
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
yurushi・許
zn. (1) [許可] vergunning v.; verlof o. (2) [宥怒] vergeving v.; vergiffenis v. (3) [放免] verschooning v.; kwijtschelding v. (4) [免許] licentie v. ¶ 許す vergunnen; veroorloven; toelaten; (宥怒) vergeven; vergiffenis schenken; (放免) verschoonen; straf kwijtschelden; (認める) toegeven; erkennen; (緩くする) verslappen; verlichten. ¶ 許し得べき vergefelijk; verschoonbaar; toelaatbaar. ¶ 其筋から許されて met vergunning van de bevoegde autoriteiten. ¶ 入學を許す tot een school toelaten. ¶ 願を許す verzoek inwilligen; verzoek toestaan. ¶ 罪を赦す zonden vergeven. ¶ 時間の許す限り voor zoover de tijd het toelaat.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <toelaten>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
させる saseru (1) [causatief ww.] doen …; laten …; (2) toelaten; toestaan
入会させる nyuukaisaseru als lid aanvaarden; toelaten; aanwerven; werven; rekruteren; inlijven; opnemen; aantrekken
受け入れる;受け容れる ukeireru (1) ontvangen; toelaten; opnemen; aannemen; aanvaarden; accepteren; (2) inwilligen; toestaan; instemmen met; ingaan op; tegemoetkomen; verhoren; (3) opvangen; onthalen; binnenlaten; toegang geven
可 ka (1) mogelijkheid; (2) goedkeuring; instemming; voorstem; (3) [onderw.] voldoende; [Belg.N.] voldoening; [afk.] D; kan ermee door; goed genoeg; passabel; redelijk; (a) toelaten; toestaan; (b) kunnen
容認する youninsuru (1) goedkeuren; goedvinden; toestemmen in; akkoord gaan met; toelaten; (2) toegeven; erkennen; aanvaarden
承知する shouchisuru (1) begrijpen; weten; kennen; beseffen; inzien; onderkennen; snappen; verstaan; zich bewust zijn van; (2) instemmen (met); akkoord gaan; toestemmen (in); inwilligen; ingaan op; (3) toestaan; toelaten; goedkeuren; zijn fiat; goedkeuring geven aan; accepteren; over zijn kant laten gaan; [inform.] pikken
置く;措く;擱く oku (1) plaatsen; zetten; leggen; stellen; installeren; (2) laten liggen; achterlaten; (3) laten; zo laten; toelaten; toestaan; (4) oprichten; vestigen; instellen; stichten; grondvesten; openen; houden; (5) bewaren; opslaan; stockeren; conserveren; houden; een voorraad vormen; (6) (措く) uitzonderen; terzijde leggen; (7) erbij laten; er zich verder niet meer mee bemoeien; (8) tewerkstellen; werk geven; in dienst hebben; [bedienden] houden; (9) huisvesten; logeren; logies verlenen; (10) aanstellen als; [een persoon] in een zekere functie plaatsen; benoemen; (11) [soldaten] posteren; legeren; plaatsen; opstellen; (12) een tussenruimte laten; een tijdsinterval laten; tijd tussen laten; afscheiden; op een afstand houden [zie ook het suffix -oki 置き]; (13) verpanden; belenen; in onderpand geven; (14) [m.b.t. een laagje goud;zilver etc.] voorzien; beleggen; bekleden; vergulden; verzilveren; (15) [m.b.t. dauw;rijp;rijm;nachtvorst etc.] zich vormen; (16) iets op voorhand doen; iets alvast doen [na een て-vorm van een werkwoord]; (17) (擱く) stoppen met schrijven; de pen neerleggen; een brief afsluiten
許す;赦す;聴す yurusu (1) door de vingers zien; dulden; vergeven; niet kwalijk nemen; pardonneren; verontschuldigen; (2) toelaten; vergunnen; erkennen; aanvaarden; toestaan; toestemming geven voor; verlenen; veroorloven; toestemmen in; inwilligen; verhoren; (3) [zijn aandacht] verslappen; zwichten voor; zich geven aan; [de tegenstander een winstpunt] gunnen; [iemand zijn vertrouwen] schenken; (4) erkennen [als uitmuntend]; accrediteren als
許可する kyokasuru (1) toestemmen; (2) goedkeuren; (3) bekrachtigen; (4) een licentie geven voor; machtigen; autoriseren; (5) toelaten
許容する kyoyousuru (1) toelaten; toestaan; permitteren; veroorloven; (2) tolereren; dulden; gedogen
許諾する kyodakusuru toestaan; toestemmen; z'n goedkeuring geven; goedkeuren; akkoord gaan; instemmen; inwilligen; toelaten; vergunnen; veroorloven; z'n fiat geven
認 nin (a) toelaten; erkennen; (b) onderscheiden; uiteenhouden
認める mitomeru (1) opmerken; zien; bespeuren; bekennen; waarnemen; in de gaten hebben; getuige zijn van; (2) [schuldig enz.] bevinden; vinden; achten; menen; oordelen; beschouwen; aanzien; houden voor; van mening zijn dat; (3) toegeven; erkennen; inzien; aanvaarden; accepteren; aannemen; honoreren; bekrachtigen; goedkeuren; toelaten; toestaan; sanctioneren; (4) erkennen; waarderen; appreciëren
認可する ninkasuru (1) goedkeuren; toelaten; permitteren; vergunnen; (2) autoriseren; machtigen; sanctioneren; fiatteren
Tijd: 1.62 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 14 treffers (zoekopdracht: 'toelaten').
2005-2026
