日蘭辭典+

28 resultaten voor ‘verkopen’
日蘭辭典 (trefwoord)
harau拂ふ
(払う) t.w. (1) [掃除] wegvegen; wegvagen. (2) [驅逐] verdrijven. (3) [賣拂] verkoopen. (4) [支拂ふ] betalen; voldoen. ¶ 綺麗に拂ふ geheel afbetalen; schuld voldoen. ¶ 注意を拂ふ aandacht schenken. ¶ 燒拂ふ platbranden. ¶ を切り拂ふ takken snoeien.
urikomi賣込
(売り込み) zn. verkoop m. ¶ 賣込商 commissiehandel. ¶ 賣込の上手 goede verkooper. ¶ 賣込む verkoopen; markt veroveren; afzetgebied vinden.
dondonどんどん
zn. (1) [鼓聲] rataplan rataplan; rombedebom. bw. (2) [迅速] vlug. (3) [澤山] in groot hoeveelheid. (4) [勢よく] krachtig. ¶ どんどん進む vlug opschieten. ¶ どんどん賣れる vlot verkocht worden.
uridashi賣出
(売り出し) zn. verkoop m. (藏拂) uitverkoop m.; opruiming v. ¶ 賣出す beginnen te verkoopen; uitgeven (債券を); (を) bekend worden; naam maken.
uriharau賣拂ふ
(売り払う, 売払う) t.w. opruimen; geheel verkoopen; wegdoen; i.w. zich ontdoen van.
ugoku動く
i.w. (1) [動く] bewegen; zich bewegen. (2) [移動] van plaats veranderen; zich verplaatsen. (3) [運轉] loopen; gaan; werken. (4) [變動] veranderen; zich wijzigen. (5) [搖ぐ] schommelen; schudden. (6) [感ずる] geroerd worden; getroffen zijn. ¶ 動かざる onbewegelijk; roerloos; (の) onbewogen; onverschillig. ¶ 動かざる泰山の如し rotsvast; onwankelbaar. ¶ 一寸も動かない er wordt niets verkocht. ¶ 時計が動かなくなった het horloge staat stil. ¶ 一寸も動くことならぬぞ verroer je niet!; blijf stokstil staan!
oroshi

(卸し) groothandel m.; verkoop in het groot. ¶ 卸で in het groot; en gros (佛語) ¶ 卸値段 prijs en gros. ¶ 卸賣する in het groot verkopen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verkopen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ばらす barasu (1) afbreken; demonteren; uit elkaar halen; opbreken; slopen; (2) doden; vermoorden; vellen; doodsteken; neersteken; afmaken; liquideren; elimineren; uit de weg ruimen; van kant maken; koud maken; naar de andere wereld helpen; [Barg.] mollen; (3) verkopen; van de hand doen; (4) goedkoop verkopen; voor een zacht prijsje van de hand doen; dumpen; voor afbraak verkopen; (5) speculatief verkopen van rijst; (6) onthullen; bekendmaken; verraden; verklappen; klikken; verklikken; aan het licht brengen; openbaren; openbaar maken; blootleggen; [veroud.] uitbrengen; (7) [hengelsp.] aan de haak geslagen vis laten ontsnappen
商う akinau verhandelen; handel drijven in; handelen in; zaken doen in; dealen in; doen in; verkopen
bai (a) verkopen; (b) najagen; nastreven; proberen te verkrijgen
売りに出す urinidasu te koop aanbieden; in de verkoop brengen; ten verkoop bieden; op de markt brengen; in de markt zetten; uitbrengen; opbrengen; verkopen; afzetten; van de hand doen; veil bieden
売り出す uridasu (1) op de markt brengen; verkrijgbaar stellen; in de handel brengen; te koop aanbieden; ten verkoop aanbieden; uitbrengen; releasen; verkopen; uitgeven; (2) in de aanbieding doen; [Belg.N.] in promotie doen; promoten; (3) bekend; beroemd; populair worden; zich een reputatie verwerven; op de voorgrond; het voorplan treden; opgang maken; populariteit verwerven; in de belangstelling raken
売り払う uriharau verkopen; opruimen; van de hand doen; wegdoen
売り捌く urisabaku verkopen; opruimen; van de hand doen; wegdoen
売り渡す uriwatasu (1) verkopen; van de hand doen; (2) verraden
売り込む urikomu (1) verkopen; slijten; afzetten; aan de man brengen; (2) zichzelf promoten; zichzelf weten te verkopen; (3) pluggen; reclame maken voor; aanbevelen; (4) zwaar verkopen
売る uru (1) verkopen; te gelde maken; aan de man brengen; (2) [naam;faam etc.] verwerven; [een reputatie] uitbouwen; (3) verraden; verraad plegen; erbij lappen; (4) [ruzie] zoeken
売却する baikyakusuru verkopen; verhandelen; van de hand doen; zetten; afzetten
払い下げる haraisageru (van overheidswege) verkopen; van de hand doen
払う;掃う harau (1) verwijderen; wegdoen; opruimen; wegnemen; wegruimen; vrijmaken; ontruimen; (uit de weg) ruimen; weghalen; wegvegen; vegen; wissen; [een telraam] terugzetten op nul; zuiveren (van); [tranen enz.] afvegen; ontdoen van; [tuinb.] dieven; [tuinb.] afsnoeien; afhelpen van; verdrijven; verjagen; [een kwaal enz.] boeten; (2) [een zwaard e.d.] zwaaien; maaien; [i.h.b. iem. de voet] lichten; [een uithaal e.d.] afslaan; (3) betalen; neertellen; neerleggen; delgen; kwijten; contenteren; [een schuld] afdoen; [een schuld] afkomen; [een schuld] honoreren; [inform.] dokken; vereffenen; over de brug komen; overkomen; [m.b.t. rekening] gladmaken; [Barg.] roeren; [Barg.] besjollemen; (4) [eer] betuigen; [eer] bewijzen; [eerbied] betonen; zich [inspanningen] getroosten; zich [moeite] geven; (5) van de hand doen; verkopen; (6) [~に注意を] acht slaan op; aandacht besteden aan; aandacht schenken aan; letten op; opletten; bij de les blijven; achten; acht geven; oppassen
捌く sabaku (1) goed uiteenhouden; niet verwarren; in het gareel houden; (2) kundig behandelen; in; op orde brengen; handig aanpakken; klaarspelen; regelen; afhandelen; oplossen; settelen; (3) uitleggen; uiteenzetten; uit de doeken doen; (4) van de hand doen; zetten; verkopen; (5) [髪;裾を] losmaken; (6) [cul.] [鴨;魚を] in plakken; stukken snijden; voorsnijden; trancheren; scheiden; (7) zich opvallend gedragen; (8) [shōgi] [駒を] oordeelkundig verzetten; hanteren; [honkb.] [球を] fielden; (9) [遊女が] iem. als klant afwijzen; weigeren
熟す konasu (1) aan; in; tot gruis slaan; in stukken breken; uit elkaar doen vallen; stukbreken; brekend stukmaken; vergruizen; vergruizelen; verpulveren; verkruimelen; fijnmaken; (2) verteren; verwerken; digereren; (3) afhandelen; behandelen; [仕事を] klaren; opknappen; doen; afdoen; volbrengen; afmaken; afwerken; klaarspelen; fiksen; (4) verkopen; van de hand doen; zetten; (5) [役を] spelen; brengen; zijn rol volhouden; in zijn rol blijven
発売する hatsubaisuru te koop aanbieden; in de handel brengen; op de markt brengen; verkrijgbaar stellen; ten verkoop aanbieden; uitbrengen; releasen; verkopen; uitgeven
競る seru (1) wedijveren; rivaliseren; strijden; concurreren; meedingen; mededingen; (2) dingen naar; een bod doen; opbieden; (3) veilen; verkopen; kopen bij opbod; (4) venten; leuren
諧謔を弄する kaigyakuworousuru een grap uithalen; gekheid maken; grappen maken; vertellen; verkopen; moppentappen; dollen; schertsen; gekscheren; grollen; geinen; geintjes tappen; [Belg.N.] zwanzen; [arch.] kortswijlen
譫言を言う uwagotowoiu (1) ijlpraat uitslaan; ijlen; verward; onsamenhangend spreken; razen; delireren; raaskallen; (2) onzin uitslaan; uitkramen; verkopen; nonsens verkopen; flauwekul verkopen
譲る yuzuru (1) afstaan; [zijn ambt] overdragen; overlaten; uit handen geven; overleveren; overgeven; overhandigen; [eigendom] vervreemden; [onroerend goed] vermaken; nalaten; legateren; legeren; (2) verkopen; (3) wijken; toegeven; opgeven; zwichten; (4) [de bal] afgeven; [voorrang] geven; [van plaats] wisselen; verruilen; laten voorgaan; (5) uitstellen; opschorten; verschuiven (tot later); wegleggen; sparen
販売する hanbaisuru verkopen; verhandelen; afzetten; debiteren; aan de man brengen; slijten; doen in; handelen in
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.14 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 21 treffers (zoekopdracht: 'verkopen'). 
2005-2026