
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
kusetsu・苦節
zn. hechte trouw v.
tsukeru・附ける
(付ける) t.w. (1) [接合] bevestigen; hechten; vastmaken. i.w. (2) [裝ふ] uitrusten. t.w. (3) [尾行] volgen. (4) [値を] bieden. (5) [點火] aansteken. ¶ 身に附ける bij zich hebben. ¶ 鈕を附ける knoop aanzetten. ¶ ペン軸にペンを附ける pen in den penhouder steken. ¶ 帳面に附ける inboeken. ¶ 船を棧橋に著ける een schip langszij van de kade brengen. ¶ 煙草を附ける sigaar aansteken. ¶ 電燈を附ける licht aandraaien. ¶ 名を附ける naam geven, noemen. ¶ 人の後を附ける iemands spoor volgen. ¶ 氣を附ける aandacht vestigen; oppassen. ¶ 子供に財產を附ける kapitaal vastzetten op een kind. ¶ 道を附ける weg maken. ¶ 色を附ける kleuren. ¶ 値を附ける bieden voor.
tsugu・接ぐ
t.w. hechten; lasschen; voegen; aan elkaar bevestigen; enten (接木する).
SUPPLEMENT (trefwoord)
daitokai・大都会
zn. een metropool; een grote stad; de grote stad. ¶ ハバロフスク市が極東ロシアで大都会の一つです。 Habarofusuku-shi ga kyokutō de daitokai no hitosu desu. Chabarovsk is een van de grote steden van het Verre Oosten van Rusland; Chabarovsk is een metropool in het Russische verre oosten. (TTC) ¶ 東京のような大都会で借金なしでやっていくのは本当にむずかしい。 Tōkyō no yō na daitokai de shakkin nashi de yatte iku no wa hontō ni muzukashii. Het is erg lastig om in een metropool zoals Tokio rond te komen zonder geld te lenen. (TTC) ¶ 今日世界中の人々は、田舎の小さな村から出て騒々しい大都会へ移動しつつある。 Kyō sekaijū no hitobito wa, inaka no chiisana mura kara dete sōzōshii daitokai e idōshitsutsu aru. Heden ten dage zijn mensen overal ter wereld bezig te verhuizen van plattelandsdorpjes naar lawaaierige grote steden. (TTC) ¶ メガロポリスは、多くの大都市が深い関係をもって帯状に連なっている地域のこと。Megaroporisu wa, ōku no daitokai ga fukai kankei wo motte obijō ni tsuranatte iru chiiki no koto. Een megalopolis is een gebied van talrijke grote steden die hechte relaties met elkaar hebben dat zich uitstrekt in de vorm van een band; Een megalopolis is een gebied met een aaneenschakeling van talrijke grote steden met hechte onderlinge relaties. (Wikipedia)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <hecht>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
がっちり gatchiri (1) forsgebouwd; kloekgebouwd; sterkgebouwd; stevig gebouwd; ferm; fiks; (2) hecht; vast; stevig; (3) uitgerekend; uitgekookt; schrander; uitgeslapen; leep; berekenend; berekend; (4) krenterig; gierig; vrekkig
がっちりした gatchirishita (1) forsgebouwd; kloekgebouwd; sterkgebouwd; stevig gebouwd; ferm; fiks; (2) hecht; vast; stevig; (3) uitgerekend; uitgekookt; schrander; uitgeslapen; leep; berekenend; berekend; (4) krenterig; gierig; vrekkig
がっちりと gatchirito (1) fors; kloek; stevig; hecht; vast; (2) uitgerekend; uitgekookt; schrander; uitgeslapen; leep; berekenend; berekend; (3) krenterig; gierig; vrekkig
ぴたり pitari (1) zonder tussenruimte; hecht; dicht; strak; nauwsluitend; vlak (tegen); naadloos [op elkaar aansluiten]; potdicht; hermetisch; (2) precies; net; perfect; krek; exact; juist; op de kop af; geknipt; als gegoten; (3) plots; ineens; opeens; plotseling; abrupt; op slag
ピッタリ pittari (1) zonder tussenruimte; hecht; dicht; strak; nauwsluitend; vlak (tegen); naadloos [op elkaar aansluiten]; potdicht; hermetisch; (2) precies; net; perfect; krek; exact; keurig; juist; op de kop af; geknipt; (3) plots [afgelopen]; ineens; opeens [tot stilstand gekomen]; plotseling; abrupt; op slag
丈夫な joubuna (1) gezond; fit; flink; kloek; sterk; fiks; taai; kras; (2) sterk; stevig; krachtig; flink; kranig; fiks; degelijk; duurzaam; hecht; [i.h.b.] sterkgebouwd; ferm; solide; robuust; potig; fors; [niet alg.] struis
丈夫 joubu (1) gezond; fit; flink; kloek; sterk; fiks; taai; kras; (2) sterk; stevig; krachtig; flink; kranig; fiks; degelijk; duurzaam; hecht; [i.h.b.] sterkgebouwd; ferm; solide; robuust; potig; fors; [niet alg.] struis
堅固 kengo sterk; vast; stevig; hecht; standvastig; stabiel; solide; degelijk
柄 e (1) handvat; hendel; handgreep; handvatsel; steel; [plantk.] petiolus; schacht; schaft; zwengel; kruk; [鋤の] staart; (2) gevest; heft; hecht; greep
睦まじい mutsumajii (1) innig; hecht; close; (2) intiem; (3) dierbaar; geliefd; lief
確り;聢り shikkari (1) stevig; goed vastgemaakt; hecht; vast; strak; (2) [m.b.t. het onthouden] stevig; goed; deugdelijk; [m.b.t. studeren] hard; intens
確りした;聢りした shikkarishita (1) stevig; vast; hecht; strak; (2) betrouwbaar; geloofwaardig; te vertrouwen; solide; stabiel; degelijk; bezadigd; bezonnen; beraden; nuchter
確固 kakko zeker; vast; stevig; hecht; onwankelbaar; resoluut; onwrikbaar; standvastig; [veroud.] standvast
緊密 kinmitsu (1) nauw; hecht; innig; dik; (2) strikt; streng; strak; star; rigoureus
締まりのある shimarinoaru stevig; vast; hecht; compact
親密 shinmitsu (1) hechte vriendschap; vertrouwde omgang; innige verbondenheid; intimiteit; innigheid; vertrouwelijkheid; (2) hecht; innig; intiem; vertrouwd; close; dik
車の両輪 kurumanoryourin hecht; onafscheidelijk paar; onafscheidbaar duo; ± 't zijn net twee parkieten; ± twee handen op één buik
車の両輪 kurumanoryouwa hecht; onafscheidelijk paar; onafscheidbaar duo; ± 't zijn net twee parkieten; ± twee handen op één buik
頑丈 ganjou degelijk; stevig; vast; hecht; kloek; flink; sterk; krachtig; fors; robuust; potig; taai; solide; [w.g.] solied
Tijd: 1.41 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'hecht').
2005-2026
