
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
kuinokoshi・食殘し
(食残し) zn. overblijfselen van eten; kliekjes o.mv. ¶ 食殘す overlaten.
yudaneru・委ねる
t.w. opdragen; toevertrouwen; overlaten. ¶ 身を委ねる zich wijden aan. ¶ 人に身を委ねる zich aan iemand toevertrouwen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <overlaten>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
任す makasu (1) zijn zin laten doen; laten begaan; zijn gang laten gaan; (2) toevertrouwen; overlaten; het laten aankomen op; in handen geven; overgeven; (3) opdragen; gelasten; mandateren
任 nin (1) opdracht; taak; missie; plicht; verantwoordelijkheid; (2) ambt; positie; betrekking; post; (a) opdragen; met een taak belasten; (b) overheidsambt; functie; (c) overlaten; laten
余す amasu (1) overlaten; laten staan; (2) sparen; opzijleggen; spaarzaam zijn met
信託する shintakusuru (1) toevertrouwen; overlaten; overdragen; (2) in trust geven
割譲する katsujousuru [国土を] afstaan; afstand doen van; overdragen; overlaten; cederen
委ねる yudaneru (1) toevertrouwen; overlaten; betrouwen; bevelen; overgeven; begeven; [w.g.] aanvertrouwen; [veroud.] aanbetrouwen; [veroud.] aanbevelen; [veroud.] vertrouwen; (2) [身を] zich overgeven; zich wijden; zich toewijden; zich in dienst stellen; zich inzetten
委譲する ijousuru overdragen; afstand doen; afstaan; cederen; overlaten; delegeren
属 zoku (1) gezel; lid; verwant; medestander; (2) ondergeschiktheid; subordinatie; onderhorigheid; afhankelijkheid; (3) volgeling; onderdaan; ondergeschikte; onderhorige; (4) [Jap.gesch.] sakan 主典 [ambtenaar der 4e klasse in het ritsuryō-systeem]; (5) [Jap.gesch.] ambtenaar der hannin 判任-klasse in Meiji-Japan; klerk; (6) [biol.] geslacht; genus; (a) behoren; volgen; begeleiden; (b) overlaten; opdragen; (c) gezel; verwant; (d) [biol.] geslacht; genus
手放す tebanasu (1) uit z'n handen laten gaan; loslaten; laten schieten; varen; (2) uit handen geven; afstand doen van; zich ontdoen van; afstaan; overlaten; van de hand doen; [i.h.b.] verkopen; (3) laten gaan; afscheid nemen van; wegsturen; [娘を] schenken; (4) [仕事を] onderbreken; tijdelijk in de steek laten
托 taku (a) overlaten; zich toevertrouwen aan; (b) iets plaatsen; [i.h.b.] onderzet; onderzetsel
残す nokosu (1) overlaten; doen overblijven; doen resteren; doen nablijven; (2) [後に] laten; achterlaten; nalaten; [i.h.b.] overleveren; (3) overhebben; overhouden; in reserve houden; sparen; bewaren; opzij leggen; (4) [de aanval enz.] pareren; afslaan; weerstaan
譲る yuzuru (1) afstaan; [zijn ambt] overdragen; overlaten; uit handen geven; overleveren; overgeven; overhandigen; [eigendom] vervreemden; [onroerend goed] vermaken; nalaten; legateren; legeren; (2) verkopen; (3) wijken; toegeven; opgeven; zwichten; (4) [de bal] afgeven; [voorrang] geven; [van plaats] wisselen; verruilen; laten voorgaan; (5) uitstellen; opschorten; verschuiven (tot later); wegleggen; sparen
預ける azukeru (1) toevertrouwen; deponeren; in bewaring geven; inchecken; consigneren; afgeven ter bewaring; afzetten; [銀行に金を] op de bank zetten; (2) overlaten; overdragen; overgeven; overleveren; uitbesteden; outsourcen; (3) [椅子に体を] vlijen; laten rusten; plaatsen; (4) [勝負を] door een derde laten beslissen; (5) [theeceremonie] [茶道具を] klaarzetten; gereedzetten; (6) [土地を] in leen geven; belenen; met een leen begiftigen; verpachten; (7) in pand geven; stellen; te pand zetten; panden; verpanden; (8) aan prostitutie overgeven; prostitueren; (9) [酒を] afslaan; zich onthouden van
Tijd: 1.36 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 13 treffers (zoekopdracht: 'overlaten').
2005-2026
