日蘭辭典+

66 resultaten voor ‘precies’
日蘭辭典 (trefwoord)
chōdo丁度

bw. juist; precies; net. ¶ 丁度其時 juist op dat oogenblik. ¶ 丁度zoo even. ¶ 丁度五時に precies om vijf uur. ¶ 丁度眞中に precies in het midden. ¶ 丁度にして置く een ronde som er van maken.

arinomama有の儘
(有りのまま) zn. waarheid v. ¶ 有の儘を言ふ de waarheid zeggen; precies vertellen, hoe het is. ¶ 有の儘の onvervalscht; onopgesmukt. ¶ 有の儘に precies als het is; ronduit. ¶ 有の儘に言へば ronduit gezegd; om je de waarheid te zeggen. ¶ 有の儘の事實 de naakte waarheid;
seikaku正確
zn. juistheid v.; nauwkeurigheid v.; nauwgezetheid v. ¶ 正確なる juist; nauwkeurig. ¶ 正確に precies; net.
chikuichi逐一
bw. een voor een; gedetailleerd. ¶ 逐一に言ふ precies vertellen. ¶ 逐一記する gespecificeerd opschrijven.
pitari toぴたりと
bw. precies.
kuwashiku詳しく

bw. (1) [詳細] omstandig; nauwkeurig; precies; uitvoerig; in bijzonderheden. i.w. (2) [熟知] goed op de hoogte zijn; goed met. ¶ 委しく述べる in bijzonderheden vertellen; precies vertellen. ¶ 彼は此邊の地理に詳しい hij is in deze streek goed bekend.

warifu割符

zn. telhoutje o.; kerfstok m.; controlekaart v. ¶ 割符を合す樣だ het klopt precies; zij komen geheel overeen.

SUPPLEMENT (trefwoord)
pittariぴったり
(1) zonder tussenruimte; strak; nauw; naadloos; hermetisch. ¶ 全部ぴったり閉まってたのにどうやってそのに入ったんだろうMado wa zenbu pittari shimatte ta no ni, dō yatte sono neko wa ie no naka ni haittan darō. Dat ondanks dat alle ramen potdicht waren die kat toch is binnengekomen. Ik vraag me af hoe. ¶ はぴったりしたジーンズが好きですWatashi wa pittarishita jīnzu ga suki desu. Ik houd van strakke spijkerbroeken. (yamasv) (2) precies; exact. ¶ 2つの指紋がぴったり一致した。つまりが殺人犯だ。 Futatsu no simon ga pittari itchishita. Tsumari kare ga satsujinhan da. De twee vingerafdrukken zijn een exacte match. Dat betekent dat hij de moordenaar is. ¶ 日本電車いつもぴったりの時間来るNihon no densha wa itsu mo pittari no jikan ni kuru. Treinen in Japan zijn altijd precies op tijd. (yamasv) (3) past; past goed bij; geschikt [voor, om]. ¶ この料理はこのワインにぴったりだ。 Kono Ryōri wa kono wain ni pittari da. Dit gerecht past goed bij deze wijn. ¶ 温泉はリラックスするのにぴったりの場所だ。 Onsen wa rirakkususuru no ni pittari no basho da. Hete (natuur)baden zijn heel geschikte plaatsen om te ontspannen. (yamasv) ¶ その帽子彼女にぴったりだ。 Sono bōshi wa kanojo ni pittari da. Die hoed [muts, pet] staat haar precies goed. ¶ ぴったり合うどうか、この新調のを着てみなさいPittari au ka dō ka, kono shinchō no fuku wo kite minasai. Probeer eens of dit nieuwe pak goed past. (TTC) (4) opeens; plotsklaps (stoppen).
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <precies>
きちっと kichitto (1) netjes; keurig; (2) nauwkeurig; precies; exact; stipt; accuraat; juist
きちんと kichinto netjes; precies; exact; goed
きっかり kikkari (1) duidelijk; goed waarneembaar; (2) precies; exact; stipt; klokslag; op de minuut af
きっちり kitchiri (1) tot in de puntjes; keurig; netjes; perfect; (2) stipt; precies; exact; juist; punctueel; klokslag; op de minuut af
こせこせした kosekoseshita (1) onrustig; zenuwachtig; druk; ongedurig; rusteloos; (2) precies; meticuleus; stipt; punctueel; pietepeuterig; (3) moeilijk; kieskeurig; pietluttig; overdreven; kleingeestig; kleinzielig; bekrompen
こそ koso (1) [nadrukpartikel] net; precies; juist; uitgerekend; bij uitstek; in het bijzonder; (2) [concessief partikel dat een contrast voorafgaat]; (3) [nadrukpartikel dat een onvoltooid gelaten zin besluit (aposiopesis)]
しっくり shikkuri precies; tot in de puntjes; als gegoten; volmaakt; exact; perfect; keurig; goed
そうです sōdesu ja; dat klopt; dat is zo; zeker; precies; inderdaad
そっくり sokkuri (1) geheel; al; volledig; helemaal; totaal; compleet; in zijn geheel; totaliteit; met ~ en al; intact; integraal; zoals het is; (2) precies lijken op; als twee druppels water lijken op; sprekend lijken op; iem. gelijken op een prik; in alles lijken op; het evenbeeld zijn van; precies; exact; net; op-en-top
ちゃんと chanto (1) netjes; fatsoenlijk; keurig; zoals het hoort; goed; prompt; wel; degelijk; fatsoenlijk; terdege; deugdelijk; behoorlijk [vaak door shita した gevolgd]; (2) zeker; precies; exact; perfect
はあ haa (1) ja; mmm [als bevestiging]; (2) hè?; wat?; wablief?; (3) a!; ha!; ach!; tjonge; wel wel; hé; hm; poe; nou ja [brengt een gevoel van verrassing;verbazing;bewondering;verwarring e.d. tot uitdrukking]; (4) juist; precies; inderdaad; ik begrijp het; goed dan; nou goed
ぴたり pitari (1) zonder tussenruimte; hecht; dicht; strak; nauwsluitend; vlak (tegen); naadloos [op elkaar aansluiten]; potdicht; hermetisch; (2) precies; net; perfect; krek; exact; juist; op de kop af; geknipt; als gegoten; (3) plots; ineens; opeens; plotseling; abrupt; op slag
ぽっきり pokkiri (1) met een knak; (2) [千円~で] precies; op de kop af; juist; noch min noch meer dan
ピッタリ pittari (1) zonder tussenruimte; hecht; dicht; strak; nauwsluitend; vlak (tegen); naadloos [op elkaar aansluiten]; potdicht; hermetisch; (2) precies; net; perfect; krek; exact; keurig; juist; op de kop af; geknipt; (3) plots [afgelopen]; ineens; opeens [tot stilstand gekomen]; plotseling; abrupt; op slag
一分一厘違わない ichibuichirinchigawanai helemaal niet verschillen; exact; precies; volkomen hetzelfde zijn; identiek zijn
丁度 chōdo (1) net; juist; precies; exact; pal; stipt; prompt; [volkst.] pront; [m.b.t. uur] klokslag; op de kop af; op de minuut af; blank; sec; (2) net; pas; (3) net; precies als
chō (1) [Jap.gesch.] volwassen man tussen de 21 en 60 jaar; (2) even getal; [i.h.b.] even aantal ogen op een dobbelsteen; (3) stadswijk; buurt; chō; (4) [gevoegd voor Sino-Japanse telwoorden] precies; exact; op de kop af; (5) [maatwoord voor gereedschap en wapens;bv. messen;speren;bogen;roeiriemen;spades;schoffels;strijkbouten;vuurwapens]; (6) [maatwoord voor strijk- en snaarinstrumenten;bv. violen;viola's;shamisens;gitaren]; (7) [maatwoord voor geschraagde of getrokken vervoermiddelen;bv. draagstoelen;draagschrijnen;riksja's]; (8) [maatwoord voor staafvormige verbruiksgoederen;bv. inktblokjes;kaarsen]; (9) [maatwoord voor vaten met sake;shoyu e.d.]; (a) even getal; (b) vel gebonden papier; (c) stadswijk; buurt; (d) volwassen man onder het ritsuryō-systeem 律令制; (e) dienstbode; bediende; knecht; (f) kruidnagelboom; Syzygium aromaticum; (g) naam van een zilverstuk uit de Edo-tijd; (h) klanknabootsing voor wapengekletter
几帳面 kichōmen methodisch; ordelijk; systematisch; nauwgezet; scrupuleus; nauwkeurig; precies; meticuleus; stipt; punctueel
区々 kuku (1) gering; klein; weinig; (2) pietluttig; pietepeuterig; teuterig; moeilijk; precies; (3) divers; verschillend; bont; uiteenlopend; verscheiden; ongelijksoortig; gevarieerd; (4) wijs; verstandig
即ち;則ち;乃ち;輒ち;便ち sunawachi (1) namelijk; met andere woorden; ofwel; oftewel; dat is; te weten; dat wil zeggen; dat betekent; en wel; wel te verstaan; tenminste; id est; hoc est; videlicet; [afk.] nl.; [afk.] m.a.w.; [afk.] d.i.; [afk.] t.w.; [afk.] d.w.z.; [afk.] i.e.; [afk.] h.e.; [afk.] vdt.; (2) net; precies; juist; krek; exact; helemaal; niets dan; alleen maar; zonder meer; (3) (en) dan; vervolgens; (meteen) daarop; (onmiddellijk) daarna
厳密な genmitsuna strikt; streng; rigoureus; stipt; precies; punctueel; nauw; scrupuleus; nauwkeurig
厳密に genmitsuni strikt; streng; rigoureus; stipt; precies; punctueel; nauw; scrupuleus; nauwkeurig
喧しい yakamashii (1) lawaaierig; luidruchtig; rumoerig; roezig; schreeuwerig; kabaal makend; herrie makend; veel leven makend; kakofonisch; schetterig; roezemoezig; lawaaiig; luid; gehorig; krakeelachtig; tumultueus; tapageus; bruyant; (2) [m.b.t. procedure] lastig; vervelend; omslachtig; log; ergerlijk; [inform.] flikkers; (3) zeurderig; drammerig; zanikachtig; zeverend; (4) veeleisend; kieskeurig; nauwgezet; kies; vies; (angstvallig) precies; pietluttig; pietepeuterig; kritisch; moeilijk; vitterig; muggenzifterig; vitziek; (5) streng; strikt; rigoureus; gestreng; rigide; strak; star; [m.b.t. programma] straf; [m.b.t. gelovige] steil; stringent; (6) controversieel; omstreden; beladen; geruchtmakend; ophefmakend; verhit
如何にも ikanimo (1) in elk opzicht; enorm; extreem; uiterst; verschrikkelijk; zeer; erg; hoogst; absoluut; totaal; (2) werkelijk; waarlijk; voorwaar; voorzeker; echt; helemaal; door en door; precies; inderdaad; exact; zegt u dat wel; zoals u zegt; dat ben ik helemaal met u eens; volkomen gelijk; nou en of; reken maar; klopt; heel juist; (3) hoe dan ook; op welke wijze ook; hoe het ook zij; vast en zeker; welzeker; ongetwijfeld; beslist; stellig; (4) net alsof; als het ware; onmiskenbaar; duidelijk; niet mis te verstaan; (5) liefst; bij voorkeur
定か sadaka (1) duidelijk; precies; (2) zeker; bepaald
宛ら sanagara (1) onveranderd; intact; status quo; als tevoren; (2) integraal; onverkort; volledig; (3) net; precies; als ware; (4) toch; desondanks; ondanks dat
実に geni (1) echt; werkelijk; waarlijk; inderdaad; juist; precies; exact; (2) klopt; akkoord; wat je zegt; zeg dat wel; bravo; hulde
小心 shōshin (1) bedeesdheid; benepenheid; timiditeit; beschroomdheid; schuchterheid; verlegenheid; lafheid; lafhartigheid; schijterigheid; (2) nauwkeurigheid; nauwgezetheid; zorgvuldigheid; angstvalligheid; precisiteit; scrupulositeit; omzichtigheid; behoedzaamheid; voorzichtigheid; (3) bedeesd; benepen; timide; beschroomd; schuchter; verlegen; laf; blo; lafhartig; blohartig; schijterig; (4) nauwkeurig; nauwgezet; zorgvuldig; secuur; angstvallig; precies; scrupuleus; meticuleus; omzichtig; behoedzaam; voorzichtig
御意 gyoi (1) [hon.] (uw) gedachte; mening; inzicht; intentie; goeddunken; wil; wens; (2) [hon.] (uw) instructie; aanwijzing; bevel; (3) tot uw orders!; zoals u wenst; zoals u wil; (4) juist!; precies!; inderdaad; net wat u zegt; gelijk heeft u!
成る程;成程 naruhodo (1) inderdaad; echt; (daad)werkelijk; wel degelijk; waarachtig; [inform.] warempel; waarlijk; zowaar; (2) precies; volledig akkoord; wat je zegt; juist!; dat klopt; zo denk ik er ook over; zeg dat wel
有りの儘に arinomamanoni zoals het is; sec; objectief; exact; precies; juist; eerlijk; ongelogen; oprecht; onverbloemd; onopgesmukt; onverholen; naakt; zonder meer; [Belg.N.;spreekt.] effenaf
有りの儘の arinomamano sec; objectief; exact; precies; juist; eerlijk; getrouw; ongelogen; oprecht; onverbloemd; onopgesmukt; onomwonden; onverholen; naakt; bloot; louter; ~ zoals het is; ~ zoals het er ligt; ~ op zichzelf; ~ zonder meer
本当の hontōno (1) echt; waar; waarachtig; werkelijk; feitelijk; eigenlijk; wezenlijk; effectief; reëel; onvervalst; authentiek; natuurlijk; (2) juist; correct; precies
正に;当に;応に;方に;将に masani (1) precies; juist; exact; net; (2) zeker; waarachtig; heus; echt; waarlijk; inderdaad; voorzeker; voorwaar; regelrecht; (3) net nu; op de kop af; thans; op het punt [staan te]; op de rand [staan van]; (4) in goede orde; naar behoren; behoorlijk
正確 seikaku correct; accuraat; juist; exact; stipt; precies; nauwkeurig; zuiver; punctueel; secuur; trefzeker
正確な seikakuna correct; accuraat; juist; exact; stipt; precies; nauwkeurig; zuiver; punctueel; secuur; trefzeker
正確に seikakuni correct; accuraat; juist; exact; stipt; precies; nauwkeurig; zuiver; punctueel; secuur; trefzeker
shō (1) juistheid; correctheid; (2) [ritsuryō] [titel van de hoogste ambtenaar van diverse ministeries]; (3) eerste; hogere graad (van een rang met twee graden); opper-; (4) exact; stipt; precies; (5) net echt; exact gelijkend; (a) correct; echt; (b) juist; exact; (c) primair; (d) chef; leider; (e) jaarbegin
sei (1) correctheid; juistheid; (2) het officiële; (3) hoofd; overste; (4) [wisk.] positief; groter dan nul zijn; (5) [nat.] positief geladen zijn; (6) [fil.] these; (7) tien tot de veertigste macht; (a) correct; juist; (b) verbeteren; corrigeren; (c) regelmatig zijn; (d) precies; exact; (e) jaarbegin; nieuwjaar; (f) belangrijkste; hoofd; (g) wezenlijk; legitiem; (h) chef; (i) [wisk.] positief; groter dan nul zijn
然う sou (1) zo; op die manier; dat; (2) niet zo ~; niet zozeer ~; niet danig ~ [i.c.m. negatie]; (3) ja; dat is zo; precies; inderdaad; dat klopt; dat is juist [als bevestigend antwoord]; (4) echt (waar)?; zo?; is dat zo?; o ja?; werkelijk?; heus?
然り shikari (1) zo zijn; (2) dat klopt; dat is juist; jazeker; zeker; ja; inderdaad; juist; precies; absoluut
然様;左様 sayō (1) zo; zulks; (2) klopt; precies; inderdaad; da's zo
特定 tokutei specifiek; precies; vast
的確;適確 tekikaku (1) precisie; accuratesse; preciesheid; exactheid; trefzekerheid; nauwgezetheid; nauwkeurigheid; nauwlettendheid; feilloosheid; stiptheid; raakheid; (2) exact; precies; accuraat; trefzeker; raak; treffend; toepasselijk; nauwkeurig; nauwgezet; feilloos; nauwlettend; stipt; secuur
真っ ma pal ~; vlak ~; precies ~; exact ~; zuiver ~; puur ~; onversneden ~; geheel ~; volkomen ~; helemaal ~ [nadrukkelijker dan 真-]
真っ只中 mattadanaka (1) precies; pal; vlak in het midden; er midden in; (2) in het vuur van; in het heetst van; in het hevigste van
ma (1) het ware; waarheid; werkelijkheid; (2) oprecht ~; eerlijk ~; rechtvaardig ~; waar ~; (3) recht ~; juist ~; vlak ~; precies ~; exact ~; puur ~; zuiver ~; (4) gewone ~; echte ~ [prefix voor planten- en dierennamen]
kaku (1) zeker; vast; gewis; stellig; (2) duidelijk; precies; (a) zeker; vast; (b) vaststaand; onbetwistbaar; onwrikbaar; (c) [afk.] zeker; betrouwbaar
確か;慥か tashika (1) zeker; vaststaand; positief; afdoend; gewis; verzekerd; onomstotelijk; onweerlegbaar; ontegenzeglijk; ontwijfelbaar; onmiskenbaar; onbetwistbaar; pertinent; (2) betrouwbaar; te vertrouwen; geaccrediteerd; gewaarborgd; solide; gedegen; authentiek; onfeilbaar; nimmer falend; feilloos; (3) [i.c.m. 頭;気 e.d.] gezond; o.k.; degelijk; wel; in orde; (4) exact; precies; juist; nauwkeurig; (5) zeker; beslist; vast (en zeker); stellig; natuurlijk; inderdaad; toegegeven; ongetwijfeld; met zekerheid; zonder twijfel; naar alle waarschijnlijkheid; gegarandeerd; voorwaar; welzeker; zonder mankeren; [form.] voorzeker; weliswaar; (6) als ik (het) me goed herinner; als ik het wel heb; ik geloof; meen; denk; ik maak me sterk
確かな;慥かな tashikana (1) zeker; vaststaand; positief; afdoend; gewis; verzekerd; onomstotelijk; onweerlegbaar; ontegenzeglijk; ontwijfelbaar; onmiskenbaar; onbetwistbaar; pertinent; (2) betrouwbaar; te vertrouwen; geaccrediteerd; gewaarborgd; solide; gedegen; authentiek; onfeilbaar; nimmer falend; feilloos; (3) [m.b.t. 頭;気] gezond; degelijk; (4) exact; precies; juist; nauwkeurig
窮屈な kyūkutsuna (1) strak; krap; nauw; smal; eng; benauwd; beperkt; gelimiteerd; spannend; knellend; kleinbehuisd; [~衣類] nauwsluitend; strakgespannen; (2) stijf; stijfdeftig; vormelijk; gereserveerd; stroef; star; stug; precies; rigide; gestreng; strikt; punctueel; rigoureus; onbuigzaam; bekrompen; kleingeestig; (3) ongemakkelijk; oncomfortabel; opgelaten
精密 seimitsu (1) nauwkeurigheid; precisie; exactheid; accuraatheid; accuratesse; (2) nauwkeurig; precies; accuraat; exact; minutieus; secuur; haarfijn; gedetailleerd; tot in de details
細心の saishinno nauwgezet; zorgvuldig; secuur; nauwkeurig; angstvallig; pijnlijk; precies; scrupuleus; meticuleus
緻密 chimitsu (1) fijn; fijnkorrelig; (2) haarfijn; minutieus; nauwkeurig; nauwgezet; gedetailleerd; zorgvuldig; omstandig; precies; accuraat; (3) ingewikkeld; doorwrocht; uitgewerkt
緻密な chimitsuna nauwkeurig; precies; fijn; nauw; minutieus; nauwgezet; nauwnemend; nauwlettend; zorgvuldig; nauw luisterend; accuraat; exact; gedetailleerd; met zorg uitgewerkt; omstandig; doorwrocht; [m.b.t. weefsel] dicht; [m.b.t. betoog] sluitend
緻密に chimitsuni met precisie; tot in de details; minutieus; haarfijn; gedetailleerd; nauwkeurig; exact; accuraat; precies; nauwgezet; met zorg uitgewerkt; omstandig; met omstandigheid
詳しい kuwashii (1) uitvoerig; uitgebreid; omstandig; minutieus; gedetailleerd; in bijzonderheden afdalend; (2) nauwkeurig; exact; accuraat; nauwgezet; precies; (3) goed in ~; onderlegd in ~; met een grondige kennis van ~; veel ervaring hebbende in ~; gespecialiseerd zijn in
諸に moroni recht; precies; pal; vlak; zonder te missen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.3 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 58 treffers (zoekopdracht: 'precies'). 
2005-2026