日蘭辭典+

50 resultaten voor ‘klein’
日蘭辭典 (trefwoord)
chiisai小さい
bn. klein; onbeduidend. ¶ 気が小さい verlegen. ¶ 小さくなる kleiner worden.
akago赤子
zn. zuigeling (乳飮兒) m.; klein kindje o.
akanbō赤ん坊
zn. klein kindje o.; zuigeling (乳飮兒) m.
kogata小形
(小型) zn. kleine afmeting v. ¶ 小形の klein.
kotsuzumi小鼓

zn. kleine trom v.

ko-uri小賣

(小売) zn. verkoop in het klein; detailverkoop m.; detailleering v. ¶ 小賣人 wederverkooper. ¶ 小賣營業 detailhandel; kleinhandel. ¶ 小賣相場 detailprijs.

koyoriai小寄合

zn. klein, uitgelezen gezelschap o.

koyō小用

zn. kleine boodschap (小便) v. ¶ 小用する kleine boodschap doen.

kozei小勢

zn. kleine macht v.; klein aantal menschen; geringe sterkte v.

kozeni小錢

(小銭) zn. klein geld o.; pasmunt (補助貨幣) v.

kozukuri小作り

zn. kleine gestalte v. ¶ 小作りの klein; klein van gestalte.

kuchiyogoshi口汚し

zn. hapje o.; klein stukje o.

zunguri-shitaづんぐりした

bn. gedrongen; klein en dik.

zako雜魚

(雑魚) zn. kleine vischjes o.mv. ¶ 雜魚寢する door elkaar liggen te slapen.

yōji幼兒

(幼児) zn. zuigeling m. & v.; klein kind o. ¶ 幼兒洗禮 kinderdoop.

yōjo幼女

zn. klein meisje o.

yōbi幼微
wazuka

zn. kleine hoeveelheid v.; weinig o.; beetje o.; geringe graad m. ¶ 僅の weinig; onbeduidend; gering. ¶ 僅に slechts; alleen maar; niet meer dan. ¶ 僅な傷 lichte wond. ¶ 僅な事 onbeduidende zaak. ¶ 僅三年の內に in den korten tijd van drie jaar; in slechts drie jaren tijds. ¶ 僅に免る ternauwernood ontsnappen. ¶ 僅十箇しかない er zijn er maar tien. ¶ 僅だが君に上げよう hier is een kleinigheid voor je.

waishō矮小

zn. dwergachtigheid v. ¶ 矮小の dwergachtig; klein.

ukeuri請賣

(受け売り) zn. verkoop in ’t klein; wederverkoop m.; plagiaat (學說の) o. ¶ 請賣する detailleeren; wederverkoopen; uit de tweede hand leveren; (知識の) ontleenen aan; napraten van. ¶ 請賣業 kleinhandel; verkoop van patentmedicijnen.

tsumami

zn. (1) [一撮] prise v.; klein beetje o. (2) [把手] knop m.; handvat o. ¶ 撮出す eruit pikken; eruit gooien. ¶ 彼奴を摘み出せ gooi dien vent eruit! ¶ 撮食する met de vingers eten; snoepen.

tsukurite作人

zn. (1) [製作人] maker m.; vervaardiger m. (2) [小作人] pachter m.; kleine landbouwer m.; keuterboer m.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <klein>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ちっこい chikkoi [spreekt.] klein; gering
ちょっとした chottoshita (1) onbenullig; onbelangrijk; onbeduidend; onbetekenend; te verwaarlozen; licht; gering; klein; (2) behoorlijk; niet onaardig; verdienstelijk; flink; aanzienlijk; respectabel; best een goed ~
とろ火 torobi klein; laag pitje; zacht vuurtje
めんこい menkoi (1) schattig; snoezig; leuk; lief; (2) klein
クライン kurain (1) [biol.] cline; (2) Cline; Klein; Kline; Culann; Culainn; (3) Krain
クラン kuran (1) clan; (2) Ku-Klux-Klan; (3) Kelang; Klang; Craon; (4) [Ierse myth.] Culann; Culainn; (5) Klein; (6) cran; ± kantje [= maat voor verse haring;± 170 liter]
僅か;纔か wazuka (1) weinig; wat; beetje; schijntje; ietsje; luttel; greintje; ietwat; enigermate; enigszins; (2) gering; klein; licht; schaars; karig; amper; nauwelijks; maar net; ternauwernood; (3) krap; nauw; eng; (4) slechts; maar; enkel
僅かな;纔かな wazukana (1) weinig; wat; beetje; schijntje; ietsje; luttel; greintje; (2) gering; klein; licht; schaars; karig; (3) krap; nauw; eng
区々 kuku (1) gering; klein; weinig; (2) pietluttig; pietepeuterig; teuterig; moeilijk; precies; (3) divers; verschillend; bont; uiteenlopend; verscheiden; ongelijksoortig; gevarieerd; (4) wijs; verstandig
卑怯 hikyou (1) lafheid; lafhartigheid; (2) gemeenheid; flauwheid; laag-bij-de-grondsheid; laagheid; minheid; valsheid; gluiperigheid; (3) laf; lafhartig; blo; blode; [pej.;inform.] schijterig; [veroud.] blohartig; (4) gemeen; klein; flauw; laag-bij-de-gronds; unfair; laag; min; vals; onsportief; vuil; gluiperig
姫;媛 hime (1) meisje; (2) freule; lady; prinses; (3) [Kansai-dialect] meisje van plezier; (4) rijststijfsel; rijstlijm; (5) klein ~; lief ~; schattig ~
安価 anka (1) goedkope; geringe prijs; klein; zacht prijsje; goedkoopte; goedkoopheid; (2) oppervlakkigheid; trivialiteit; waardeloosheid; banaliteit; (3) goedkoop; laag in prijs; laaggeprijsd; voordelig; redelijk; billijk; schappelijk; (4) [fig.] goedkoop; oppervlakkig; plat; van weinig waarde; triviaal; banaal; gemakkelijk; [~な同情] schraal; mager
小さい chiisai (1) klein; gering; licht; onbeduidend; bescheiden; [m.b.t. stem] zacht; (2) klein; jong
小さな chiisana (1) klein; gering; licht; onbeduidend; bescheiden; [m.b.t. stem] zacht; (2) klein; jong
o (1) [voorvoegsel in meishi] klein- [= duidt aan dat het in het grondwoord genoemde klein is in zijn soort]; (2) [voorvoegsel in meishi] [eufonisch;verzachtend voorvoegsel]; (3) [voorvoegsel in yōgen] [= duidt aan dat het in het grondwoord genoemde gering of matig is]; (a) klein
shou (1) het kleine; iets kleins; [m.b.t. kleding] kleine maat; [attr.] klein-; (2) maand van 30 dagen of minder; [i.h.b.] februari; april; juni; september of november [verkorting van shō no tsuki 小の月]; (3) m'n bescheiden ~ [bescheidenheidsprefix]; (4) de jongere; de mindere; minor; junior [gevolgd door eigennaam]
幼け itaike (1) aandoenlijk; ontroerend; aangrijpend; erbarmelijk; beklagenswaardig; arm; hulpeloos; zielig; (2) lief; snoezig; schattig; (3) klein; jong; onschuldig; pril; teer
廉価 renka (1) goedkope; geringe; lage; civiele; redelijke; schappelijke prijs; klein; zacht prijsje; goedkoopte; goedkoopheid; (2) goedkoop; laag in prijs; laaggeprijsd; voordelig; redelijk; billijk; schappelijk
弱小 jakushou (1) jeugd; jeugdigheid; jonge leeftijd; (2) zwak; klein; minder
心許りの kokorobakarino onbeduidend; onbelangrijk; klein; gering
hen (a) plat; vlak; (b) klein
細い hosoi (1) smal; dun; fijn; nauw; nauwsluitend; fijngebouwd; (2) gering; weinig; (3) klein; zwak
細かい komakai (1) klein; fijn; (2) gedetailleerd; minutieus; nauwgezet; tot in de details gaand; tot in de bijzonderheden gaand; (3) streng; rigoureus; strikt; nauwkeurig; (4) krenterig; gierig; overdreven zuinig; overdreven spaarzaam; op de penning; (5) pietluttig; van weinig belang; onbeduidend; nietig; futiel; armzalig; gering; klein; (6) delicaat; subtiel; verfijnd; fijn
細やか sasayakana klein; bescheiden; gering; beperkt; nietig; futiel; petieterig; miezerig; minuscuul; mini-
sai (1) het fijne; bijzonderheid; detail; finesse; (a) fijn; (b) klein; miniem; (c) gedetailleerd; minutieus; (d) onbeduidend; nietig
蚊の鳴くよう kanonakuyou [~な声で met zwakke stem; met een dun; schraal; zwak; klein; benepen; pieperig; schraal stemmetje
言ふ甲斐無し ifukahinashi (1) verloren gezegd; vergeefs; daar helpt geen lievemoederen aan; niet meer te verhelpen; niet meer ongedaan te maken; (2) […こと;さま;人;なる] onherroepelijk; onontkoombaar; onvermijdelijk; [i.h.b.] zielloos; levenloos; ontzield; (3) niet noemenswaardig; onbelangrijk; te verwaarlozen; onbeduidend; onbetekenend; onbenullig; onnozel; van weinig belang; irrelevant; (4) flauw; laf; kinderachtig; zwak; kleinmoedig; klein
kei (1) lichte wagen; auto [= max. 3,4 m lang;1,48 m breed;2 m hoog;en met een max. cilinderinhoud van 660 cc]; (2) licht; (3) gering; klein; onbeduidend; (a) licht; (b) luchtig; (c) eenvoudig; simpel; (d) oppervlakkig; niet diepgaand; (e) geringschatten; minachten
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.35 sec. jiten.nl: 22 treffers, warandict: 28 treffers (zoekopdracht: 'klein'). 
2005-2026