
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
ii・善、好、良、宜い
bn. (1) [良い] goed. (2) [美い] mooi; fraai. (3) [香、味] lekker; aangenaam. (4) [比較して] beter; verkieselijk. i.w. (5) [許可] mogen. telw. (6) [十分] genoeg. ¶ いい事を話して上げよう ik heb je goed nieuws te vertellen. ¶ 彼女は仲々姿がいい zij is een mooi meisje. ¶ 天氣がいい het is mooi weer; het is lekker weer. ¶ 此の花は香が良い deze bloem ruikt lekker. ¶ 氣持ちが好い ik voel mij lekker; ik ben goed geluimd. ¶ 今朝は氣持ちが少し良い ik voel me wat beter van morgen. ¶ 僕は梨子より林檎の方が好い ik houd meer van appels dan van peren. ¶ 彼が早く癒ればいい ik hoop, dat hij gauw beter wordt. ¶ 君は何時行ってもいい ge moogt gaan, wanneer ge wilt. ¶ 笑ったっていいぢゃないか waarom zou ik niet lachen?; mag ik soms niet lachen? ¶ 何かそれに良い藥はありませんか is daar een geneesmiddel tegen?; is er een middel, dat daar goed voor is? ¶ 明日は來なくてもいい je behoeft morgen niet te komen; niet noodig, dat je morgen komt. pp それは無くてもいい het is niet noodig; ik heb het niet noodig. ¶ それでいい laat maar; het is al genoeg.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <ge>
られる rareru (1) ge- … worden [flexiemorfeem van de lijdende vorm]; (2) [flexiemorfeem van wijze: spontaneïteit]; (3) kunnen … [modaal flexiemorfeem: potentialis]; (4) [modaal flexiemorfeem: beleefdheidsvorm]
れる reru (1) ge- … worden [flexiemorfeem van de lijdende vorm]; (2) [flexiemorfeem van wijze: spontaneïteit]; (3) kunnen … [modaal flexiemorfeem: potentialis]; (4) [modaal flexiemorfeem: beleefdheidsvorm]
下 ge (1) lagere klasse; lagere stand; lagere graad; ondergeschiktheid; (2) minderwaardigheid; inferioriteit; (3) laatste volume; deel; band (van een boek); [i.h.b.] tweede band; volume van een tweedelig boek
主 noshi jij; je; gij; ge
君達;公達;君たち;公たち kimitachi jullie; [veroud.] gij; ge; gijlieden; gijluiden; ulieden; [arch.] jelui
君 kimi (1) heerser; keizer; monarch; meester; (2) jij; je; [veroud.] gij; ge
己 ono (1) zelf; zich; zichzelf; (2) ik; (3) [min.] jij; gij; je; ge
彼方;貴方 anata u; jij; [gew.] gij; [gew.] ge
御前;お前 omae [spreekt.;inf.] jij; je; [gew.] gij; [gew.] ge
御宅 otaku (1) uw huis; uw thuis; uw woning; uw adres; (2) uw gezin; (3) uw echtgenoot; uw man; de heer des huizes; (4) u; jij; je; [Belg.N.] gij; [Belg.N.] ge
我;吾 ware (1) ik; (2) je; jij; [veroud.] ge; gij; (3) zelf; zichzelf
手前;点前 temae (1) aan deze zijde; aan deze kant; vóór; (2) bekwaamheid; vaardigheid; vakkundigheid; deskundigheid; (3) (点前) [m.b.t. theeceremonie] etiquette; protocol; ceremonieel; ceremoniële handelingen; procedure; (4) [ter] wille [van]; -halve; [in het] belang [van]; [uit] consideratie [voor]; [uit] eerbied [voor]; [uit] achting [voor]; [uit] piëteit [jegens]; (5) ik; (6) jij; [Belg.N.] gij; [Belg.N.] ge
手前 temē (1) ik; (2) jij; je; [Belg.N.] gij; [Belg.N.] ge
此方 kochira (1) hier; deze plaats; (2) hierheen; hiernaartoe; naar deze plaats; (3) deze zijde; deze kant; (4) deze persoon; deze heer; deze dame; deze jongeheer; deze jongedame; (5) deze zaak; dit voorwerp; (6) wij; ik; onze kant; mijn kant; de groep waartoe wij behoren; de groep waartoe ik behoor; de betrokken partij waartoe wij behoren; de betrokken partij waartoe ik behoor; (7) u; ge; gij,; (8) uw huis; uw woning
気 ge […~] -achtig; zoals …; -haftig; -ig [= lijkend op wat het grondwoord noemt]
華 ge bloem
貴方 anta [inform.] u; jij; [gew.] gij; [gew.] ge
貴様 kisama [inform.;min.] jij; je; [Belg.N.] gij; [Belg.N.] ge
Tijd: 1.25 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 18 treffers (zoekopdracht: 'ge').
2005-2026
