日蘭辭典+

35 resultaten voor ‘kort’
日蘭辭典 (trefwoord)
asai淺い
(浅い) bn. (1) [水深、容器等] ondiep. (2) [交際] oppervlakkig. (3) [知識] oppervlakkig. (4) [] licht. (5) [眠] licht. ¶ 夜は未だ淺い het is nog niet laat. ¶ 知己になってから日が淺い ik ken hem nog maar kort.
atarashii新しい
bn. (1) [新しい] nieuw; versch (新鮮). (2) [最近の] recent. ¶ 新しくする vernieuwen; ververschen. ¶ 新しく opnieuw; sinds kort; laatselijk.
akkenai飽氣ない
(呆気ない) bn. al te kort; onvoldoende; onbevredigend.
yakusetsu約說
zn. samenvatting v.; résumé o. ¶ 約説する in het kort herhalen; beknopt samenvatten; résumeeren.
hayai早い
(速い、疾い、捷い) bn. snel; vlug; spoedig; prompt; vroeg. ¶ 早いが in ’t kort gezegd. ¶ 仕事が早い vlug zijn werk doen. ¶ が早い hard kunnen loopen. ¶ 進步が早い snelle vorderingen maken; vlug vooruitkomen. ¶ 一刻も早いがよい hoe eerder hoe beter. ¶ 東京火事早い in Tokyo komt dikwijls brand voor. ¶ 君は朝は早いか sta je gewoonlijk vroeg op? ¶ 林檎もいでは早過ぎる het is nog te vroeg om appels te plukken.
kan
zn. brief m.; concept o.; bw kort; bondig.
tanpen短篇

(短編) zn kort stukje.

kurumeru包める

t.w. (1) [總括する] samenvatten; opsommen; in 't kort zeggen. (2) [歸結する] verleiden.

zanji暫時

zn. korte tijd m.; bw. korten tijd; eventjes; een oogenblik. ¶ 暫時にして een oogenblik later; kort daarop. ¶ 暫時の kort; kortstondig.

yōten要點

(要点) zn. hoofdzaak v.; punt, waar het op aan komt. ¶ 要點を略述する beknopt samenvatten; hoofdinhoud in 't kort weergeven.

yōsuru-ni要するに

bw. om kort te gaan; in het kort komt het hierop neer.

zn. (1) [要點] de hoofdzaak v.; het voornaamste o. (2) [必要] noodzakelijkheid v. (3) [祕訣] geheim o. ¶ 要は om kort te gaan. ¶ 要するに het komt hierop neer, dat ……; om kort te gaan.

yakugen約言

zn. samenvatting v.; korte wedergave. ¶ 約言する in 't kort weergeven; samenvatten; resumeeren. ¶ 約言すれば in 't kort gezegd; het komt hierop neer.

yadosagari宿下

zn. kort verlof o.

yagate軈て

bw. eerlang; weldra; binnen kort; spoedig; kort daarop; (殆ど) bijna; welhaast; haast.

wazuka

zn. kleine hoeveelheid v.; weinig o.; beetje o.; geringe graad m. ¶ 僅の weinig; onbeduidend; gering. ¶ 僅に slechts; alleen maar; niet meer dan. ¶ 僅な傷 lichte wond. ¶ 僅な事 onbeduidende zaak. ¶ 僅三年の內に in den korten tijd van drie jaar; in slechts drie jaren tijds. ¶ 僅に免る ternauwernood ontsnappen. ¶ 僅十箇しかない er zijn er maar tien. ¶ 僅だが君に上げよう hier is een kleinigheid voor je.

udatsuうだつ

zn. kort paaltje o. ¶ 一生うだつが上らぬ nooit van z’n leven vooruitkomen in de wereld.

uchi

(内) zn. (1) [内部] binnenste o.; binnenkant o. (2) [家宅] huis o.; woning v. (3) [家族] familie v.; gezin o. (4) [夫] mijn man m. ¶ 内で thuis; binnenshuis; binnen. ¶ の中で onder; tusschen; in; te midden van. ¶ 内の者 mijn familie; mijn vrouw. ¶ 内に (在宅) thuis; in huis. ¶ の内に binnen. ¶ 今週の中に binnen deze week; van de week. ¶ 夜の中に gedurende de nacht. ¶ 時のたつ中に na verloop van tijd. ¶ 彈雨の中に onder een kogelregen. ¶ 近い中に eerstdaags; binnen kort. ¶ 若い中に in de jeugd; op jeugdigen leeftijd. ¶ 内ほどよい所はない oost west thuis best. ¶ 御主人はおうちですか is mijnheer thuis? ¶ 日の出ない中に vóór zonsopgang.

tsuzumeru約める

t.w. (1) [減少] verminderen; inkrimpen; beperken. (2) [簡約] in ’t kort samenvatten; resumeeren; beknopter mededeelen. ¶ 約めて言へば in ’t kort gezegd; om kort te gaan.

tsumamu撮む

t.w. (1) [指で] knijpen; tusschen duim en vinger grijpen; oppikken. (2) [摘要] samenvatten; resumeeren; beknopt weergeven. (3) [ばかす] beheksen; betooveren. ¶ 摘んで言へば in ’t kort gezegd; om kort te gaan. ¶ 箸で撮む met de eetstokjes oppikken.

tsumari詰り

(詰まり) zn. einde o.; bw. ten slotte; waar het op neerkomt; eigenlijk; om kort te gaan; in ’t kort.

tsumaru詰る

(詰まる) i.w. (1) [行詰る] gestremd zijn; versperd zijn. (2) [充滿する] geheel vol zijn. (3) [窮する] in moeilijke omstandigheden zijn; in benardheid zitten. (4) [短くなる] inkrimpen; krimpen. ¶ 日が詰つてくる de dagen beginnen te korten. ¶ 金に詰つて居る om geld verlegen zijn.

SUPPLEMENT (trefwoord)
shōhen小編

(小篇, 掌編, 掌篇) (zeer) kort verhaal of artikel; verhaaltje, stukje (短編).

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <kort>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ざっと zatto (1) ruw(weg); grofweg; ongeveer; bij benadering; approximatief; circa; ten naaste bij; om en (na)bij; omstreeks; (zo) omtrent; pakweg; plusminus; rond (de); (2) kort; bondig; beknopt; vluchtig
ショート shooto (1) [honkb.] korte stop; (2) [elektr.] kortsluiting; (3) kort haar; (4) [fin.] verkoop à la baisse; (5) Short; (6) kort
呆気ない akkenai teleurstellend; tegenvallend; al te snel; kort; kortstondig; (ge)makkelijk; niet lang genoeg durend; niet genoeg; onvoldoend
小柄 kogara (1) klein van gestalte; postuur; aan de kleine kant; kort; (2) met een klein patroon
束の間の tsukanomano kort; kortstondig; efemeer; kortdurend; vluchtig
tan (1) gebrek; onvolkomenheid; tekortkoming; fout; mankement; tekort; behepsel; euvel; zwakke plek; plaats; zijde; zwak punt; manco; defect; [form.] feil; (2) [muz.] mineur; (3) tanka [verkorting van tanka 短歌]; (4) kort; kortstondig
短い mijikai (1) kort; kortstondig; (2) kort; bondig; beknopt
短くする mijikakusuru kort; korter maken; verkorten; afkorten; inkorten; bekorten; kortwieken; beknotten
tan (1) tekortkoming; gebrek; zwakte; minpunt; manco; (a) kort; (b) ontoereikend; tekortschietend; (c) ongeduldig
簡単 kantan (1) eenvoud; beknoptheid; kortheid; (2) eenvoudig; kort; simpel; gemakkelijk
簡単な kantanna eenvoudig; kort; simpel; gemakkelijk
簡略 kanryaku (1) beknoptheid; bondigheid; gedrongenheid; puntigheid; kortheid; zakelijkheid; compactheid; eenvoud; (2) beknopt; bondig; gedrongen; puntig; kort; summier; zakelijk; compact; eenvoudig
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.68 sec. jiten.nl: 23 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'kort'). 
2005-2026