
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
hakadoru・捗取る
(捗る) i.w. opschieten; voortgang maken; vaart erachter zetten.
yosei・餘勢
(余勢) zn. vaart v.; verkregen snelheid v.; nog aanwezige kracht v.; resteerend arbeidsvermogen o.
undō・運動
zn. (1) [運轉] beweging v. (2) [身體の] lichaamsoefening v.; sport v. (3) [散步] wandeling v. ¶ 運動に出掛ける een beetje beweging gaan nemen; een eindje omstappen. ¶ 運動する in beweging zijn; beweging nemen; zich bewegen; bewegen; (奔走) zich moeite geven voor. ¶ 投票を得る爲區內を運動する een district bewerken om stemmen te krijgen. ¶ 運動服 sportcostuum; trui. ¶ 運動場 sportterrein. ¶ 運動家 athleet. ¶ 運動會 sportvereeniging (協會); gymnastiek-uitvoering (學校等の). ¶ 運動量 vaart; snelheid; beweegkracht. ¶ 運動性 bewegelijkheid. ¶ 運動者 agitator; verkiezingsagent (選擧の); propagandist. ¶ 運動神經 bewegingszenuw.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vaart>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
スピード supiido (1) snelheid; vaart; speed; (2) [slang;jeugdt.] speed; [slang] pep; methamfetamine
テンポ tenpo (1) tempo; vaart; tijdmaat; gang; snelheid; tred; pace; (2) [muz.] tempo
ヘビー hebii (1) krachtinspanning; vlaag van energie; volle kracht; vaart; [sportt.] sprintje; (2) zwaar; veel wegend; (3) zwaar; lastig; moeilijk; (4) intens; inspannend
一挙 ikkyo (1) beweging; verroering; (2) tenuitvoerlegging; demarche; stap; (3) [鶴;鸛の] vlucht; (4) vaart; schwung
勢い ikioi (1) kracht; (2) energie; vitaliteit; gezondheid; zwier; gedrevenheid; (3) macht; invloed; gezag; autoriteit; (4) drang; vaart; impuls; impetus; prikkel; (5) natuurlijke gang van zaken; loop der dingen; tendens; trend; (6) strekking; stemming; toon; (7) vanzelfsprekend; daaruit volgend; als natuurlijk gevolg; voortvloeiend; onvermijdelijk; noodzakelijk; volgens de natuurlijke gang der zaken
堀川 horikawa (1) gegraven waterweg; kanaal; vaart; gracht; (2) Horikawa
堀江 horie (1) kanaal; gegraven waterweg; vaart; gracht; (2) [i.h.b.] grachten van Naniwa
気力 kiryoku (1) wilskracht; karakter; [sportt.] moraal; (2) energie; vaart; drive; kracht; vitaliteit; gedrevenheid; (3) ruggengraat; doorzettingsvermogen; moed; durf; pit; lef
水路 suiro (1) waterweg; vaarweg; vaarwater; [i.h.b.] kanaal; vaart; gracht; zeeweg; (2) [sportt.;m.b.t. zwemmen] baan
海上旅行 kaijouryokou tocht over zee; zeereis; scheepsreis; vaart
猛進 moushin spurt; sprint; stormloop; vaart; uitval
線 sen (1) lijn; streep; [i.h.b.] grens; niveau; (2) lijn; [i.h.b.] omtrek; trekken; contour; beloop; (3) [spoorw.] spoor; perron; [luchtv.;scheepv.] lijn; route; vaart; [telef.] lijn; (4) [meetk.] lijn; (5) [pol.] lijn; koers; politiek; spoor; (6) aard; karakter; (7) [maatwoord voor lijnen;sporen]
航海 koukai (1) zeevaart; scheepvaart; vaart; navigatie; (2) zeereis; bootreis; scheepsreis; overtocht; passage
航行 koukou vaart; scheepvaart; navigatie; passage; scheepsreis
航路 kouro (1) route; (2) koers; vaart; (3) lijndienst; lijn
船足;船脚 funaashi (1) vaart; voortgang van een schip; scheepssnelheid; (2) [scheepv.] diepgang
行き足 yukiashi [scheepv.] vaart; voortgaande beweging
行き;往き;行;往 yuki (1) vertrek; afvaart; afreis; heenreis; heenrit; heenvlucht; heenweg; (2) reis; tocht; trek; trip; koers; vaart; gang; loop; beloop; het stevenen; het tijgen; het zich begeven; het heengaan; (3) heenreisbiljet; kaartje enkele reis; enkeltje; (4) met bestemming ~; naar ~
速さ hayasa (1) snelheid; vaart; tempo; (2) vlugheid; gezwindheid; spoed; rapheid; radheid
速力 sokuryoku snelheid; vaart; gang
速度 sokudo snelheid; vaart; gang; tempo
運航 unkou (1) [scheepv.] vaart; reis; (2) [luchtv.] vlucht
Tijd: 1.68 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 22 treffers (zoekopdracht: 'vaart').
2005-2026
