日蘭辭典+

20 resultaten voor ‘betreuren’
日蘭辭典 (trefwoord)
aiseki愛惜
zn. leedwezen o. ¶ 愛惜する betreuren.
zannen殘念
(残念) zn. spijt m.; leedwezen o.; ergernis v. ¶ 殘念がら spijt hebben; het land hebben; zich ergeren; betreuren. ¶ 殘念ながら tot mijn spijt; ik betreur het, dat ....... ; jammer; helaas; tot mijn leedwezen. ¶ 殘念な betreurenswaardig. ¶ 殘念なだ hoe jammer !; wat spijt me dat !
kuiru悔いる

t.w. berouwen; betreuren; i.w. berouw hebben over; spijt hebben.

kuyamu悔む

i.w. (1) [後悔] berouw hebben; spijt hebben. t.w. betreuren. i.w. (2) [弔意を表す] condoleeren; deelneming betuigen.

uramuうらむ

i.w. (1) [怨む] wrok koesteren; vijandig gezind zijn; t.w. kwalijk nemen; haten. (2) [憾む] betreuren; i.w. spijt hebben. ¶ 無情を怨む zich ergeren over iemand’s hardvochtigheid. ¶ 機を失したるを恨む ik heb het land, dat ik de gelegenheid voorbij heb laten gaan.

tsūseki suru痛惜する
tsūkoku痛哭

zn. jammerklacht v. ¶ 痛哭する bejammeren; schreien over; beweenen; bitter betreuren.

tsuitō追悼

zn. rouw v. ¶ 追悼する rouwen over; betreuren; treuren over. ¶ 追悼歌 rouwzang; treurdicht.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <betreuren>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
哀傷する aishousuru treuren om; rouwen om; betreuren
嘆く nageku (1) verdriet hebben (over); treuren (om); verdrietig zijn (om); rouwen (over); (2) betreuren; bedroefd zijn over; bewenen; bejammeren; beklagen; beweeklagen
後悔する koukaisuru betreuren; spijt hebben van; berouw hebben over; het berouwen
恨む;怨む;憾む uramu (1) wrok koesteren; iem. iets kwalijk nemen; (2) nijd koesteren; benijden; nijdig zijn; afgunstig zijn; haten; (3) vijandig gezind zijn; (4) spijten; spijt hebben; betreuren
悔いる kuiru spijt hebben; betreuren; berouw hebben; zich berouwen over
悔しがる kuyashigaru het spijtig; erg; jammer vinden; betreuren; teleurgesteld zijn; zich opvreten van spijt; verdriet; zich ergeren
悔やむ kuyamu (1) betreuren; spijt voelen over; spijt hebben over; berouw hebben; rouwig zijn om; (2) klagen over; weeklagen over; jammeren over; jeremiëren over; beklagen; beweeklagen; (3) rouwen om; in de rouw zijn; rouw dragen; iemands dood betreuren; condoleren; deelneming betuigen; rouwbeklag betuigen
悔悟する kaigosuru berouw; wroeging hebben over; spijt hebben van; betreuren; berouwen
悲しむ kanashimu (1) pijn hebben; rouwen om; treuren over; bedroefd zijn; zich ongelukkig voelen; (2) spijt hebben van; betreuren; bejammeren
hi (1) [boeddh.] medelijden; karuṇā; (a) droevig; betreuren; verdriet; (b) erbarmen; medelijden
惜しむ oshimu (1) zuinig zijn met; sparen op; karig zijn met; beknibbelen; (2) moeilijk afstand kunnen doen van; erg vastzitten aan; moeilijk afscheid kunnen nemen van; (3) betreuren; treuren om; rouwen om; spijt hebben dat; spijtig vinden dat; (4) koesteren; na aan het hart dragen; een warm hart toedragen; gesteld zijn op; gehecht zijn aan; beminnen; waarde hechten aan; waarderen; veel prijs stellen op; op prijs stellen; naar waarde schatten; hoogschatten
遺憾に思う ikanniomou betreuren; spijt voelen over; spijtig; jammerlijk; deplorabel; jammer vinden; [veroud.] regretteren; iem. spijten dat
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.43 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'betreuren'). 
2005-2026