
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
donkaku・鈍角
zn. stompe hoek m.
sakkaku・錯角
zn. verwisselende hoeken m.mv. ¶ 内錯角 verwisselende binnenhoeken.
gaikaku・外角
buitenhoek m.
yōsu・樣子
(様子) zn. (1) [狀態] toestand m.; conditie v. (2) [姿態] uiterlijk o. (3) [態度] houding v.; manier van doen. ¶ 大體の樣子 de algemeene toestand; de staat van zaken. ¶ 樣子を窺ふ zien, hoe het ermee staat; kijken uit welken hoek de wind waait. ¶ 樣子がよい er goed uitzien. ¶ 樣子をする zich aanstellen; zich voordoen als; voorwenden. ¶ 樣子振る aanstellerig doen; zich aanstellen.
yokaku・餘角
(余角) zn. complement o.; complementaire hoek.
SUPPLEMENT (trefwoord)
kataya・方屋
zn. (1) de plaatsen links of rechts of oost en west waartussen de tegenstanders bij Sumo (相撲) of een andere wedstrijd zijn verdeeld (2) de arena van een Sumo wedstrijd.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <hoek>
アングル anguru (1) hoek; (2) [meetk.] hoek; (3) camerastandpunt; standpunt; gezichtshoek; invalshoek
コーナー kōnā (1) hoek; (2) [sportt.] corner; [voetb.] hoekschop; (3) [in warenhuis] afdeling
圭 kei (1) [Chin.gesch.] guī [= jade balkje voor ceremonieel gebruik]; (a) jade; gehoekte jadesteen; hoek
岬;崎;碕 misaki (1) kaap; voorgebergte; klip; (2) landpunt; landtong; hoek; nes; punt; [Mal.] tandjoeng
崎;埼;岬;碕 saki (1) kaap; landtong; hoek; voorgebergte; hoofd; tandjoeng; (2) uitloper
方位 hōi hoek; streek; richting; positie; hemelstreek; windstreek; [羅針盤の] kompasstreek; kompasrichting; [astron.;landmeetk.] azimut
方角 hōgaku (1) windstreek; windrichting; hemelstreek; hoek; (2) ligging; positie; oriëntatie; (3) richting; (4) middel; instrument
片隅 katasumi (1) hoek; hoekje; (2) rustig; verborgen hoekje; schuilhoek
片隅 hengū (1) hoek; hoekje; (2) rustig; verborgen hoekje; schuilhoek
立場 tachiba (1) positie; situatie; plaats; stelling; hoedanigheid; [fig.] iems. schoenen; [対等の] voet; [苦しい~] parket; (2) standpunt; stellingname; houding; opstelling; opvatting; [oneig.] gezichtspunt; [oneig.] oogpunt; [fig.] hoek
端 hashi (1) uiteinde; einde; tip; staart; (2) rand; kant; boord; zoom; marge; grens; uithoek; hoek; [gew.] uitkant; (3) eindje; fragment; stukje; (4) flard; gedeelte; (5) begin; eerste; (6) [bouwk.] buitenkant; buitenzijde; voor; voorgedeelte; [i.h.b.] straatzijde; straatkant; (7) aanhef; voorwoord; voorbericht; inleiding; (8) aanvang; start; begin; (9) bescheiden positie; status; (10) lagere prostituee; (11) […~に] terwijl; en daarnaast
角度 kakudo (1) hoek; (2) gezichtspunt; oogpunt; kant
角 kaku (1) hoek; hoekgrootte; (2) vierkant; [cul.] blokje; (3) [shogi] loper; kaku
角 kado (1) hoek; draai; bocht; (2) hoek [van iets]; (3) uiteinde; uitstekende punten; tanden
隅;角 sumi hoek; binnenhoek
隅っこ sumikko hoek; hoekje
Tijd: 1.58 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 16 treffers (zoekopdracht: 'hoek').
2005-2026
