日蘭辭典+

22 resultaten voor ‘beetje’
日蘭辭典 (trefwoord)
amari餘り
(余り) vz. & bw. (1) [より以上] meer dan; over; boven. (2) [過度に] te; al te; tezeer; erg; over. (3) [差程] zeer; bijzonder; zoozeer......, dat; zoo......dat. ¶ 餘り……ない niet erg; niet zeer; niet bijzonder; zelden. ¶ 餘り高くて手が屆かぬ zoo hoog, dat men er niet bij kan. ¶ そりゃあんまりだ dat is een beetje te erg.
yasui安い
bn. (1) [安意] vredig; rustig. (2) [安價] goedkoop; laag in prijs. ¶ 安く買ふ voordelig koopen. ¶ 安く見る niet naar waarde schatten. ¶ も少し安くしておけ laat nog wat van den prijs vallen. ¶ 安からぬ心地 ongerustheid.
wazuka

zn. kleine hoeveelheid v.; weinig o.; beetje o.; geringe graad m. ¶ 僅の weinig; onbeduidend; gering. ¶ 僅に slechts; alleen maar; niet meer dan. ¶ 僅な傷 lichte wond. ¶ 僅な事 onbeduidende zaak. ¶ 僅三年の內に in den korten tijd van drie jaar; in slechts drie jaren tijds. ¶ 僅に免る ternauwernood ontsnappen. ¶ 僅十箇しかない er zijn er maar tien. ¶ 僅だが君に上げよう hier is een kleinigheid voor je.

undō運動

zn. (1) [運轉] beweging v. (2) [身體の] lichaamsoefening v.; sport v. (3) [散步] wandeling v. ¶ 運動に出掛ける een beetje beweging gaan nemen; een eindje omstappen. ¶ 運動する in beweging zijn; beweging nemen; zich bewegen; bewegen; (奔走) zich moeite geven voor. ¶ 投票を得る爲區內を運動する een district bewerken om stemmen te krijgen. ¶ 運動服 sportcostuum; trui. ¶ 運動場 sportterrein. ¶ 運動家 athleet. ¶ 運動會 sportvereeniging (協會); gymnastiek-uitvoering (學校等の). ¶ 運動量 vaart; snelheid; beweegkracht. ¶ 運動性 bewegelijkheid. ¶ 運動者 agitator; verkiezingsagent (選擧の); propagandist. ¶ 運動神經 bewegingszenuw.

tsumami

zn. (1) [一撮] prise v.; klein beetje o. (2) [把手] knop m.; handvat o. ¶ 撮出す eruit pikken; eruit gooien. ¶ 彼奴を摘み出せ gooi dien vent eruit! ¶ 撮食する met de vingers eten; snoepen.

SUPPLEMENT (trefwoord)
kasureru掠れる
(擦れる, かすれる) (1. i.ww) het deels wegvallen van lijnen van geschreven of gedrukte tekst, of van een afbeelding, of van iets vergelijkbaars. (1.b. znw) かすれ kasure dat wat weggevallen is (beschadigingen, onscherptes, leemtes, etc.) ¶ かすれは修正した Kasure nado wa shūseishita Weggevallen lijnen en dergelijke zijn geretoucheerd (afbeeldingsonderschrift in boek) (2. i.ww) het hees of schor worden van de stem. ¶ かすれた kasureta koe een hese of schorre stem (twitter) ¶ かすれた渋い子供から好きだったKasureta shibui koe ga kodomo no koro kara suki datta. Sinds mijn kindertijd heb ik een zwak voor een schorre en donkere stem. (twitter) ¶ 鈴木さん、少しがかすれ気味だったなあ。Suzuki-san, sukoshi koe ga kasure-gimi datta naa. Je [Suzuki] klonk wel een beetje schor hoor! (twitter)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <beetje>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ちょっくら chokkura eventjes; even; beetje
一口 hitokuchi (1) mondvol; mondjevol; mondje; hap; hapje; beet; beetje; brok; brokje; (2) slok; slokje; teug; teugje; gulp; gulpje; nip; nipje; (3) woord; woordje; [meton.] mondje; (4) belang; deelneming; participatie; (5) [寄付の] schijf; tranche
一寸;鳥渡 chotto (1) (een) beetje; wat; een tikkeltje; ietsje(s); een tikje; iets; een weinig; ietwat; lichtjes; lichtelijk; enigszins; even; eventjes; (een) ogenblikje; (een) momentje; (2) nogal; best (wel); vrij; tamelijk; behoorlijk; (3) (niet enz.) zomaar; (niet enz.) meteen [i.c.m. negatie]; (4) hé; hei; hallo (daar); excuseer; hoor eens; [i.h.b.] kom eens
一片 ippen (1) stuk(je); onderdeel; deel; brok; fragment; [にんにくの] teentje; (2) beetje; greintje; zweem; zweempje; spoor; spoortje; kleine hoeveelheid; zier; ziertje
僅か;纔か wazuka (1) weinig; wat; beetje; schijntje; ietsje; luttel; greintje; ietwat; enigermate; enigszins; (2) gering; klein; licht; schaars; karig; amper; nauwelijks; maar net; ternauwernood; (3) krap; nauw; eng; (4) slechts; maar; enkel
僅かな;纔かな wazukana (1) weinig; wat; beetje; schijntje; ietsje; luttel; greintje; (2) gering; klein; licht; schaars; karig; (3) krap; nauw; eng
半片 hanpen (1) half stukje; half deel; half plakje; half sneetje; beetje; (2) ene zijde; ene kant; (3) [Jap.gesch.] zilverstuk ter waarde van 1; 16 ryō; (4) controlestrookje; reçustrookje; (5) [cul.] visgehaktbrood [in een cakevorm gekookt of gestoomd visgehakt;toebereid met Japanse yam]
小量 shouryou kleine hoeveelheid; kleine dosis; beetje; greintje; handjevol; mondjesmaat; mondvol; snufje; snuifje; [gew.] luttel; [gew.] schibbe; [gew.] tripje; [gew.] trot
幾らか ikuraka (1) beetje; geringe hoeveelheid; gering aantal; (2) een beetje; wat; iets; enigszins; (3) [~でも] hoe bescheiden ook; al is het maar een beetje
無けなし nakenashi [~の金] beetje; weinige; luttele
片鱗 henrin (1) schub; schilfer; (2) zeer gering deel; beetje; stukje; glimp; spoor; zweem; [Belg.N.] morzel
hen (1) [maatwoord voor fragmenten;stukjes;brokjes]; (2) [maatwoord voor snippers;bloemblaadjes;gebruikte postzegels;toegangskaartjes e.d.]; (a) fragment; stuk; brok; (b) ene helft van een paar; (c) beetje; weinig
至って itatte heel; erg; zeer; uiterst; ontzettend; buitengewoon; uitermate; buitenmate; bovenmate; in hoge mate; buitengemeen; super; niet zo’n (klein) beetje
jaku (a) jong; (b) als …; gelijkend op …; (c) [uitgang om een adjectief tot stand te brengen]; (d) beetje; gering aantal; (e) [Jap.gesch.] provincie Wakasa 若狭
kusuri (1) geneesmiddel; medicijn; medicament; artsenij; (2) scheikundige stoffen; chemicaliën; (3) glazuur; email; (4) buskruit; kruit; (5) voordeel; nut; heil; baat; goed; (6) greintje; grein; beetje; kleine hoeveelheid
黒子 kokushi (1) moedervlekje; vlekje; (2) kleinigheid; ziertje; beetje; schijntje
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.44 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 16 treffers (zoekopdracht: 'beetje'). 
2005-2026