RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <beetje>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
De weergave van het Japans van de resultaten hieronder is gespeld in een vorm van
waapuro-spelling. De spelling komt overeen met de originele spelling in
hiragana in het Japans. De verschillen met de
Hepburn-spelling van de overige resultaten zijn eenvoudig:
| spelling |
uitspraak |
| uu |
lang aangehouden /oe/ (Hepburn spelling: ū) |
| ou |
lang aangehouden /o/ (Hepburn spelling: ō) |
| (soms, als in 酔う you "dronken zijn") uitspraak: /o/ + /oe/ |
| ei |
lang aangehouden /ee/ (dit is identiek in Hepburn spelling) |
| ha |
/ha/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling) |
| alleen voor het partikel は: uitspraak /wa/ |
| he |
/he/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling |
| alleen voor het partikel へ: uitspraak /e/ |
[verberg]
ちょっくら chokkura eventjes; even; beetje
一口 hitokuchi (1) mondvol; mondjevol; mondje; hap; hapje; beet; beetje; brok; brokje; (2) slok; slokje; teug; teugje; gulp; gulpje; nip; nipje; (3) woord; woordje; [meton.] mondje; (4) belang; deelneming; participatie; (5) [寄付の] schijf; tranche
一寸;鳥渡 chotto (1) (een) beetje; wat; een tikkeltje; ietsje(s); een tikje; iets; een weinig; ietwat; lichtjes; lichtelijk; enigszins; even; eventjes; (een) ogenblikje; (een) momentje; (2) nogal; best (wel); vrij; tamelijk; behoorlijk; (3) (niet enz.) zomaar; (niet enz.) meteen [i.c.m. negatie]; (4) hé; hei; hallo (daar); excuseer; hoor eens; [i.h.b.] kom eens
一片 ippen (1) stuk(je); onderdeel; deel; brok; fragment; [にんにくの] teentje; (2) beetje; greintje; zweem; zweempje; spoor; spoortje; kleine hoeveelheid; zier; ziertje
僅か;纔か wazuka (1) weinig; wat; beetje; schijntje; ietsje; luttel; greintje; ietwat; enigermate; enigszins; (2) gering; klein; licht; schaars; karig; amper; nauwelijks; maar net; ternauwernood; (3) krap; nauw; eng; (4) slechts; maar; enkel
僅かな;纔かな wazukana (1) weinig; wat; beetje; schijntje; ietsje; luttel; greintje; (2) gering; klein; licht; schaars; karig; (3) krap; nauw; eng
半片 hanpen (1) half stukje; half deel; half plakje; half sneetje; beetje; (2) ene zijde; ene kant; (3) [Jap.gesch.] zilverstuk ter waarde van 1; 16 ryō; (4) controlestrookje; reçustrookje; (5) [cul.] visgehaktbrood [in een cakevorm gekookt of gestoomd visgehakt;toebereid met Japanse yam]
小量 shouryou kleine hoeveelheid; kleine dosis; beetje; greintje; handjevol; mondjesmaat; mondvol; snufje; snuifje; [gew.] luttel; [gew.] schibbe; [gew.] tripje; [gew.] trot
幾らか ikuraka (1) beetje; geringe hoeveelheid; gering aantal; (2) een beetje; wat; iets; enigszins; (3) [~でも] hoe bescheiden ook; al is het maar een beetje
無けなし nakenashi [~の金] beetje; weinige; luttele
片鱗 henrin (1) schub; schilfer; (2) zeer gering deel; beetje; stukje; glimp; spoor; zweem; [Belg.N.] morzel
片 hen (1) [maatwoord voor fragmenten;stukjes;brokjes]; (2) [maatwoord voor snippers;bloemblaadjes;gebruikte postzegels;toegangskaartjes e.d.]; (a) fragment; stuk; brok; (b) ene helft van een paar; (c) beetje; weinig
至って itatte heel; erg; zeer; uiterst; ontzettend; buitengewoon; uitermate; buitenmate; bovenmate; in hoge mate; buitengemeen; super; niet zo’n (klein) beetje
若 jaku (a) jong; (b) als …; gelijkend op …; (c) [uitgang om een adjectief tot stand te brengen]; (d) beetje; gering aantal; (e) [Jap.gesch.] provincie Wakasa 若狭
薬 kusuri (1) geneesmiddel; medicijn; medicament; artsenij; (2) scheikundige stoffen; chemicaliën; (3) glazuur; email; (4) buskruit; kruit; (5) voordeel; nut; heil; baat; goed; (6) greintje; grein; beetje; kleine hoeveelheid
黒子 kokushi (1) moedervlekje; vlekje; (2) kleinigheid; ziertje; beetje; schijntje