日蘭辭典+

24 resultaten voor ‘vroeg’
日蘭辭典 (trefwoord)
akuru翌る
(明くる) bn. volgend. ¶ 翌る日 de volgende dag. ¶ 彼は翌る朝早く來た hij kwam den volgenden morgen vroeg.
asaoki朝起
(朝起き) zn. vroeg opstaan o. ¶ 朝起は三文の得 de morgenstond heeft goud in den mond.
ashita
zn. ochtend m.; morgen m. ¶ 明朝早く來給へ kom morgenochtend vroeg.
okiru起きる
i.w. (1) [起立] opstaan. (2) [眠覺] ontwaken; wakker worden. (3) [起座] op blijven. ¶ 起きて op; wakker. ¶ 今朝早く起きた ik ben vanmorgen vroeg opgestaan.
hayai早い
(速い、疾い、捷い) bn. snel; vlug; spoedig; prompt; vroeg. ¶ 早いが in ’t kort gezegd. ¶ 仕事が早い vlug zijn werk doen. ¶ が早い hard kunnen loopen. ¶ 進步が早い snelle vorderingen maken; vlug vooruitkomen. ¶ 一刻も早いがよい hoe eerder hoe beter. ¶ 東京火事早い in Tokyo komt dikwijls brand voor. ¶ 君は朝は早いか sta je gewoonlijk vroeg op? ¶ 林檎もいでは早過ぎる het is nog te vroeg om appels te plukken.
diabun大分
bw. zeer; heel; in hevige mate. ¶ 大分早く起きる zeer vroeg opstaan. ¶ 大分經ってから na geruimen tijd. ¶ 大分なる het is lang geleden. ¶ 大分氣分がよい zich veel beter voelen.
izure何れ
vnw. (1) [どちら] welk. bw. (2) [何れにせよ] in elk geval; hoe het zij; vroeg of laat (早晚). ¶ 何れか een van beide. ¶ 孰れも beide; allebei. ¶ 孰れも……せず geen van beide. ¶ 何れか een dezer dagen. ¶ 何れ方面より見るも van welken kant wij het ook bezien......
sōtai早退

zn. vroege ontslagaanvraag v.

yōsetsu天折

zn. vroege dood m. ¶ 天折する jong sterven.

yoine suru宵寢する

(宵寝する) i.w. vroeg naar bed gaan.

wakajini若死

zn. vroege dood m. ¶ 若死する jong sterven.

tsutoni夙に

bw. (1) [朝早く] in de vroegte; vroeg in den morgen. (2) [幼時に] op jeugdigen leeftijd. (3) [旣に] reeds; al; vroeg; vroegtijdig.

tsukitarazu月不足
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vroeg>
今様 imayō (1) hedendaagse mode; moderne stijl; (2) vroeg-middeleeuwse (mid-Heian) ballade opgebouwd uit vier versregels van alternerend zeven en vijf lettergrepen
初めの;始めの hajimeno eerste; begin-; beginnend; aanvangs-; aanvangend; initieel; vroeg; vroege; eerstgenoemde; origineel; oorspronkelijk; vroegst; aanvankelijk; primair; pril
初期に shokini vroeg; in het beginstadium
初期の shokino begin-; aanvangs-; aanvankelijk; vroeg; eerste; pril
原始 genshi (1) begin; ontstaan; totstandkoming; genese; wording; (2) primitief; behorend tot de eerste fase van de ontwikkeling van iets; behorend tot het vroegste stadium van de ontwikkeling van iets; primair; oorspronkelijk; vroeg; eerst
呆気なく akkenaku (maar) al te gauw; vroeg; snel; plots; veel vroeger dan verwacht
早々 hayabaya (1) [~と] snel; gauw; vlug; rap; direct; meteen; prompt; met spoed; terstond; fluks; (2) [~と] vroeg; intijds; bijtijds; vroegtijdig
早い hayai (1) vroeg; vroegtijdig; (2) te vroeg; vroegtijdig; voortijdig; voorbarig; ontijdig; prematuur; [i.h.b.] overhaast
早く hayaku (1) vlug; gauw; snel; rap; met spoed; spoedig; haastig; (2) spoedig; binnen korte tijd; op korte termijn; meteen; terstond; dadelijk; onmiddellijk; ogenblikkelijk; (3) vroeg; vroegtijdig; op jeugdige leeftijd; op jonge leeftijd
早期に sōkini vroeg; vroegtijdig; [veroud.] tijdig; [gew.] tijlijk
(a) vroeg; (b) vroeg in verhouding tot het normale; vroegtijdig; (c) prompt; onverwijld
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.61 sec. jiten.nl: 13 treffers, warandict: 11 treffers (zoekopdracht: 'vroeg'). 
2005-2026