日蘭辭典+

43 resultaten voor ‘moeite’
日蘭辭典 (trefwoord)
hanrō煩勞
(煩労) moeite v.; last m.
mama
(まま) bw. (1) [其の儘] zooals het is; in den tegenwoordigen toestand. (2) [意の] naar verkiezen; zoals men wil. ¶ で met zijn schoenen aan. ¶ 聞いた話す vertellen zooals men het gehoord heeft. ¶ もとのである hetzelfde gebleven zijn; onveranderd zijn. ¶ 何卒其 derangeer u niet; blijft toch zitten. ¶ 思ふする doen wat men wil; zijn eigen zin doen. ¶ なるなら als ik mijn zin kreeg. ¶ そのにして置く het erbij laten; geen moeite doen het te veranderen.
ku

zn. (1) [苦痛] smart v.; leed o. (2) [骨折] zware arbeid m.; moeite v. (3) [心配] ongerustheid v.; zorg v. ¶ 苦になる zorg baren. ¶ 苦にする zich bezorgd maken over; tobben over. ¶ 苦もなく zonder moeite; gemakkelijk.

ku-mo-naku苦もなく
kurō苦勞

(苦労) zn. zorg (心配) v.; last m.; moeite v.; zware arbeid. ¶ 苦勞のない onbezorgd; luchthartig. ¶ 御苦勞樣でした dank voor uwe moeite. ¶ 苦勞する zich bezorgd maken; veel moeite doen; worstelen. ¶ 苦勞性の zwaar op de hand; pijnlijk nauwgezet.

kurushinde苦んで

bw. (1) [難儀] met veel moeite. (2) [苦惱] smartelijk.

kushin苦心

zn. (1) [心配] zorg v. (2) [努力] moeite v.; inspanning v. ¶ 苦心する zich inspannen; zich veel moeite geven.

zōsanai造作ない
yattoやつと

bw. (1) [遂に] ten slotte; op het laatst. (2) [骨折つて] met veel moeite. (3) [辛うじて] ternauwernood; nauwelijks; op het nippertje.

yattoko suttokoやつとこすつとこ

bw. met veel moeite.

yasuyasu to易々と

bw. met gemak; zonder moeite.

yakkai厄介

zn. (1) [面倒] last m. (2) [世話] hulp v.; steun m. ¶ 厄介になる tot last zijn; steunen op; afhankelijk zijn van. ¶ 厄介をかける last bezorgen. ¶ 厄介拂をする iets lastigs kwijtraken. ¶ 厄介な lastig. ¶ 親の厄介になる zijn ouders tot last zijn. ¶ 色々御厄介になりました neem mij niet kwalijk, dat ik u allerlei moeite veroorzaakt heb.

unsu-unsuうんすうんす

bw. met groote moeite.

undō運動

zn. (1) [運轉] beweging v. (2) [身體の] lichaamsoefening v.; sport v. (3) [散步] wandeling v. ¶ 運動に出掛ける een beetje beweging gaan nemen; een eindje omstappen. ¶ 運動する in beweging zijn; beweging nemen; zich bewegen; bewegen; (奔走) zich moeite geven voor. ¶ 投票を得る爲區內を運動する een district bewerken om stemmen te krijgen. ¶ 運動服 sportcostuum; trui. ¶ 運動場 sportterrein. ¶ 運動家 athleet. ¶ 運動會 sportvereeniging (協會); gymnastiek-uitvoering (學校等の). ¶ 運動量 vaart; snelheid; beweegkracht. ¶ 運動性 bewegelijkheid. ¶ 運動者 agitator; verkiezingsagent (選擧の); propagandist. ¶ 運動神經 bewegingszenuw.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <moeite>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
えっちらおっちら etchiraotchira moeizaam; met veel inspanning; moeite
一息 hitoiki (1) ademhaling; ademtocht; adem; respiratie; [inform.] blaas; (2) adempauze; pauze; rustpauze; rust; break; (3) kleine inspanning; moeite; [w.g.] effort
丹精 tansei (1) behartiging; toegewijde zorg; toewijding; inzet; ijver; vlijt; moeite; toeleg; inspanning; overgave; (2) zorgzaam; toegewijd; diligent; noest; zorgvuldig; nauwgezet; soigneus
chikara (1) kracht; macht; energie; force; invloed; potentie; [i.h.b.] geweld; [volkst.] forsie; (2) sterkte; kracht; moed; (3) hulp; behulp; middelen; (4) kracht; inspanning; moeite; (5) vermogen; kunnen; capaciteit; bekwaamheid; vaardigheid
努力 doryoku inspanning; inzet; moeite; streven; poging; [w.g.] effort
rou (1) moeite; last; inspanning; inzet; (2) prestaties; diensten; verdiensten; verwezenlijkingen; (3) ervaring; ondervinding; expertise; (4) lange gebruikmaking; (a) werken; werk; (b) moeite; (c) prestatie; (d) last; inspanning; (e) erkentelijk zijn; bedanken; (f) [afk.] vakbond; arbeiders
労力 rouryoku (1) arbeidskracht; werkkracht; werkvermogen; (2) inspanning; krachtsinspanning; moeite; inzet; [Belg.N.] labeur
厄介 yakkai (1) last; ongerief; overlast; ongemak; lastpost; moeite; soesa; [veroud.] pijne; bezwaar; [form.] onus; hinder; gehaspel; (2) zorg; hoede; toezicht; oppassing; verzorging; opvang; ontferming [betreft ook de personen of kosten daaraan verbonden]; (3) het leven van; het teren op; klaploperij; parasitisme; biets; (4) persoon ten laste; afhankelijke; tafelschuimer; kostganger; kostgangster; commensaal; inquilien; klaploper; profiteur; parasiet; bietser; (5) yakkai [In de Edo-periode door de pater familias gealimenteerde collaterale bloedverwanten. Bv. zijn jongere broers die op kosten van het ouderlijk huis leefden en als erfgenaam grootgebracht werden.]; (6) lastig; moeilijk; zwaar; vervelend; storend; hinderlijk; onereus; [inform.] flikkers; drukkend; [m.b.t. werk] bezwarend; moeizaam; vermoeiend
困難 konnan (1) moeilijkheid; hindernis; obstakel; (2) nood; ontbering; beproeving; (3) beproeving; moeite; ongeluk; bezoeking; (4) verwarring; verlegenheid; het niet goed weten wat men moet doen; (5) moeilijk; niet gemakkelijk; problematisch; (6) vervelend; lastig; hinderlijk; onaangenaam; naar; (7) gênant; lastig; verlegen makend; ongemakkelijk; ongelukkig; pijnlijk; [Belg.N.;spreekt.] ambetant; (8) hard; bitter; doornig; vol doornen en distels; moeilijk; verdrietelijk
奔走 honsou (1) goede diensten; inspanningen; moeite; inzet; toedoen; toewijding; bedrijvigheid; drukte; activiteit; (2) onthaal; (3) zorg
奮闘 funtou zware strijd; moeite; zware inspanningen
尽力 jinryoku krachtsinspanning; moeite; effort
御世話;お世話 osewa (1) hulp; bijstand; steun; (2) dienst; bemiddeling; interventie; tussenkomst; (3) last; overlast; moeite; inspanning; zorg; beslommering; (4) het dagelijks leven; de dagelijkse beslommeringen in het leven
御造作;御雑作 gozousa (1) bedankt voor het onthaal; bedankt voor de gastvrijheid; bedankt voor het lekkere eten; (2) bedankt voor de (genomen) moeite
心尽くし kokorozukushi (1) goedheid; vriendelijkheid; attentie; (2) acht; zorg; bekommernis; bezorgdheid; zorgzaamheid; attentheid; consideratie; (3) ijver; inspanning; moeite; goede diensten; vriendelijke bemoeienis
手数 tekazu (1) moeite; inspanning; (2) [ 碁・将棋の ] aantal zetten
手数 tesuu (1) last; ongemak; (2) moeite; inspanning
手間 tema (1) moeite; tijd; inspanning; arbeid; (2) arbeidsloon; tijdloon; uurloon; salaris; wedde [verkorting van temachin 手間賃]; (3) per uur betaald werk; (4) uurloner
気骨 kibone moeite; last; inspanning; uithouding
漸と yatto (1) eindelijk; na lange tijd; op het einde; uiteindelijk; goed en wel; ten langen leste; ten slotte; als slot; finaal; (2) ternauwernood; op het nippertje; (nog maar) net; eventjes; amper; pas ~; koud ~; nauwelijks ~; nog net (op tijd); nog juist (op tijd); op het laatste moment; op het laatste ogenblik; op het laatste nippertje; nipt; op het kantje (af); bij het walletje langs; weinig schelend; op het randje af; bijna te laat; kantje boord; met de hakken over de sloot; ei zo na; (3) met (grote) moeite; met pijn en moeite; moeizaam; node; (4) veel; een hoop; een heleboel; een massa; een boel; een overvloed; een grote hoeveelheid; heel wat; overvloedig; aardig wat; behoorlijk wat; (5) veruit; verreweg; verre
潔しとしない isagiyoshitoshinai er te trots voor zijn; zich ervoor generen te; zich ervoor schamen te; beneden zich achten te; zich niet verwaardigen om; het beneden z'n waardigheid achten te; moeite; het moeilijk hebben te; te fatsoenlijk zijn om; versmaden
苦心 kushin (1) zorg; bezorgdheid; angst; vrees; (2) moeite; inspanning
ku (1) pijn; leed; lijden; [fig.] kruis; (2) zorg; bezorgdheid; verontrusting; ongerustheid; (3) moeite; inspanning; (4) [boeddh.] duḥkha; lijden; pijn; onbehagen; ongemak; ongenoegen
迷惑 meiwaku (1) last; hinder; ongemak; [form.] onus; een lastig iets; een vervelend iets; moeite; ongerief; [veroud.] pijne; ongelegenheid; bezwaar; (2) lastig; storend; vervelend; ongelegen; moeilijk; onereus; hinderlijk; [inform.] flikkers; ergerlijk; problematisch; bezwaarlijk; verdrietelijk; irritant
難儀 nangi (1) leed; lijden; nood; penarie; ontbering; tegenspoed; tegenslag; beproeving; narigheid; netelige situatie; lastig parket; (2) moeilijkheden; problemen; last; zorg; moeite; (3) iets belangrijks; serieuze zaak; (4) moeilijk; zwaar; hard; lastig; problematisch; vermoeiend; afmattend; benard
面倒 mendou (1) moeite; last; [form.] onus; [veroud.] pijne; ongemak; vervelend gedoe; [inform.] gekloot; (2) moeilijkheden; problemen; complicaties; (3) verzorging; zorg; zorgzaamheid; oppassing; (4) lastig; moeilijk; vervelend; onereus; ellendig; [inform.] flikkers; ingewikkeld; netelig; problematisch
骨折り honeori moeite; last; inspanning; goede diensten
hone (1) bot; been; [i.h.b.] schonk; balein; graat; [i.h.b.] knekel; doodsbeen; (2) gebeente; geraamte; skelet; beenderen; karkas; (3) raamwerk; kader; opzet; hoofdlijn; kern; essentie; (4) ruggengraat; karakter; wilskracht; pit; moed; (5) moeite; inspanning; zwaar werk
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.74 sec. jiten.nl: 15 treffers, warandict: 28 treffers (zoekopdracht: 'moeite'). 
2005-2026