bw. (1) [約] ongeveer; omstreeks. (2) [同じ位] zooveel als; zoozeer als. ¶ 位の高い人 iemand van hoogen rang. ¶ 十哩位 ongeveer tien mijl. ¶ どの位かゝつたか hoeveel heeft het zoowat gekost? ¶ 私位馬鹿な者はない niemand is grooter ongeluksvogel dan ik. ¶ それ位の事 zoo'n kleinigheid.
bw. naar hartelust; zonder zich te beperken. ¶ 存分に泣く tranen den vrijen loop laten. ¶ 思ふ存分つた次 zooveel als ik maar kon.
zn. hulpverleening v.; plan om nog te redden, wat te redden is. ¶ 善後策を講ずる nog redden, wat te redden valt; de gevolgen van het gebeurde zooveel mogelijk beperken.
Tijd: 1.43 sec. jiten.nl: 5 treffers, (zoekopdracht: 'zooveel').