
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
ichimon・一文
zn. een duit m. ¶ 一文無し geen duit; geen cent. ¶ 一文吝み misplaatste zuinigheid op kleinigheden. ¶ 一文吝みの百失ひ groot verlies leiden door misplaatste zuinigheid.
kinshō・僅少
wazuka・僅
zn. kleine hoeveelheid v.; weinig o.; beetje o.; geringe graad m. ¶ 僅の weinig; onbeduidend; gering. ¶ 僅に slechts; alleen maar; niet meer dan. ¶ 僅な傷 lichte wond. ¶ 僅な事 onbeduidende zaak. ¶ 僅三年の內に in den korten tijd van drie jaar; in slechts drie jaren tijds. ¶ 僅に免る ternauwernood ontsnappen. ¶ 僅十箇しかない er zijn er maar tien. ¶ 僅だが君に上げよう hier is een kleinigheid voor je.
tsumaranai・詰らない
bn. (1) [價値無き] nutteloos; waardeloos; tot niets nut. (2) [けちな] onbeduidend; mieserig. (3) [無趣味] onbelangrijk; niet interessant. (4) [馬鹿げた] dwaas; zinneloos. ¶ 詰らない奴 een vent van niets. ¶ 詰らない本 onbeduidend boek. ¶ 詰らぬ事に騷ぐ zich opwinden over een kleinigheid. ¶ 人生を詰らなく思ふ het leven moede zijn; niets meer om het leven geven.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <kleinigheid>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
只事 tadagoto zaak van weinig belang; gewone; alledaagse; banale; triviale dingen; bijzaak; onbenulligheid; onbeduidendheid; banaliteit; futiliteit; kleinigheid; trivialiteit; allotria; bagatel; beuzelarij; akkefietje; wissewasje
子供騙し kodomodamashi (1) [lett.] kinderbedrog; (2) doorzichtige truc (waar enkel een kind in zou trappen); boerenbedrog; zoethoudertje; (3) kleinigheid; bagatel; wissewasje
小額 shougaku klein bedrag; kleine som; kleintje; habbekrats; prik(je); schijntje; kleinigheid; [muntw.] kleine coupure
彼れ式 areshiki (1) kleinigheid; bagatel; futiliteit; nietigheid; [~の] zo banaal; van zo weinig belang; zo'n gering; dat beetje; (2) die manier; die wijze; die aanpak
心許り kokorobakari (1) kleinigheid; (2) naar hartelust; zoveel als het hart begeert; zoveel men wil; (3) enkel het hart; slechts het gemoed
志 kokorozashi (1) wil; wens; (2) intentie; opzet; voornemen; zin; streven; ambitie; aspiratie; (3) vriendelijkheid; welwillendheid; goedheid; attentheid; (4) kleinigheid; aardigheid; presentje; klein geschenk; kleine attentie
施物 semotsu aalmoes; gave; liefdegave; kleinigheid
施物;施し物 hodokoshimono aalmoes; gave; liefdegave; kleinigheid
裏目 urame (1) schaalverdeling op de achterkant van een winkelhaak; (2) kleinigheid; iets onbeduidends; niemendal; (3) ogen op het naar onderen gekeerde vlak van een dobbelsteen
黒子 kokushi (1) moedervlekje; vlekje; (2) kleinigheid; ziertje; beetje; schijntje
Tijd: 1.69 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 10 treffers (zoekopdracht: 'kleinigheid').
2005-2026
