
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
muyō・無用
zn. (1) [役に立たぬ事] nutteloosheid v. (2) [不必要] noodeloosheid v. ¶ 無用の nutteloos; noodeloos; onnoodig; ongewenscht. ¶ 無用の心配 noodelooze ongerustheid. ¶ 通行無用 ‘‘voor het verkeer gesloten’’; ‘‘afgesloten rijweg.’’ ¶ 無用の者入るべからず ‘‘geen toegang voor het publiek.’’ ¶ 御無用です ik heb niets voor u; ik kan u niet helpen; ik heb niets van u noodig. ¶ 開放無用 ‘‘deur dicht s.v.p.’’.
tsūshin・痛心
zn. ongerustheid v.; kommer m. ¶ 痛心する zich bezorgd maken; ongerust zijn.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <ongerustheid>
不安 fuan (1) bezorgdheid; ongerustheid; [arch.] bekommering; [arch.] bekommernis; onrust; onbehagen; onrustigheid; verontrusting; apprehensie; beklemming; rusteloosheid; angst; bangheid; bevreesdheid; onzekerheid; dut; (2) bezorgd; ongerust; onrustig; bekommerd; verontrust; rusteloos; angstig; bang; bevreesd; onzeker
不安材料 fuanzairyō reden tot bezorgdheid; ongerustheid
不安要素 fuan'yōso reden tot bezorgdheid; ongerustheid
危惧 kigu vrees; ongerustheid; bezorgdheid; beduchtheid; slecht; angstig voorgevoel; angst
心労 shinrō bezorgdheid; ongerustheid; zorg; vrees; angst
心痛 shintsū zorg; kwelling; bezorgdheid; ongerustheid; verontrusting
心配 shinpai (1) bezorgdheid; zorg; bekommering; bekommernis; ongerustheid; kommernis; kommer; muizenis; muizennest; kopzorg; beslommering; angstig; bang voorgevoel; beduchtheid; benauwdheid; (2) zorg; behartiging; hulp; ontferming; (3) bezorgd; ongerust; bekommerd; beducht; angstig; bang; benauwd; (4) kommerlijk; zorgelijk
思い omoi (1) gedachte; gepeins; (2) zorg; zorgen; bezorgdheid; ongerustheid; (3) gevoel; gevoelen; (4) verlangen; wens; (5) liefde
恐れ osore (1) vrees; schrik; ontsteltenis; horreur; gruwel; (2) angst; ongerustheid; (3) ontzag; eerbiedige vrees; eerbied
憂い urei (1) zorg; bezorgdheid; ongerustheid; vrees; angst; (2) verdriet; droefheid; smart; leed; triestheid; kommer; [lit.t.] droefenis
憂え uree (1) zorg; bezorgdheid; angst; ongerustheid; vrees; (2) verdriet; smart; droefheid; leed; pijn; kommer; triestheid; [lit.t.] droefenis; (3) klacht; verzuchting; (4) rouw
憂虞;憂惧 yūgu bezorgdheid; ongerustheid; vrees; bang voorgevoel; angstgevoel; angst
杞憂 kiyū ijdele; ongemotiveerde; onredelijke; absurde; ongegronde vrees; nodeloze angst; ongerustheid; bezorgdheid; onnodige zorgen; angsten
気掛かり kigakari (1) zorg; bezorgdheid; ongerustheid; verontrusting; vrees; (2) zorgelijk; zorgbarend; zorgwekkend; onrustbarend; verontrustend; bedenkelijk; [Belg.N.] onrustwekkend; alarmerend
気遣い kizukai (1) aandacht; oplettendheid; attentie; toezicht; zorg; zorgzaamheid; bekommernis; (2) bezorgdheid; zorg; ongerustheid; verontrusting; vrees; [veroud.] kommer
胸騒ぎ munasawagi bezorgdheid; ongerustheid; (angstig; akelig) voorgevoel; vermoeden
苦労 kurō (1) moeilijkheden; probleem; ellende; miserie; nood; (2) grote moeite; zware last; zware arbeid; gezwoeg; geploeter; (3) zorg; bezorgdheid; ongerustheid; angst; vrees
苦 ku (1) pijn; leed; lijden; [fig.] kruis; (2) zorg; bezorgdheid; verontrusting; ongerustheid; (3) moeite; inspanning; (4) [boeddh.] duḥkha; lijden; pijn; onbehagen; ongemak; ongenoegen
Tijd: 1.08 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 18 treffers (zoekopdracht: 'ongerustheid').
2005-2026
