日蘭辭典+

43 resultaten voor ‘zaken’
日蘭辭典 (trefwoord)
arisama有樣
(有り様・有様) zn. toestand m.; omstandigheiden v.mv.; situatie v.; staat m.; staat van zaken.
jitai事態
zn. staat van zaken; toestand m.; omstandigheiden v.mv.; de tijden m.mv.
akinau商ふ
(商う) i.w. handelen in; zaken doen in; doen in. ¶ 陶器を商ふ doen in aardewerk.
shigoto仕事
zn. werk o.; arbeid (勞働) m.; taak () v. ¶ 仕事をする werken. ¶ 仕事日 werkdag. ¶ 仕事賃 werkloon; arbeidsloon. ¶ 仕事著 werkpak. ¶ 仕事嫌ひ arbeidschuw. ¶ 仕事werker. ¶ 針仕事 naaiwerk.
shōgyō商業
zn. handel m. ¶ 商業の commercieel. ¶ 商業界 handelswereld. ¶ 商業會議所 kamer van koophandel. ¶ 職業取引所 de beurs. ¶ 商業組合 gilde. ¶ 職業語 handelsterm; zakenterm. ¶ 職業證券 handelspapieren; documenten.
yōji用事
zn. zaken. v.mv ¶ 用事ある zaken hebben; bezig zijn; wat te doen hebben.
shutchō出張
zn. dienstreis v. ¶ 出張する op dienstreis gaan. ¶ 出張所 agentschap; branche. ¶ 出張中である voor dienst op reis zijn; voor zaken op reis zijn.
shōbai商賣
(商売) zn. (1) [商業] handel m. (2) [取引] transactie v. (3) [職業] bedrijf o.; beroep o. ¶ 商賣始める een zaak opzetten. ¶ 商賣をして居る zaken doen; in zaken zijn. ¶ 酒商賣をする handelen in spiritualiën. ¶ 商賣止める zich uit de zaken terugtrekken. ¶ 商賣する handel drijven; zaken doen; in den handel zijn. ¶ 商賣concurrent. 商賣handelaar; koopman. ¶ 商賣振 wijze van zaken-doen.
zokujō俗情

zn. wereldsche [zaken v.mv.]

zokuji俗事

zn. wereldsche zaken v.mv.; alledaagsche dingen o.mv.

zenpyō全豹
zenkyoku全局

zn. algemeene toestand m.; staat van zaken. ¶ 全局に亙りて alles bij elkaar; over het algemeen beschouwd. ¶ 全局の algemeen.

yōzumi用濟

(用済) zn. afdoening van zaken. ¶ 用濟になる klaar komen; zijn zaken afgedaan hebben.

yōtashi用達

zn. (1) [用事] zaken v.mv. (2) [御用商人] leverancier aan de regeering. (3) [大小便] behoefte v.; boodschap v.

yōsu樣子

(様子) zn. (1) [狀態] toestand m.; conditie v. (2) [姿態] uiterlijk o. (3) [態度] houding v.; manier van doen. ¶ 大體の樣子 de algemeene toestand; de staat van zaken. ¶ 樣子を窺ふ zien, hoe het ermee staat; kijken uit welken hoek de wind waait. ¶ 樣子がよい er goed uitzien. ¶ 樣子をする zich aanstellen; zich voordoen als; voorwenden. ¶ 樣子振る aanstellerig doen; zich aanstellen.

yōmu用務

zn. zaak v.; taak v. ¶ 用務を果す zaken afdoen.

yōdan用談

zn. zakelijk onderhoud o.; gesprek over zaken.

(1) [用事] zaken v.mv. (2) [役] dienst m.; nut o. (3) [入費] kosten m.mv. ¶ 用を達する zaak afdoen. ¶ 何御用なのですか wat is er van uw dienst? ¶ お前は用がないのか heb je niets te doen? ¶ 用に立てる gebruik maken van. ¶ 用に立つ bruikbaar zijn; nuttig zijn. ¶ 家庭用 huishoudelijk gebruik. ¶ 用を足す zijn behoeften doen. ¶ 用なき (仕事の無い) niets te doen; vrij; (不用な) onnoodig; nutteloos.

tsutome

(勤) zn. (1) [勤務] werk o.; zaken v.mv. (2) [本分] plicht v. (3) [勤行] dienst m.; kerkdienst m. ¶ 勤を怠る zijn plicht verzaken.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <zaken>
トレード torēdo (1) handel; zaken; (2) [sportt.] transfer
ビジネス bijinesu handel; zaken; commercie; bedrijf; affaire; bedrijfsleven; koopmanschap
下町 shitamachi (1) lagergelegen deel van een stad; benedenstad; [i.h.b.] zaken- en handelscentrum; [i.h.b.] volksbuurt; [i.h.b.] volkswijk; (2) [m.b.t. Edo;Tokio] Shitamachi [omvat de wijken Kyōbashi 京橋;Kanda 神田;Shitaya 下谷;Asakusa 浅草;Honjo 本所 en Fukagawa 深川]
事務 jimu kantoorwerk; bureauwerk; administratief werk; kantoorwerkzaamheden; administratie; papierwerk; bureauzaken; [pej.] klerkenwerk; [i.h.a.] zaken
事情 jijō omstandigheden; toestand; situatie; stand van zaken; zaken; [i.h.b.] redenen
事態 jitai situatie; toestand; de dingen; de zaak; de (stand van) zaken; omstandigheden
事物 jibutsu dingen; zaken; voorwerpen; objecten
事項 jikō (1) aangelegenheden; zaken; (2) feiten; gegevens; data; (3) punten; artikels; bijzonderheden; items
件数 kensū aantal gevallen; zaken
取引 torihiki handel; zaken; handelszaken; transacties; affaire; koopmanschap
商売 shōbai (1) handel; zaak; nering; bedrijf; commercie; zaken; het zakenleven; het zakendoen; koophandel; koopmanschap; business; affaire; (2) beroep; werk; vak; branche; [Belg.N.] stiel
商業 shōgyō handel; handelsbedrijf; koopmansbedrijf; koophandel; koopmanschap; commercie; business; [attr.] zaken-; [attr.] commercieel
商用 shōyō (1) handelszaak; zaken; business; (2) commercieel gebruik
営業 eigyō zaken; handel; bedrijf
売買 baibai koop en verkoop; in- en verkoop; [i.h.b.] koophandel; markthandel; handel; transactie; deal; affaire; zaken; markt
外事 gaiji buitenlandse aangelegenheden; zaken
外事課 gaijika afdeling buitenland; sectie buitenlandse aangelegenheden; zaken; departement buitenlandse betrekkingen
実務 jitsumu zaken; praktijk
実業 jitsugyō nijverheid; zaken; handel; commercie; business; bedrijfsleven
景気 keiki (1) wereld; dingen; zaken; tijden; (2) conjunctuur; toestand; gesteldheid van de economie; omstandigheden van de handel; marktsituatie; (3) welvaart; bloei; voorspoed
業務 gyōmu zaken; werk; bezigheden; werkzaamheden; dienst
機務 kimu [pol.] staatszaken; kerntaken; belangrijkste taken; zaken
tan (1) begin; start; aanzet; (2) [= lengtemaat voor kimonostof] ca. 11 m; (a) strakke vorm; rechtlijnig; (b) uiteinde; (c) begin; aanvang; (d) zaken; dingen; (e) waarachtig; oprecht
訪れ otozure (1) bezoek; visite; (2) komst; aankomst; intrede; (3) nieuws; tijding; bericht; (4) omstandigheden; zaken
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.59 sec. jiten.nl: 19 treffers, warandict: 24 treffers (zoekopdracht: 'zaken'). 
2005-2026