
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
yakisuteru・燒棄てる
(焼棄てる) t.w. in het vuur gooien; verbranden.
utsu・打つ
t.w. (1) [打つ] slaan. i.w. (2) [拍手] (in de handen) klappen. t.w. (3) [發砲] schieten. (4) [攻擊] aanvallen. (5) [鐘を] luiden. (6) [電報を] verzenden. i.w. (7) [博奕] dobbelen. t.w. (8) [網を] werpen; gooien. (9) [碁能] spelen. (10) [鍛へる] harden. (11) [打込む] inslaan. ¶ 釘を打つ spijker inslaan. ¶ 網を打 net werpen. ¶ 太鼓を打つ trommelen. ¶ 仇を討つ zich wreken. ¶ 田を打つ sawah bebouwen. ¶ 幕を打つ tent opslaan. ¶ 手金を打つ handgeld betalen. ¶ もんどり打つ saltomortale maken. ¶ 電報を打つ telegram zenden; telegrafeeren.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <gooien>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
倒す taosu (1) doen (om)vallen; omslaan; tuimelen; kantelen; vellen; omstoten; omverstoten; omverduwen; neerleggen; omhalen; omwerpen; omduwen; omgooien; omwippen; omslaan; omstorten; omsmijten; neerslaan; neerduwen; neervellen; neerhalen; neertrekken; kiepen; tegen de grond werken; gooien; slaan; omkippen; [inform.] omkiep(er)en; [inform.;scherts.] omkukelen; [i.h.b.] omverlopen; [i.h.b.] omverrennen; [i.h.b.] omverrijden; [m.b.t. kegelspel] omverkegelen; [i.c.m. 稲を] doen legeren; (2) omverwerpen; omvergooien; omverhalen; ten val brengen; wippen; te gronde richten; uit het zadel werpen; (3) verslaan; slaan; kloppen; onderuithalen; overwinnen; neerwerpen; [fig.] vloeren; [uitdr.] in het zand; stof doen bijten; (5) [m.b.t. schulden] niet delgen; terugbetalen; (financieel) aderlaten; oplichten; afzetten
倒せる taoseru (1) kunnen doen (om)vallen; omslaan; tuimelen; kantelen; kunnen vellen; kunnen omstoten; kunnen omverstoten; kunnen omverduwen; kunnen neerleggen; kunnen omhalen; kunnen omwerpen; kunnen omduwen; kunnen omgooien; kunnen omwippen; kunnen omslaan; kunnen omstorten; kunnen omsmijten; kunnen neerslaan; kunnen neerduwen; kunnen neervellen; kunnen neerhalen; kunnen neertrekken; kunnen kiepen; tegen de grond kunnen werken; gooien; slaan; kunnen omkippen; [inform.] kunnen omkiep(er)en; [inform.;scherts.] kunnen omkukelen; [i.h.b.] kunnen omverlopen; [i.h.b.] kunnen omverrennen; [i.h.b.] kunnen omverrijden; [m.b.t. kegelspel] kunnen omverkegelen; [i.c.m. 稲を] kunnen doen legeren; (2) kunnen omverwerpen; kunnen omvergooien; kunnen omverhalen; ten val kunnen brengen; kunnen wippen; te gronde kunnen richten; uit het zadel kunnen werpen; (3) kunnen verslaan; kunnen slaan; kunnen kloppen; kunnen onderuithalen; kunnen overwinnen; kunnen neerwerpen; [fig.] kunnen vloeren; [uitdr.] in het zand; stof kunnen doen bijten; (5) (financieel) kunnen aderlaten; kunnen oplichten; kunnen afzetten
投 tou (1) [sportt.] het werpen; worp; het gooien; gooi; (2) [honkb.] pitchers; werpers; (3) worp; gooi; (a) gooien; begooien; (b) inwerpen; (c) eruit gooien; wegwerpen; opgeven; (d) toedienen; toesturen; (e) afstemmen; samenvallen; (f) blijven; verblijven
投げる nageru (1) werpen; gooien; smijten; slingeren; jenzen; keilen; kogelen; patsen; fazelen; [i.h.b.] pitchen; [inform.] lazeren; [inform.] flikkeren; [inform.] donderen; [fig.;inform.] mikken; (2) [i.c.m. 身] zich werpen; zich storten; zich gooien; (3) [in het judo;sumō e.d.] (de tegenstander met een bep. techniek) op de grond werpen; vloeren; (4) [視線を] een blik werpen; (5) [een examen enz.] (halverwege) opgeven; eraan geven; ermee ophouden; staken; (6) met verlies van de hand doen; met schade verkopen
投げ付ける nagetsukeru begooien; bekogelen; met … gooien naar; gooien; werpen tegen; [m.b.t. judo] op de mat werpen
投げ掛ける nagekakeru (1) gooien; werpen; smijten naar; toegooien; toewerpen; toesmijten; (2) [身を] zich aandrukken tegen; zich werpen op; (3) [影を] afwerpen; (4) [視線を] werpen op; toewerpen; (5) [疑問を] uiten; in twijfel trekken; [問題を] stellen; veroorzaken; (6) [衣類を] snel aantrekken; aanschieten
投じる toujiru (1) zich werpen; zich gooien; zich storten; (2) [ぐるーぷに] meedoen; zich aansluiten; (3) [人気に] aanslaan; [機に] aangrijpen; (4) [敵に] capituleren; zich overgeven; (5) [宿に] logeren; verblijven; doorbrengen; (6) gooien; werpen; (7) investeren; storten; besteden; (8) [ー票を] uitbrengen; stemmen
投ずる touzuru (1) [敵軍に] zich overgeven; capituleren; zwichten; (2) [時流に] meegaan; meedoen; te baat nemen; gebruik maken van; aangrijpen; inspelen op; benutten; (3) [意気相~] passen; overeenkomen; overeenstemmen; op één lijn zitten; klikken; (4) [旅宿に] logeren; verblijven; doorbrengen; z'n intrek nemen; (5) [直球を] werpen; gooien; smijten; keilen; (6) [白票を] uitbrengen; deponeren; [獄に] ingooien; inwerpen; (7) [身を] zich werpen op; zich storten in; zich inzetten voor; zich wijden aan; [Belg.N.] zich smijten; (8) [影;光を] tot ver vooruit werpen; (9) [資金を] verstrekken; investeren; besteden; beleggen; steken in; (10) [薬餌を] toedienen
放り込む hourikomu werpen in; gooien in; naar binnen werpen; gooien; inwerpen; ingooien; [刑務所に] achter de tralies zetten; stoppen in
放る;抛る;投る houru (1) werpen; gooien; smijten; keilen; slingeren; kogelen; [inform.] flikkeren; jenzen; lazeren; mikken; fazelen; (2) opgeven; ophouden met; eraan geven; de brui geven aan; uitscheiden met; laten liggen; in de steek laten; laten zitten; laten steken; laten sloffen; verwaarlozen; nalaten
遠投する entousuru ver werpen; gooien
Tijd: 1.45 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 11 treffers (zoekopdracht: 'gooien').
2005-2026
