
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
jitai・事態
shōbai・商賣
(商売) zn. (1) [商業] handel m. (2) [取引] transactie v. (3) [職業] bedrijf o.; beroep o. ¶ 商賣を始める een zaak opzetten. ¶ 商賣をして居る zaken doen; in zaken zijn. ¶ 酒商賣をする handelen in spiritualiën. ¶ 商賣を止める zich uit de zaken terugtrekken. ¶ 商賣する handel drijven; zaken doen; in den handel zijn. ¶ 商賣敵 concurrent. 商賣人 handelaar; koopman. ¶ 商賣振 wijze van zaken-doen.
zokujō・俗情
zn. wereldsche [zaken v.mv.]
yōsu・樣子
(様子) zn. (1) [狀態] toestand m.; conditie v. (2) [姿態] uiterlijk o. (3) [態度] houding v.; manier van doen. ¶ 大體の樣子 de algemeene toestand; de staat van zaken. ¶ 樣子を窺ふ zien, hoe het ermee staat; kijken uit welken hoek de wind waait. ¶ 樣子がよい er goed uitzien. ¶ 樣子をする zich aanstellen; zich voordoen als; voorwenden. ¶ 樣子振る aanstellerig doen; zich aanstellen.
yō・用
(1) [用事] zaken v.mv. (2) [役] dienst m.; nut o. (3) [入費] kosten m.mv. ¶ 用を達する zaak afdoen. ¶ 何御用なのですか wat is er van uw dienst? ¶ お前は用がないのか heb je niets te doen? ¶ 用に立てる gebruik maken van. ¶ 用に立つ bruikbaar zijn; nuttig zijn. ¶ 家庭用 huishoudelijk gebruik. ¶ 用を足す zijn behoeften doen. ¶ 用なき (仕事の無い) niets te doen; vrij; (不用な) onnoodig; nutteloos.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <zaken>
トレード torēdo (1) handel; zaken; (2) [sportt.] transfer
ビジネス bijinesu handel; zaken; commercie; bedrijf; affaire; bedrijfsleven; koopmanschap
下町 shitamachi (1) lagergelegen deel van een stad; benedenstad; [i.h.b.] zaken- en handelscentrum; [i.h.b.] volksbuurt; [i.h.b.] volkswijk; (2) [m.b.t. Edo;Tokio] Shitamachi [omvat de wijken Kyōbashi 京橋;Kanda 神田;Shitaya 下谷;Asakusa 浅草;Honjo 本所 en Fukagawa 深川]
事務 jimu kantoorwerk; bureauwerk; administratief werk; kantoorwerkzaamheden; administratie; papierwerk; bureauzaken; [pej.] klerkenwerk; [i.h.a.] zaken
事情 jijō omstandigheden; toestand; situatie; stand van zaken; zaken; [i.h.b.] redenen
事態 jitai situatie; toestand; de dingen; de zaak; de (stand van) zaken; omstandigheden
事物 jibutsu dingen; zaken; voorwerpen; objecten
事項 jikō (1) aangelegenheden; zaken; (2) feiten; gegevens; data; (3) punten; artikels; bijzonderheden; items
件数 kensū aantal gevallen; zaken
取引 torihiki handel; zaken; handelszaken; transacties; affaire; koopmanschap
商売 shōbai (1) handel; zaak; nering; bedrijf; commercie; zaken; het zakenleven; het zakendoen; koophandel; koopmanschap; business; affaire; (2) beroep; werk; vak; branche; [Belg.N.] stiel
商業 shōgyō handel; handelsbedrijf; koopmansbedrijf; koophandel; koopmanschap; commercie; business; [attr.] zaken-; [attr.] commercieel
商用 shōyō (1) handelszaak; zaken; business; (2) commercieel gebruik
営業 eigyō zaken; handel; bedrijf
売買 baibai koop en verkoop; in- en verkoop; [i.h.b.] koophandel; markthandel; handel; transactie; deal; affaire; zaken; markt
外事 gaiji buitenlandse aangelegenheden; zaken
外事課 gaijika afdeling buitenland; sectie buitenlandse aangelegenheden; zaken; departement buitenlandse betrekkingen
実務 jitsumu zaken; praktijk
実業 jitsugyō nijverheid; zaken; handel; commercie; business; bedrijfsleven
景気 keiki (1) wereld; dingen; zaken; tijden; (2) conjunctuur; toestand; gesteldheid van de economie; omstandigheden van de handel; marktsituatie; (3) welvaart; bloei; voorspoed
業務 gyōmu zaken; werk; bezigheden; werkzaamheden; dienst
機務 kimu [pol.] staatszaken; kerntaken; belangrijkste taken; zaken
端 tan (1) begin; start; aanzet; (2) [= lengtemaat voor kimonostof] ca. 11 m; (a) strakke vorm; rechtlijnig; (b) uiteinde; (c) begin; aanvang; (d) zaken; dingen; (e) waarachtig; oprecht
訪れ otozure (1) bezoek; visite; (2) komst; aankomst; intrede; (3) nieuws; tijding; bericht; (4) omstandigheden; zaken
Tijd: 1.59 sec. jiten.nl: 19 treffers, warandict: 24 treffers (zoekopdracht: 'zaken').
2005-2026
