日蘭辭典+

38 resultaten voor ‘gering’
日蘭辭典 (trefwoord)
iyashii卑しい
bn. laag; gering; verachtelijk; vulgair. ¶ 卑しいからぬ fatsoenlijk.
kasuka微か
(かすか) bn. gering; flauw; onduidelijk; vaag. ¶ 微かな似寄り flauwe gelijkenis. ¶ その微かに覺えてゐます ik heb er een vage herinnering van; ik herinner het me flauw.
kinshō僅少
zn. kleinigheid v.; bagatel o. ¶ 僅少の weinig; gering; onbeduidend.
hisen卑賤
(卑賎) zn. lage positie v. ¶ 卑賤の laag; gering; min. ¶ 卑賤の輩 het geringe volk. ¶ 卑賤より起る zich omhoog werken uit een geringe omgeving.
kozei小勢

zn. kleine macht v.; klein aantal menschen; geringe sterkte v.

wazuka

zn. kleine hoeveelheid v.; weinig o.; beetje o.; geringe graad m. ¶ 僅の weinig; onbeduidend; gering. ¶ 僅に slechts; alleen maar; niet meer dan. ¶ 僅な傷 lichte wond. ¶ 僅な事 onbeduidende zaak. ¶ 僅三年の內に in den korten tijd van drie jaar; in slechts drie jaren tijds. ¶ 僅に免る ternauwernood ontsnappen. ¶ 僅十箇しかない er zijn er maar tien. ¶ 僅だが君に上げよう hier is een kleinigheid voor je.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <gering>
些か isasaka (1) een beetje; iets; ietsje; wat; lichtjes; enigszins; in zekere mate; (2) [~も…ない] helemaal niets; volstrekt niet; niet in het minst; niet de minste …; geenszins; (3) gering; weinig
ちっこい chikkoi [spreekt.] klein; gering
ちょっとした chottoshita (1) onbenullig; onbelangrijk; onbeduidend; onbetekenend; te verwaarlozen; licht; gering; klein; (2) behoorlijk; niet onaardig; verdienstelijk; flink; aanzienlijk; respectabel; best een goed ~
itsu (1) één; (2) eenheid; geheel; gelijkheid; (3) een en ander; iets anders; (a) één; (b) eerste; (c) bundeling; verenigen; (d) puur; exclusief; (e) een of ander; (f) gering
kai (a) ertussen komen; (b) helpen; assistentie; (c) pantser; harnas; (d) stug; ferm handhaven; (e) alleen; (f) gering
僅々 kinkin (1) weinig; amper; nauwelijks; (2) weinig; gering; luttel
僅か;纔か wazuka (1) weinig; wat; beetje; schijntje; ietsje; luttel; greintje; ietwat; enigermate; enigszins; (2) gering; klein; licht; schaars; karig; amper; nauwelijks; maar net; ternauwernood; (3) krap; nauw; eng; (4) slechts; maar; enkel
僅かな;纔かな wazukana (1) weinig; wat; beetje; schijntje; ietsje; luttel; greintje; (2) gering; klein; licht; schaars; karig; (3) krap; nauw; eng
区々 kuku (1) gering; klein; weinig; (2) pietluttig; pietepeuterig; teuterig; moeilijk; precies; (3) divers; verschillend; bont; uiteenlopend; verscheiden; ongelijksoortig; gevarieerd; (4) wijs; verstandig
問題にならない mondaininaranai (1) er is geen sprake van; daar komt niets van in; daar is geen kwestie van; daar kunnen we niet aan beginnen; dat is er niet bij; niets daarvan; 't is godsonmogelijk; dat is te(n) enen male onmogelijk; dat is uit den boze; dat is uitgesloten; daar valt niet aan te denken; dat komt niet in aanmerking; (2) daar komt het niet op aan; dat is van geringe betekenis; niets bijzonders; geen punt; geen probleem; (3) onbetekenend; onbeduidend; onbelangrijk; onaanzienlijk; verwaarloosbaar; niet noemenswaardig; te verwaarlozen; miniem; minimaal; gering; luttel; het overwegen niet waard zijn; de aandacht niet waard zijn; niet meetellen; weinig in tel zijn; niet (veel) in tel zijn; [Belg.N.] van geen tel zijn
安い;廉い yasui (1) goedkoop; voordelig; schappelijk; laaggeprijsd; redelijk (geprijsd); billijk; profijtig; zacht [prijsje]; laag [b.v. interest]; bon-marché; [inform.] gepikt; (2) onbekommerd; onbezorgd; zonder zorgen; op zijn gemak; zorgeloos; [m.b.t. gemoed] luchtig; (3) kalm; rustig; [m.b.t. verloop] onbewogen; bedaard; (4) nederig; eenvoudig; onaanzienlijk; gering; ondergeschikt; minder(waardig); laag(geboren); inferieur; min [denken over iemand]; (5) grof; gemeen; plat; laag; laag-bij-de-gronds; vulgair; goedkoop; ordinair; onbehoorlijk; obsceen; onbeschaafd; [m.b.t. taal] ongekuist; beneden alle peil; laaghartig; smerig; vuig; platvloers; schunnig; vunzig
小さい chīsai (1) klein; gering; licht; onbeduidend; bescheiden; [m.b.t. stem] zacht; (2) klein; jong
小さな chīsana (1) klein; gering; licht; onbeduidend; bescheiden; [m.b.t. stem] zacht; (2) klein; jong
少しの sukoshino (1) een beetje; wat; een weinig; een kleine hoeveelheid; een vleugje; een zweempje; (2) een paar; enkele; enig; een klein aantal; (3) gering; onbeduidend; onbelangrijk; te verwaarlozen
少ない;尠い sukunai weinig; gering; luttel; min; karig; [fig.] beperkt; [fig.] klein; [oneig.] schaars; [oneig.] zeldzaam
shō (a) gering; weinig; oligo-; (b) jong; jeugdig; (c) afnemen; teruglopen; (d) onder-; vice-
幽か kasuka nauwelijks waarneembaar; flauw; vaag; onduidelijk; zwak; gering; dof; wazig
bi (1) kleinste kleinigheden; fijnste details; finesses; (2) geringheid; karigheid; zwakheid; (3) miljoenste; micro-; (a) enorm klein; fijn; (b) gering; karig; (c) flauw; vaag; (d) lagere in rang; stand; (e) onopvallend; discreet; (f) achteruitgaan; (g) [hum.] mijn bescheiden …
微弱 bijaku zwak; gering; flauw; licht
心許りの kokorobakarino onbeduidend; onbelangrijk; klein; gering
怪しい ayashii (1) vreemd; mysterieus; wonderlijk; fascinerend; (2) raar; eigenaardig; bizar; zonderling; eng; griezelig; (3) verdacht; suspect; dubieus; twijfelachtig; kwestieus; (4) intiem; amoureus; (5) dreigend; onzeker; bedenkelijk; onheilspellend; (6) onbetrouwbaar; niet te vertrouwen; ongeloofwaardig; [彼の英語は] niet zo goed; gebrekkig; (7) ongewoon; zeldzaam; (8) schamel; pover; (9) onbehoorlijk; onfatsoenlijk; ongepast; (10) onaanzienlijk; ordinair; gering
瑣末;些末 samatsu onbelangrijk; onbeduidend; onbetekenend; onbenullig; nietszeggend; futiel; gering; irrelevant
瑣末な;些末な samatsuna onbelangrijk; onbeduidend; onbetekenend; onbenullig; nietszeggend; futiel; gering; irrelevant
粗末 somatsu (1) grof; van mindere; inferieure kwaliteit; pover; schamel; sjofel; shabby; eenvoudig; gering; bescheiden; nederig; sober; povertjes; armoedig; armetierig; achenebbisj; ordinair; (2) onachtzaam; onheus; ruw; grof; lomp; slordig; cru; hardhandig; (3) roekeloos; nonchalant; onachtzaam; onzorgvuldig; slordig; verspillend; verkwistend
粗末な somatsuna (1) grof; van mindere; inferieure kwaliteit; pover; schamel; sjofel; shabby; eenvoudig; gering; bescheiden; nederig; sober; povertjes; armoedig; armetierig; achenebbisj; ordinair; (2) onachtzaam; onheus; ruw; grof; lomp; slordig; cru; hardhandig; (3) roekeloos; nonchalant; onachtzaam; onzorgvuldig; slordig; verspillend; verkwistend
細い hosoi (1) smal; dun; fijn; nauw; nauwsluitend; fijngebouwd; (2) gering; weinig; (3) klein; zwak
細かい komakai (1) klein; fijn; (2) gedetailleerd; minutieus; nauwgezet; tot in de details gaand; tot in de bijzonderheden gaand; (3) streng; rigoureus; strikt; nauwkeurig; (4) krenterig; gierig; overdreven zuinig; overdreven spaarzaam; op de penning; (5) pietluttig; van weinig belang; onbeduidend; nietig; futiel; armzalig; gering; klein; (6) delicaat; subtiel; verfijnd; fijn
細やかな sasayakana klein; bescheiden; gering; beperkt; nietig; futiel; petieterig; miezerig; minuscuul; mini-
若い wakai (1) jong; jeugdig; juveniel; (2) pril; immatuur; onvolgroeid; onrijp; ongerijpt; onvolwassen; groen; (3) jong uitziend; fris; (4) [m.b.t. getallen] klein; gering; laag
usu (1) dun; (2) [concentratie;dichtheid] licht; (3) [mate] licht; (4) vaag; flou; enigszins; (5) weinig; gering
軽度の keidono licht; gering; mild
kei (1) lichte wagen; auto [= max. 3,4 m lang;1,48 m breed;2 m hoog;en met een max. cilinderinhoud van 660 cc]; (2) licht; (3) gering; klein; onbeduidend; (a) licht; (b) luchtig; (c) eenvoudig; simpel; (d) oppervlakkig; niet diepgaand; (e) geringschatten; minachten
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 2.25 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 32 treffers (zoekopdracht: 'gering'). 
2005-2026