
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
hiyayakana・冷やかな
reitan・冷淡
zn. koelheid v.; onverschilligheid v.; ongevoeligheid v. ¶ 冷淡な koel; onverschillig; onhartelijk; ongevoelig.
ugoku・動く
i.w. (1) [動く] bewegen; zich bewegen. (2) [移動] van plaats veranderen; zich verplaatsen. (3) [運轉] loopen; gaan; werken. (4) [變動] veranderen; zich wijzigen. (5) [搖ぐ] schommelen; schudden. (6) [感ずる] geroerd worden; getroffen zijn. ¶ 動かざる onbewegelijk; roerloos; (心の) onbewogen; onverschillig. ¶ 動かざる事泰山の如し rotsvast; onwankelbaar. ¶ 品が一寸も動かない er wordt niets verkocht. ¶ 時計が動かなくなった het horloge staat stil. ¶ 一寸も動くことはならぬぞ verroer je niet!; blijf stokstil staan!
kubetsu・區別
(区別) zn. (1) [差別] onderscheid o.; verschil o. (2) [分類] onderscheiding v.; classificatie v. ¶ 區別を立てる onderscheiden; onderscheid maken. ¶ 區別なく zonder onderscheid; onverschillig. ¶ 區別する onderscheiden; onderscheid maken; verschil maken; classificeeren; indeelen.
zashi・坐視
(坐視) zn. onverschilligheid v. ¶ 坐視する onverschillig toezien; zich er niet mee bemoeien.
yosoyososhii・餘所餘所しい
(余所余所しい) bn. onverschillig; afzijdig; koel.
usui・薄い
bn. dun; licht; flauw. ¶ 薄い茶 slappe thee. ¶ 情の薄い onverschillig; koel. ¶ 客の薄い slecht bezochte voorstelling.
tsurenai・强顏
(強顔) bn. hardvochtig; onverschillig; ongevoelig; harteloos; onbarmhartig.
SUPPLEMENT (trefwoord)
usobuku・うそぶく
(嘯く; 嘘ぶく)
(1) onverschillig doen; doen alsof je van niks weet. → 空嘯く
(2) opscheppen; grootspreken; pochen. ¶ ─文法など知らないでも会話はできるなどと うそぶいて─ - bunpō nado shiranai de mo kaiwa dekiru nado to usobuite - - opscheppen dat je in [het Engels] kunt praten hoewel je geen weet hebt van grammatica en dergelijke - (Uitleg in online lesboek.)
(3) loeien, brullen, chilpen etc. van dieren.
(4) fluiten. → 口笛を吹く
(5) (gedichten) reciteren
NB Volgens het online woordenboek 語源由来辞典 vind de huidige betekenis van usobuku zijn oorsprong in fluiten om duiven en dergelijke te lokken. Vergelijk dit met de in Nederland niet onbekende gewoonte om een kort deuntje te fluiten als je doet alsof je van niks weet. Tevens zal het geen toeval zijn dat het werkwoord in de gangbare uitdrukking voor ‘fluiten’ (口笛を吹く kuchibue wo fuku) ook gebruikt is in usobuku (uso + fuku = usobuku). Tenslotte zal stellig in de betekenis van ‘grootspreken’ het deel uso van usobuku als het woord uso 嘘 ‘leugen’ gevoeld worden.
(1) onverschillig doen; doen alsof je van niks weet. → 空嘯く
(2) opscheppen; grootspreken; pochen. ¶ ─文法など知らないでも会話はできるなどと うそぶいて─ - bunpō nado shiranai de mo kaiwa dekiru nado to usobuite - - opscheppen dat je in [het Engels] kunt praten hoewel je geen weet hebt van grammatica en dergelijke - (Uitleg in online lesboek.)
(3) loeien, brullen, chilpen etc. van dieren.
(4) fluiten. → 口笛を吹く
(5) (gedichten) reciteren
NB Volgens het online woordenboek 語源由来辞典 vind de huidige betekenis van usobuku zijn oorsprong in fluiten om duiven en dergelijke te lokken. Vergelijk dit met de in Nederland niet onbekende gewoonte om een kort deuntje te fluiten als je doet alsof je van niks weet. Tevens zal het geen toeval zijn dat het werkwoord in de gangbare uitdrukking voor ‘fluiten’ (口笛を吹く kuchibue wo fuku) ook gebruikt is in usobuku (uso + fuku = usobuku). Tenslotte zal stellig in de betekenis van ‘grootspreken’ het deel uso van usobuku als het woord uso 嘘 ‘leugen’ gevoeld worden.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <onverschillig>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
お座なり ozanari (1) plichtmatig; ongeïnteresseerd; onverschillig; (2) clichématig; banaal; routine-; nietszeggend; ongeïnspireerd; (3) geïmproviseerd; lukraak
のほほん nohohon (1) nonchalance; onverschilligheid; achteloosheid; (2) onbezorgdheid; onbekommerdheid; zorgeloosheid; (3) nonchalant; onverschillig; achteloos; (4) onbezorgd; onbekommerd; zonder zorgen; zorgeloos
アバウト abauto (1) halfslachtig; halfhartig; lauw; slap; onverschillig; ongeïnteresseerd; nonchalant; slordig; met de Franse slag; onverantwoord; (2) bij benadering
何気無い nanigenai (1) quasinonchalant; casual; onverschillig; laconiek; (2) achteloos; nonchalant
冷たい tsumetai (1) koud; koel; (2) [m.b.t. gevoelens] koud; koel; kil; ijzig; ijskoud; onverschillig; afstandelijk
冷淡 reitan (1) koelheid; koudheid; onhartelijkheid; ongevoeligheid; ongeïnteresseerdheid; onverschilligheid; desinteresse; (2) koel; koud; onhartelijk; koeltjes; ongevoelig; ongeïnteresseerd; onverschillig
冷淡に reitanni koel; koud; onhartelijk; koeltjes; ongevoelig; ongeïnteresseerd; onverschillig
平気 heiki (1) kalmte; onverstoorbaarheid; gelijkmoedigheid; rust; (2) onverschilligheid; gelatenheid; indifferentie; (3) kalm; rustig; beheerst; gelaten; gelijkmoedig; onbewogen; ijzig; onaangedaan; ongeroerd; onberoerd; onverstoorbaar; (4) onverschillig; ongevoelig; indifferent; niet onder de indruk van ~; er geen invloed van ondervinden; zich niet aantrekken; ~ doet iemand niets; ~ laat iemand koud
平気な heikina (1) kalm; rustig; beheerst; gelaten; gelijkmoedig; onbewogen; ijzig; onaangedaan; ongeroerd; onberoerd; onverstoorbaar; (2) onverschillig; ongevoelig; indifferent
心無し kokoronashi (1) dwaas; idioot; mallerd; onnozelaar; (2) cultuurbarbaar; kunstbarbaar; lomperd; kinkel; boer; (3) onbezonnen; onverstandig; onoordeelkundig; gedachteloos; onnadenkend; onbedachtzaam; onachtzaam; achteloos; onbedacht; nonchalant; onzinnig; lichtzinnig; onvoorzichtig; roekeloos; onnozel; dwaas; mal; dom; [gew.] aalwaardig; aalwarig; (4) onattent; onhartelijk; koud; kil; onaardig; grof; onverschillig; onvriendelijk; (5) onelegant; onbevallig; smakeloos; stijlloos; onartistiek; onaantrekkelijk; prozaïsch; lomp; boers; (6) harteloos; wreed; hard; hardvochtig; meedogenloos; genadeloos; ongenadig; onmeedogend; onaandoenlijk; ongevoelig; onbarmhartig; (7) onzelfzuchtig; onbaatzuchtig; oprecht
思い遣りのない omoiyarinonai onattent; onverschillig; geen medeleven tonend; kil; harteloos; hardvochtig
浅い asai (1) ondiep; (2) oppervlakkig; vlak; (3) [日が~] pril; (4) [色が~] licht; bleek; (5) [香りが~] discreet; (6) [位;家柄が~] onaanzienlijk; bescheiden; (7) [情愛が~] kil; onverschillig; lauw; afstandelijk
淡々 tantan (1) [~とした色] licht; bleek; zacht; flauw; flets; (2) kalm; rustig; sereen; koel; onaangedaan; onberoerd; stoïcijns; gelijkmoedig; gelaten; ongeïnteresseerd; onverschillig; (3) kabbelend; kalm vloeiend
淡白 tanpaku (1) [cul.] licht gekruid; (2) [m.b.t. kleur;tint] gedekt; stemmig; zacht; (3) nuchter; eerlijk; ongekunsteld; indifferent; onverschillig
淡白な;淡泊な;澹泊な tanpakuna (1) [cul.] licht gekruid; (2) [m.b.t. kleur;tint] gedekt; stemmig; zacht; (3) nuchter; eerlijk; ongekunsteld; indifferent; onverschillig
無差別 musabetsu zonder onderscheid; zonder aanzien des persoons; willekeurig; onverschillig; lukraak; aselect; ongeselecteerd; in het wilde weg
無感動 mukandou (1) apathie; lusteloosheid; onverschilligheid; onbewogenheid; ataraxie; flegma; onaandoenlijkheid; ongevoeligheid; (2) apathisch; lusteloos; onverschillig; onbewogen; flegmatiek; flegmatisch; onaandoenlijk; onaangedaan; ongevoelig
無神経 mushinkei (1) gevoelloosheid; ongevoeligheid; onaandoenlijkheid; onverschilligheid; hardvochtigheid; onverstoorbaarheid; apathie; (2) gevoelloos; ongevoelig; onaandoenlijk; onverschillig; onaangedaan; hardvochtig; onverstoorbaar; apathisch
無自覚な mujikakuna onwetend; onbewust; onkundig; niet op de hoogte; niets vermoedend; achteloos; [fig.] blind; onverschillig
無関心 mukanshin (1) onverschilligheid; ongeïnteresseerdheid; indifferentie; apathie; (2) onverschillig; ongeïnteresseerd; indifferent; apathisch
無頓着 mutonchaku (1) onverschilligheid; ongeïnteresseerdheid; onbekommerdheid; nonchalance; achteloosheid; gedesinteresseerdheid; desinteresse; (2) onverschillig; ongeïnteresseerd; onbekommerd; nonchalant; achteloos; gedesinteresseerd
素っ気無い sokkenai bot; nors; kortaf; bars; bits; stuurs; afgemeten; afgebeten; bruusk; onvriendelijk; onhartelijk; stroef; koud; kil; ijzig; onverschillig
Tijd: 1.47 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 22 treffers (zoekopdracht: 'onverschillig').
2005-2026
