
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
utsu・打つ
t.w. (1) [打つ] slaan. i.w. (2) [拍手] (in de handen) klappen. t.w. (3) [發砲] schieten. (4) [攻擊] aanvallen. (5) [鐘を] luiden. (6) [電報を] verzenden. i.w. (7) [博奕] dobbelen. t.w. (8) [網を] werpen; gooien. (9) [碁能] spelen. (10) [鍛へる] harden. (11) [打込む] inslaan. ¶ 釘を打つ spijker inslaan. ¶ 網を打 net werpen. ¶ 太鼓を打つ trommelen. ¶ 仇を討つ zich wreken. ¶ 田を打つ sawah bebouwen. ¶ 幕を打つ tent opslaan. ¶ 手金を打つ handgeld betalen. ¶ もんどり打つ saltomortale maken. ¶ 電報を打つ telegram zenden; telegrafeeren.
uchinarasu・打鳴らす
t.w. luiden.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <luiden>
打つ utsu (1) slaan; een slag geven; kloppen; beuken; botsen; [タイプライターを] tikken; typen; aanslaan; (2) [een klok] luiden; [een uurwerk] slaan; (3) roeren; ontroeren; beroeren; indruk maken; raken; (4) [een nagel] indrijven; (5) besprenkelen; besproeien; bewateren; (6) een vlecht maken; vlechten; (7) [een spel] spelen; (8) [land] bebouwen; ploegen; (9) [een zwaard e.d.] smeden; (10) [een net;vangnet] werpen; [een net;vangnet] gooien; (11) [een telegram] sturen
音を出す on'odasu geluid geven; klank voortbrengen; luiden; klinken
響く hibiku (1) klinken; luiden; galmen; doorklinken; schallen; opklinken; (2) naklinken; nagalmen; weerklinken; weergalmen; resoneren; (3) van zich doen spreken; (4) aan iemands gevoelens appelleren; werken op [het gemoed;de zenuwen enz.]; (5) wegen op; weerslag hebben op; weerklank vinden (bij); treffen; raken; invloed hebben op
鳴らす narasu (1) laten klinken; (laten) luiden; laten horen; laten weerklinken; [m.b.t. trompet;fluitje e.d.] blazen op; bespelen; spelen op; toeteren op; laten schallen; laten galmen; doen schetteren; kletteren met; [m.n. een sirene] doen loeien; [de trompet;klaroen enz.] steken; [m.n. de trommel] roeren; slaan; [m.b.t. bel] rinkelen met; doen rinkelen; doen tingelen; doen klingelen; [m.b.t. klok] kleppen; doen beieren; [m.b.t. glazen] klinken met; [m.n. vingers] laten kraken; [m.n. zweep] laten knallen; [met z'n vingers] knippen; [in de handen;met een zweep enz.] klappen; [met de lippen] smakken; [met de tong enz.] klakken; [de oren] doen tuiten; [m.b.t. blaren enz.] doen ruisen; doen suizen; (2) zich beroemd maken; zich bekend maken; naam maken; (3) uiten; uitspreken; uiting geven aan; ventileren; luchten
鳴らせる naraseru (1) kunnen laten klinken; kunnen (laten) luiden; kunnen laten horen; kunnen laten weerklinken; [m.b.t. trompet;fluitje e.d.] kunnen blazen op; kunnen bespelen; kunnen spelen op; kunnen toeteren op; kunnen laten schallen; kunnen laten galmen; kunnen doen schetteren; kunnen kletteren met; [m.n. een sirene] kunnen doen loeien; [de trompet;klaroen enz.] kunnen steken; [m.n. de trommel] kunnen roeren; kunnen slaan; [m.b.t. bel] kunnen rinkelen met; kunnen doen rinkelen; kunnen doen tingelen; kunnen doen klingelen; [m.b.t. klok] kunnen kleppen; kunnen doen beieren; [m.b.t. glazen] kunnen klinken met; [m.n. vingers] kunnen laten kraken; [m.n. zweep] kunnen laten knallen; [met z'n vingers] kunnen knippen; [in de handen;met een zweep enz.] kunnen klappen; [met de lippen] kunnen smakken; [met de tong enz.] kunnen klakken; [de oren] kunnen doen tuiten; [m.b.t. blaren enz.] kunnen doen ruisen; kunnen doen suizen; (2) zich beroemd kunnen maken; zich bekend kunnen maken; naam kunnen maken; (3) kunnen uiten; kunnen uitspreken; uiting kunnen geven aan; kunnen ventileren; kunnen luchten
鳴る naru (1) klinken; luiden; [van bel;fluitje;telefoon enz.] gaan; galmen; schallen; weerklinken; [van wekker] aflopen; [i.h.b. van bel] rinkelen; klingelen; [i.h.b. van klok] beieren; slaan; kleppen; [van sirene] loeien; [van wind] ruisen; [van oren] suizen; tuiten; [van donderslag] rollen; rommelen; (2) [fig.;van roem;faam] weerklinken; befaamd zijn; beroemd zijn; gevierd zijn; vermaard zijn; bekendstaan om
Tijd: 1.27 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 6 treffers (zoekopdracht: 'luiden').
2005-2026
