RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vergeven>
一服盛る ippukumoru [相手に~] vergiftigen; vergeven; intoxiceren; een poeiertje ingeven; [lit.t.] vergiften; gif toedienen
仮 ka (a) vervangingsmiddel; noodmiddel; provisorium; (b) voorlopig; (c) lenen; (d) vergeven
勘弁する kanbensuru (1) vergeven; excuseren; niet kwalijk nemen; door de vingers zien; (2) toestaan; dulden; gedogen; verdragen; voor lief nemen; (3) niet belasten met; niet doen ondergaan; besparen
堪える;怺える koraeru (1) dulden; verdragen; tolereren; verduren; (2) bedwingen; onderdrukken; inhouden; tegenhouden; (3) vergeven; vergiffenis schenken; verschonen; verontschuldigen; lankmoedig zijn; toegevend zijn
堪忍する kanninsuru (1) geduld hebben met; geduld aan de dag leggen; lijdzaamheid gebruiken; verdragen; tolereren; dulden; (2) vergeven; niet kwalijk nemen; verontschuldigen; excuseren
大目に見る ōmenimiru door de vingers zien; de ogen sluiten (voor); een oogje dichtknijpen; dichtdoen; dichtdrukken; toedrukken; toeknijpen; oogluikend toelaten; dulden; stilzwijgend laten passeren; voorbijzien; heen laten lopen; voorbijgaan aan; gedogen; toegeeflijk zijn; even de andere kant op kijken; over zijn kant laten gaan; met de mantel der liefde bedekken; pardonneren; vergeven; negeren
宥める nadameru (1) niet aanrekenen; vergoelijken; door de vingers zien; vergeven; (2) sussen; tot bedaren brengen; kalmeren; geruststellen; apaiseren; paaien; stillen; gunstig stemmen; (3) bemiddelen; tussenbeide komen; verzoenen; (4) regelen; schikken
容赦する yōshasuru vergeven; genade; vergiffenis schenken; kwijtschelden; gratie verlenen; kwartier geven; begenadigen; niet kwalijk nemen; excuseren; door de vingers zien; voorbijgaan aan; begrip tonen
容 yō (a) inbrengen; (b) inhoud; (c) vorm; uiterlijk; (d) verhoren; aanvaarden; vergeven; (e) innerlijke rust; (f) eenvoudig
毒殺する dokusatsusuru vergiftigen; vergeven; door gif doen sterven; vermoorden
許す;赦す;聴す yurusu (1) door de vingers zien; dulden; vergeven; niet kwalijk nemen; pardonneren; verontschuldigen; (2) toelaten; vergunnen; erkennen; aanvaarden; toestaan; toestemming geven voor; verlenen; veroorloven; toestemmen in; inwilligen; verhoren; (3) [zijn aandacht] verslappen; zwichten voor; zich geven aan; [de tegenstander een winstpunt] gunnen; [iemand zijn vertrouwen] schenken; (4) erkennen [als uitmuntend]; accrediteren als
赦免する shamensuru vergeven; genade; vergiffenis schenken; gratie; absolutie verlenen; kwijtschelden; absolveren; begenadigen; [i.h.b.] vrijspreken; in vrijheid stellen
飲ませる nomaseru (1) doen drinken; laten drinken; te drinken geven; drenken; (2) op een drankje trakteren; een drankje aanbieden; op wijn onthalen; (3) [薬を] toedienen; geven; doen innemen; (4) [毒を] vergiftigen; vergeven; vergif toedienen; ingeven; (5) [乳を] zogen; borstvoeding geven; de borst geven