
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
ataerareta・與へられた
(与えられた) bn. gegeven. ¶ 與へられた点 een gegeven punt.
zentai・全體
(全体) zn. (1) [全部] geheel o.; al o.; totaal o. bw. (2) [元來] van nature; uit den aard der zaak; uiteraard. (3) [概して] over het algemeen; in algemeenen zin. ¶ 全體の volledig; totaal; al; geheel. ¶ 歐洲全體に in geheel Europa; overal in Europa. ¶ これで全體です dat is alles. ¶ 全體何が欲しいのだらう wat wil hij toch? ¶ 全體誰の許を受けてそんなことをした wie heeft je in godsnaam vergunning gegeven zoo iets te doen?
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <gegeven>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
主題 shudai thema; onderwerp; gegeven; motief; [muz.] leidmotief; leitmotiv
即席の sokusekino onvoorbereid; geïmproviseerd; improvisatorisch; ongerepeteerd; spontaan; voor de vuist uitgesproken; gegeven
当 tou (1) wat juist; rechtvaardig; billijk is; recht; gerechtigheid; billijkheid; gepastheid; (2) dit; deze; onderhavig; gegeven; zich voordoend; genoemd; in kwestie; waarover; over wie we het hebben; waar het om gaat; dat aan de orde is; (3) ons; onze
当の touno dit; deze; gegeven; zich voordoend; onderhavig; genoemd; betreffend; desbetreffend; in kwestie; waarover; over wie we het hebben; waar het om gaat; dat aan de orde is
当面の toumenno (1) onderhavig; in kwestie; zich voordoend; gegeven; voorliggend; in casu; actueel; (2) proef-; voorlopig; nood-
当 tou (1) terechtheid; redelijkheid; billijkheid; gepastheid; wat juist; rechtvaardig; billijk is; (2) [boeddh.] anāgata; toekomst; (3) dit; deze; ons; huidig; onderhavig; in kwestie; gegeven; zich voordoend; genoemd; waarover; over wie we het hebben; waar het om gaat; dat aan de orde is; (a) vervuld worden; passen; (b) voldoen aan; beantwoorden aan; (c) op zich nemen; zich belasten met; (d) op de situatie afgaan; (e) toewijzen; (f) huidig; voor het ogenblik; (g) die; deze; (h) zoals het hoort; (i) verkozen zijn
本 hon (1) boek; boekdeel; werk; lectuur; (2) tekstboekje; libretto; script; scenario; draaiboek; (3) dit ~; deze ~; onderhavig ~; gegeven ~; voorliggend ~; ~ in kwestie; de betreffende ~; de bedoelde ~; de betrokken ~; de bewuste ~; de desbetreffende ~; (4) hoofd-; voornaamste ~; belangrijkste ~; (5) echt ~; gewoon ~; normaal ~; (6) [maatwoord voor langgerekte;staafvormige voorwerpen]; (7) [maatwoord voor het aantal verbindingen van openbaar vervoer]; (8) [maatwoord voor films]; (9) [eenheid die een beslissende score bij een honkbal-;judo- of kendo-wedstrijd aangeeft]
Tijd: 1.73 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 7 treffers (zoekopdracht: 'gegeven').
2005-2026
