijn op zijn succes. ¶ 圖を知らぬ aanmatigend; onhebbelijk.

yoshi容姿

zn. gestalte v.; figuur o.

tsura-no-kawa面の皮

zn. gezichtshuid v. ¶ 厚い schaamteloos; onbeschaamd; dikhuidig. ¶ を剝く beschaamd maken; een toontje lager laten zingen. ¶ いいだ wat een mooi figuur sla ik dan!

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <figuur>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
がたい gatai (1) lichaamsbouw; bouw; lichaamsgestel; gestel; lichaamsvorm; lijf; figuur; fysiek; [Belg.N.;spreekt.] carrure; (2) [biol.] blasteem; (3) moeilijk te …
キャラクター kyarakutaa (1) karakter; aard; inborst; natuur gemoed; (2) [物語;映画;漫画の] personage; figuur; rol; [ton.] karakter
スタイル sutairu (1) stijl; trant; wijze; [i.h.b.] schrijfstijl; [i.h.b.] schrijftrant; [i.h.b.] schrijfwijze; (2) stijl; mode; vogue; snit; (3) figuur; bouw; (lichaams)vorm
モチーフ mochiifu (1) [kunst] motief; gegeven (van een kunstwerk); (2) [muz.] motief; figuur; thema; (3) dessin; patroon
人物 jinbutsu (1) figuur; persoon; individu; personage; sujet; (2) persoonlijkheid; personaliteit; karakter; (3) sterke persoonlijkheid; man van karakter; grote geest; figuur; bekwaam iemand; natuurtalent
人;ヒト hito (1) mens; Homo sapiens; (2) persoon; mens; ziel; sterveling; [oorspr.bijb.] mensenkind; [oneig.] man; [oneig.] vrouw; figuur; individu; type; iemand; (3) karakter; inborst; aard; persoonlijkheid; [i.h.b.] talent; (4) de mensen; hij of zij; iemand anders; de andere; men; je
体付き karadatsuki lichaamsbouw; lichaamsgestel; bouw; figuur; fysiek; [Belg.N.;spreekt.] carrure
体形 taikei (1) vorm; figuur; bouw; fysiek; (2) lichaamstype; lichaamsvorm; lichaamsbouw; [geneesk.] habitus; somatotype
体格 taikaku lichaamsbouw; lichaamsgestel; gestel; lichamelijke gesteldheid; fysiek; bouw; postuur; vorm; figuur; maat
体;躰 tai (1) lichaam; lijf; (2) staat; toestand; gesteldheid; (3) vorm; voorkomen; gedaante; stijl; (4) wezen; essentie; substantie; aard; natuur; (5) [taalk.] substantief; substantivum; (6) sterkte; kloekheid; ruggengraat; (7) [ikebana] bovenste leidtak; (8) [wisk.] lichaam; (9) [maatwoord voor goden- en boeddhabeelden;lijken e.d.]; (a) lichaam; ledematen; (b) gedaante; vorm; (c) figuur; voorwerp; (d) wezen; essentie; substantie; (e) orgaan; organisatie; (f) lichamelijke opvoeding
図柄 zugara patroon; dessin; tekening; figuur
zu (1) tekening; schets; figuur; illustratie; schema; [i.h.b.] kaart; [i.h.b.] grafiek; [i.h.b.] diagram; (2) schouwspel; aanblik; gezicht; (3) plannetje; intrige; (4) [maatwoord voor tekeningen;schetsen]
姿態;姿体 shitai (1) figuur; (2) pose; lichaamshouding; attitude
姿 sugata (1) figuur; gedaante; gestalte; vorm; [arch.] gestaltenis; (2) voorkomen; verschijning; aanzicht; (3) toestand; staat; gesteldheid; (4) gekleed als …; gestoken in …
容姿 youshi figuur; lichaamsvorm; bouw; lichaam; lijf; uiterlijk; voorkomen; aanschijn; verschijning
形容 keiyou (1) beschrijving; kenmerking; afschildering; (2) vorm; toestand; uiterlijk; voorkomen; figuur
gata [aangehecht aan naamwoorden en genominaliseerde vormen] -vorm; -figuur; -gestalte
kage (1) licht; schijn; maneschijn; (2) schaduw; silhouette; (3) figuur
比喩 hiyu (1) troop; trope; figuur; figuurlijke uitdrukking; overdrachtelijke aanduiding; beeldspraak; beeld; (2) tropisch gedicht [categorie binnen de Man'yōshū 万葉集]
法師 houshi (1) [boeddh.] boeddhistisch leermeester; [oneig.] goeroe; [i.h.a.] bonze; boeddhistisch priester; monnik; (2) leek in de gedaante van een geestelijke; meester; (3) jongetje; knaap; (4) -man; -figuur
aya (1) patroon; weefpatroon; dessin; motief; figuur; (2) [i.h.b.] gekeperd patroon; keperverband; dwarsgestreept patroon; visgraatmotief; (3) [taalk.] stijlfiguur; stijlversiering; stijl; beeld; bloemrijke; figuurlijke uitdrukking; trope; troop; (4) complexe verwikkeling; plot; intrige; complicatie; (5) [beurst.] kleine fluctuatie; technische verandering; (6) gedessineerde stof; [i.h.b.] keperstof; keperweefsel; gekeperd weefsel; keper; (7) afneemspel; afneemspelletje; kop-en-schotelschemerlamp; (8) [text.] leesroede; (9) onderscheid; verschil
mono persoon; figuur; personage; iemand; ene; degene; sommigen
men (1) gezicht; aangezicht; gelaat; figuur; snuit; snoet; smoel; facie; [inform.] toet; [volkst.] snufferd; [volkst.] bakkes; [vulg.] smoelwerk; [volkst.;fig.] postzegel; [Barg.] treiter; [Barg.;volkst.] ponem; [min.] tronie; [Barg.] gebbe; [Barg.] kakement; [slang] fiselefasie; [slang] fiselemie; (2) masker; mombakkes; mom; [Barg.] schiebaart; (3) masker [bij lassen;sport: kendō;honkbal enz.]; (4) pagina (van een krant); bladzijde; (5) [wisk.] oppervlakte; vlak; (6) [technol.] facet [afschuining onder een hoek van 45°]; helling; schuinte; wand; (7) kant; aspect; zijde; latus; vlak; opzicht; gebied; (8) men [klap in het gezicht: bepaalde score in het kendō]; (9) [maatwoord voor vlakke voorwerpen (bv.: spiegels;luiten;suzuri 硯 [inktstenen]; maskers; schaakborden; bundels papier; kaartspelen; tennisbanen e.d.)]
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.39 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 23 treffers (zoekopdracht: 'figuur'). 
2005-2026