日蘭辭典+

13 resultaten voor ‘haten’
日蘭辭典 (trefwoord)
daikirai大嫌い

zn. haat m.; afkeer m. ¶ が大嫌い ik kan katten niet uitstaan; ik heb erg het land aan katten.

nikumu憎む
t.w. haten; verfoeien. ¶ 憎むべき verfoeielijk; ergelijk.
dake
(だけ) bw. (1) [ばかりのみ] alleen maar; slechts; niet meer dan. (2) [相當價値] ter waarde van; een hoeveelheid van; ten minste (少なくも). (3) [程度、範圍] zoo ver als......; hoe meer ...... hoe meer (……すれば其れ). ¶ のペンは是か zijn dit al de pennen uit de doos? ¶ 今度は勘辨してやる voor dezen keer zal ik het door de vingers zien. ¶ 三切手を三下さい geef mij voor drie yen postzegels van drie cent ¶ 彼は知らせねばならぬ hij althans dient te worden ingelicht. ¶ 自由愛する壓世を憎む hij haat verdrukking evenzeer als hij de vrijheid liefheeft. ¶ 高ければ高いよくなる hoe duurder het is hoe beter de kwaliteit. ¶ 軍人zooals een goed soldaat betaamt.
uramuうらむ

i.w. (1) [怨む] wrok koesteren; vijandig gezind zijn; t.w. kwalijk nemen; haten. (2) [憾む] betreuren; i.w. spijt hebben. ¶ 無情を怨む zich ergeren over iemand’s hardvochtigheid. ¶ 機を失したるを恨む ik heb het land, dat ik de gelegenheid voorbij heb laten gaan.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <haten>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
厭う itou (1) haten; verafschuwen; verfoeien; opzien tegen; niet houden van; niet leuk vinden; gruwen van; walgen van; een afkeer hebben van; een hekel hebben aan; een tegenzin hebben in; erop tegen zijn; onwillig zijn; verachten; (2) goed verzorgen; zorg dragen; zorgen voor; letten op; passen op; (3) [i.h.b.] [世を] intreden; priester; bonze; geestelijke worden
大嫌い daikirai haten; (totaal) niet houden van
嫌う kirau niet houden van; haten; verfoeien; niet fijn vinden; schuwen; vermijden; verafschuwen; detesteren; abhorreren
嫌がる iyagaru aversie tonen voor; afkeer tonen voor; haten; afkerig zijn van
嫌悪する kenosuru haten; afschuw hebben van; een afgrijzen hebben van; verafschuwen; verfoeien; detesteren; een afkeer hebben van; walgen van; een hekel hebben aan; een tegenzin hebben in
忌み嫌う imikirau verafschuwen; verfoeien; gruwelen van; gruwen van; een afkeer hebben van; een afgrijzen hebben van; haten; verachten; detesteren; abhorreren
恨む;怨む;憾む uramu (1) wrok koesteren; iem. iets kwalijk nemen; (2) nijd koesteren; benijden; nijdig zijn; afgunstig zijn; haten; (3) vijandig gezind zijn; (4) spijten; spijt hebben; betreuren
憎む;悪む;嫉む nikumu haten; haat voelen; verfoeien; verafschuwen; walgen van; gruwelen van
憎悪する zouosuru haten; verafschuwen; verfoeien; een afkeer hebben van; gruwelen van
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.81 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 9 treffers (zoekopdracht: 'haten'). 
2005-2026