日蘭辭典+

24 resultaten voor ‘solide’
日蘭辭典 (trefwoord)
daibanjaku大磐石
zn. zn. groote rots v.; solide basis v. ¶ あの會社は磐石だ die maatschappij is zeer solide.
kyōko鞏固

zn. stevigheid v.; sterkte v.; hechtheid v.; soliditeit v. ¶ 鞏固なる stevig; sterk; hecht; solide. ¶ 鞏固にする stevig maken; versterken.

tsuyoi强い

(強い) bn. (1) [強健] sterk; krachtig. (2) [堅牢] stevig; solide. (3) [力の] krachtig; gespierd. (4) [勇壯] dapper; moedig. (5) [激烈] hevig. ¶ 強く云ふ met nadruk zeggen; den nadruk leggen. ¶ 強める versterken. ¶ 強めて言ふ nog sterker zeggen. ¶ 強み kracht. ¶ 強さ kracht; intensiteit; hevigheid; sterkte. ¶ 電流の強さ stroomsterkte.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <solide>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
がっしりした gasshirishita robuust; kloek; ferm; fiks; flink; flink uit de kluiten gewassen; fors; massief; solide; solied; struis; een brok van een ~; stevig; krachtig (gebouwd); flinkgebouwd; gespierd; potig; stoer
がっしりとした gasshiritoshita robuust; kloek; ferm; fiks; flink; flink uit de kluiten gewassen; fors; massief; solide; solied; struis; een brok van een ~; stevig; krachtig (gebouwd); flinkgebouwd; gespierd; potig; stoer
どっしりした dosshirishita (1) zwaar; stevig; solide; massief; fors; flink; robuust; kloek; fiks; grof; ferm; [uitdr.] van stavast; (2) bedaard; bezadigd; geposeerd; kalm; beheerst; onverstoorbaar; sereen; (3) waardig; statig; deftig
どっしりと dosshirito (1) waardig; statig; deftig; (2) bedaard; bezadigd; geposeerd; kalm; beheerst; onverstoorbaar; sereen; (3) zwaar; stevig; solide; massief; fors; flink; robuust; kloek; fiks; grof; ferm
丈夫な joubuna (1) gezond; fit; flink; kloek; sterk; fiks; taai; kras; (2) sterk; stevig; krachtig; flink; kranig; fiks; degelijk; duurzaam; hecht; [i.h.b.] sterkgebouwd; ferm; solide; robuust; potig; fors; [niet alg.] struis
丈夫 joubu (1) gezond; fit; flink; kloek; sterk; fiks; taai; kras; (2) sterk; stevig; krachtig; flink; kranig; fiks; degelijk; duurzaam; hecht; [i.h.b.] sterkgebouwd; ferm; solide; robuust; potig; fors; [niet alg.] struis
健全 kenzen gezond; heilzaam; deugdelijk; bevorderlijk; degelijk; solide
厳重 genjuu (1) gestrengheid; strengheid; striktheid; rigourositeit; onverbiddelijkheid; heftigheid; felheid; (2) stevigheid; sterkte; degelijkheid; vastheid; (3) gestreng; streng; strikt; rigoureus; onverbiddelijk; heftig; fel; (4) stevig; sterk; degelijk; solide; vast
ko (a) vast; solide; (b) ferm; resoluut; (c) star; rigide; (d) oorspronkelijk; (e) vergrendelen; (f) [uitgang van eigenschapswoorden]
堅い katai (1) solide; vast; (2) vast en zeker; (3) in orde; rechtschapen; (4) stijf; strak; streng
堅固 kengo sterk; vast; stevig; hecht; standvastig; stabiel; solide; degelijk
堅実 kenjitsu vast; solide; stabiel; staag; degelijk; betrouwbaar; gezond
堅牢 kenrou (1) [boeddh.] Nārāyaṇa [= naam van de god Vishnoe]; (2) [boeddh.] Pṛthivī [= de aardgodin;één van de twaalf deva's]; (3) sterk; stevig; solide; kloek; robuust; fors
強固 kyouko vast; sterk; solide; stevig; krachtig; onwankelbaar; [~意志] ijzeren; onverzettelijk
当てになる ateninaru betrouwbaar; geloofwaardig; fideel; vertrouwd; geaccrediteerd; degelijk; solide; authentiek; deugdelijk; zeker; gewis; stellig
確か;慥か tashika (1) zeker; vaststaand; positief; afdoend; gewis; verzekerd; onomstotelijk; onweerlegbaar; ontegenzeglijk; ontwijfelbaar; onmiskenbaar; onbetwistbaar; pertinent; (2) betrouwbaar; te vertrouwen; geaccrediteerd; gewaarborgd; solide; gedegen; authentiek; onfeilbaar; nimmer falend; feilloos; (3) [i.c.m. 頭;気 e.d.] gezond; o.k.; degelijk; wel; in orde; (4) exact; precies; juist; nauwkeurig; (5) zeker; beslist; vast (en zeker); stellig; natuurlijk; inderdaad; toegegeven; ongetwijfeld; met zekerheid; zonder twijfel; naar alle waarschijnlijkheid; gegarandeerd; voorwaar; welzeker; zonder mankeren; [form.] voorzeker; weliswaar; (6) als ik (het) me goed herinner; als ik het wel heb; ik geloof; meen; denk; ik maak me sterk
確かな;慥かな tashikana (1) zeker; vaststaand; positief; afdoend; gewis; verzekerd; onomstotelijk; onweerlegbaar; ontegenzeglijk; ontwijfelbaar; onmiskenbaar; onbetwistbaar; pertinent; (2) betrouwbaar; te vertrouwen; geaccrediteerd; gewaarborgd; solide; gedegen; authentiek; onfeilbaar; nimmer falend; feilloos; (3) [m.b.t. 頭;気] gezond; degelijk; (4) exact; precies; juist; nauwkeurig
確りした;聢りした shikkarishita (1) stevig; vast; hecht; strak; (2) betrouwbaar; geloofwaardig; te vertrouwen; solide; stabiel; degelijk; bezadigd; bezonnen; beraden; nuchter
重厚 juukou (1) diepgang; diepzinnigheid; degelijkheid; (2) stevig; degelijk; solide; waardig; statig
頑丈 ganjou degelijk; stevig; vast; hecht; kloek; flink; sterk; krachtig; fors; robuust; potig; taai; solide; [w.g.] solied
頼もしい tanomoshii (1) betrouwbaar; geloofwaardig; te vertrouwen; geaccrediteerd; solide; authentiek; (2) beloftevol; veelbelovend; hoopgevend; belofterijk; goeds voorspellend; hoopvol stemmend
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.47 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 21 treffers (zoekopdracht: 'solide'). 
2005-2026