日蘭辭典+

8 resultaten voor ‘maak’
日蘭辭典 (trefwoord)
achira彼方
(あちら) bw. ginds; daar; aan den anderen kant. ¶ 彼方の dat; gindsch; gene. ¶ 彼方を向け kijk den anderen kant uit. ¶ 彼方に行け maak, dat je weg komt.
yakamashii喧しい

bn. (1) [騷々しい] lawaaiig; (2) [小言多き] lastig; kijfachtig. (3) [嚴格な] streng. ¶ 食物にやかましい kieskeurig. ¶ 喧しく met veel lawaai; met veel drukte. ¶ 喧しく云ふ zich druk maken. ¶ やかましい靜かにしろ maak toch niet zoo'n lawaai! ¶ やかましい問題 een hevige kwestie. ¶ 稅關で喧しく言ふでせう ik denk, dat je moeilijkheden krijgt met de douane. ¶ 喧し屋 lastige kerel.

yabu

zn. dicht woud o.; wildernis o.; struikgewas o. ¶ 藪から棒に plotseling; als een donderslag aan helderen hemel. ¶ 藪をつついて蛇を出す zich in een wespennest steken. ¶ 藪蛇はやめろ maak geen slapende honden wakker.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <maak>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
メイキング meikingu vervaardiging; fabricage; maak
メーキング meekingu vervaardiging; fabricage; maak
作為 sakui (1) vervaardiging; fabricage; fabricatie; maak; (2) gemaaktheid; kunstmatigheid; facticiteit; fictie; voorwending; simulatie; veinzing; (3) [jur.] misdrijf met voorbedachten rade; voorbedachtheid
修理 shuuri reparatie; herstelling; herstel; maak; kalfatering
修繕 shuuzen herstelling; reparatie; herstel; maak
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.43 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 5 treffers (zoekopdracht: 'maak'). 
2005-2026