日蘭辭典+

32 resultaten voor ‘moedig’
日蘭辭典 (trefwoord)
yūki勇氣
(勇気) zn. moed m. ¶ 勇氣ある moedig; dapper.
ki
(気) zn. (1) [力] geest m.; hart o.; ziel v. (2) [質] karakter o. (3) [分] humeur o.; stemming v. (4) [傾向] neiging v.; geneigdheid v. (5) [注意] zorg v.; aandacht v. (6) [呼吸] adem m. (7) [空] lucht v.; atmosfeer v. (8) [蒸] damp m.; uitwaseming v.(9) [香] smaak m.; geur m. (10) [精] ether m. ¶ がある lust hebben; geneigd zijn. ¶ がさす ongerust zijn. ¶ が狂ふ gek worden. ¶ が違って居る niet goedwijs zijn. ¶ がふれる buiten zich zelven zijn; niet wel bij het hoofd zijn. ¶ が長い geduldig. ¶ が拔けた afgetrokken; verstrooid. ¶ が塞ぐ somber gestemd zijn; tobben; (俗) in de put zitten. ¶ が詰まる benauwd zijn. が進む volgaarne; van ganschen harte. ¶ が進まぬ geen zin hebben. ¶ が立って居る opgewonden zijn.¶ が向く geneigd zijn; lust hebben. ¶ が濟まぬ niet op zijn gemak zijn. ¶ が重くなる gedrukt zijn; somber zijn. ¶ が遠くなる bewusteloos worden; bezwijmen; flauw vallen. ¶ が咎める niet op zijn gemak zijn; zelfverwijt gevoelen. ¶ に病む ongerust zijn. ¶ ....... するになる er toe komen om; lust krijgen om. ¶ に障る hinderen; ergeren. ¶ の強い stoutmoedig; dapper. ¶ の弱い slap. ¶ の合った gelijkgezind; sympathiek. ¶ のない zouteloos; laf. ¶ の小さい kleinmoedig.¶ の狹い bekrompen; kleinzielig. ¶ 樹の大きい grootmoedig; edelmoedig (寬大); moedig. ¶ の早い driftig; opvliegend. ¶ の好い goedhartig. ¶ の利いた behendig; knap. ¶ 變り易い wispelturig. ¶ を揉む tobben; zich bezorgd maken.¶ をゆるす aandacht laten verslappen; niet goed opletten. ¶ を勵ます moedvatten. ¶ を晴らす zich ontspannen. ¶ を養ふ geest voedenを失ふ flauw vallen; bewusteloos worden; bezwijmen; bewustzijn verliezen. ¶ を探る polsen. ¶ を變へる van opinie veranderen. ¶ を配る zijn aandacht gevestigd houden op; (俗) in de gaten houden. ¶ を持つ (心をかける) zich wijden aan.¶ を長くする geduld oefenen. ¶ を拔く verslappen. ¶ を落ちつける zijn gedachten verzamelen; tot zich zelven komen. ¶ を落す den moed verliezen; den moed laten zinken. ¶ を負ふ zich laten voorstaan op; prat gaan op. ¶ を惡くする kwalijk nemen. ¶ 人のを惡くする iemand’s gevoelens kwetsen. ¶ を利かせる een wenk begrijpen. ¶ を廻す achterdocht koesteren. ¶ を附ける goed opletten; oppassen. ¶ を附け pas op !; geef acht ! (號令). ¶ は心 neem den wil voor de daad; waardeer de goede bedoeling. ¶ 何のもなしに zonder eenige (kwade) bedoeling. ¶ に懸けるな trek je er niets van aan ! ¶ あとでがついた later viel mij in ....... . ¶ が濟んだ het is mij een pak van het hart.
dokyō度胸
zn. moed m. ¶ 度胸のある moedig; dapper. ¶ 度胸のない laf.
giyū義勇
zensen suru善戰する

(善戦する) i.w. moedig strijden.

yūto勇圖

(勇図) zn. moedig plan o.; gedurfde onderneming v.

yūretsu勇烈

zn. moed m.; stoutmoedigheid v.; dapperheid v. ¶ 勇烈なる moedig; dapper.

yūkan勇敢

zn. stoutmoedigheid v.; moed m.; dapperheid v. ¶ 勇敢なる dapper; moedig.

tsuyoi强い

(強い) bn. (1) [強健] sterk; krachtig. (2) [堅牢] stevig; solide. (3) [力の] krachtig; gespierd. (4) [勇壯] dapper; moedig. (5) [激烈] hevig. ¶ 強く云ふ met nadruk zeggen; den nadruk leggen. ¶ 強める versterken. ¶ 強めて言ふ nog sterker zeggen. ¶ 強み kracht. ¶ 強さ kracht; intensiteit; hevigheid; sterkte. ¶ 電流の強さ stroomsterkte.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <moedig>
きつい kitsui (1) intens; sterk; (2) hard; streng; zwaar; (3) strak; nauw; (4) moedig; sterk
ガッツのある gattsunoaru moedig; pittig; met ballen
健気 kenage (1) flink; ferm; kranig; [i.h.b.] voorbeeldig; bewonderenswaardig; lovenswaardig; loffelijk; verdienstelijk; (2) dapper; moedig; onverschrokken; koen; kloekmoedig; manmoedig; manhaftig; (3) standvastig; vastberaden; resoluut; (4) gezond; kloek; kras; robuust
元気 genki (1) energie; vitaliteit; levenskracht; fut; pit; pittigheid; veerkracht; kracht; (2) geestkracht; wilskracht; energieke vastbeslotenheid; (3) gezondheid; welzijn; kracht; energie; (4) moed; dapperheid; flinkheid; onverschrokkenheid; vermetelheid; vuur; kloekheid; (5) vrolijkheid; opgeruimdheid; blijheid; lichte stemming; (6) energiek; levendig; vol levenskracht; vol fut; pittig; veerkrachtig; krachtig; (7) vol van geestkracht; vol van wilskracht; vastbesloten; vastberaden; vast van wil; kordaat; (8) gezond; niet ziek; verkerend in een toestand van fysiek en psychisch welbevinden; verkerend in een toestand van volkomen welzijn; (9) moedig; dapper; onverschrokken; koen; flink; vermetel; vol vuur; kloek; (10) vrolijk; opgeruimd; in lichte stemming; blij
元気な genkina (1) energiek; levendig; levenslustig; pittig; krachtig; veerkrachtig; (2) vastbesloten; vastberaden; wilskrachtig; kordaat; (3) gezond; kloek; stevig; welvarend; (4) moedig; dapper; onverschrokken; koen; flink; vermetel; (5) vrolijk; opgeruimd; blij
凛々しい ririshii flink; kloek; dapper; moedig; manmoedig; waardig
(1) moed; durf; lef; dapperheid; courage; heldhaftigheid; heroïsme; (a) moedig; dapper zijn
勇ましい isamashii (1) dapper; moedig; heldhaftig; koen; onverschrokken; flink; (2) levendig; actief; energiek; (3) prikkelend; stimulerend; aansporend
勇敢な yūkanna dapper; moedig; kloekmoedig; kloek; koen; vermetel; onverschrokken; heldhaftig; manhaftig; [veroud.] manhaft; manmoedig; stoutmoedig; stout; fier; flink; heroïsch; heroïek
勇敢に yūkanni dapper; moedig; kloekmoedig; kloek; koen; vermetel; onverschrokken; heldhaftig; manhaftig; [veroud.] manhaft; manmoedig; stoutmoedig; stout; fier; flink; heroïsch; heroïek
勇気のある yūkinoaru moedig; dapper; heldhaftig; stoutmoedig; koen; vermetel; flink; heroïsch; heroïek; manhaftig; onverschrokken; onvervaard; onversaagd; boud
大胆 daitan (1) dapper; vermetel; moedig; driest; stoutmoedig; onversaagd; onverschrokken; stout; boud; kloek; kloekmoedig; koen; onvervaard; (2) gedurfd; gewaagd; vrijmoedig; drastisch; flink
大胆な daitanna (1) dapper; vermetel; moedig; driest; stoutmoedig; onversaagd; onverschrokken; stout; boud; kloek; kloekmoedig; koen; onvervaard; (2) gedurfd; gewaagd; vrijmoedig; drastisch; flink
思い切った omoikitta vastberaden; ferm; kordaat; moedig; gedurfd; gewaagd; vermetel; driest; onverschrokken; doortastend; ingrijpend; vergaand; diepgaand; drastisch; radicaal; krachtig
敢然 kanzen resoluut; ferm; vastberaden; vastbesloten; beslist; gedecideerd; onverschrokken; onvervaard; onversaagd; zonder schromen; boudweg; kloekmoedig; stoutmoedig; stoutweg; manhaftig; manmoedig; mans; dapper; moedig; onbevreesd; vermetel; met lef
bu (1) vechtkunsten; krijgskunst; (2) militaire macht; [meton.] zwaard; (3) dapperheid; moed; heldhaftigheid; (4) militair; krijgsman; (a) dapper; moedig; heldhaftig; (b) oorlog; militaire zaken; (c) provincie Musashi
潔い isagiyoi (1) moedig; manhaftig; dapper; sportief; ruiterlijk; gallant; waardig; goedschiks; onbezwaard; (2) zuiver; rein; (3) eerzaam; correct; netjes; integer; (4) aangenaam; prettig
潔く isagiyoku moedig; manhaftig; dapper; waardig; geredelijk; ruiterlijk; sportief; goedschiks; gelaten; geresigneerd
猛し takeshi (1) dapper; moedig; stoutmoedig; onverschrokken; (2) energiek; hevig; woest; (3) bemoedigd; gerustgesteld; (4) uitstekend; schitterend; (5) [~き事] uiterste; al het mogelijke; maximum
(1) held; dapper; moedig man; flinkerd; durver; (2) krachtig; sterk; flink; kloek; moedig; dapper; koen; manhaftig; (3) Australië; [afk.] Austr.
赳々 kyūkyū stoer; flink; dapper; moedig; kloek
雄々しい ōshii (1) mannelijk; manhaftig; viriel; een man betamend; (2) mans; dapper; kloekmoedig; moedig; heldhaftig; onvervaard; onverschrokken; heroïsch
鼻が高い hanagatakai trots; fier; prat; groots; [gew.] grootsig; [gew.] moedig; [gew.] preuts; [gew.] het in z'n peer hebben
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.88 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 23 treffers (zoekopdracht: 'moedig'). 
2005-2026