日蘭辭典+

32 resultaten voor ‘leed’
日蘭辭典 (trefwoord)
au逢ふ
(逢う、会う、遇う、遭う) i.w. (1) [出合] ontmoeten. (2) [邂逅] tegenkomen. (3) [面會] zich onderhouden met. (4) [經驗に] ondergaan; ondervinden; ervaren; lijden. ¶ 酷い目に遭う slecht behandeld worden; leed ondervinden. ¶ 難船に遭う schipbreuk lijden. ¶ 逢ひに行く tegemoet gaan; bezoeken. ¶ 二つの川が此處で會う twee rivieren komen hier samen. ¶ 彼に遭ったことがない ik heb hem nog nooit ontmoet.
ku

zn. (1) [苦痛] smart v.; leed o. (2) [骨折] zware arbeid m.; moeite v. (3) [心配] ongerustheid v.; zorg v. ¶ 苦になる zorg baren. ¶ 苦にする zich bezorgd maken over; tobben over. ¶ 苦もなく zonder moeite; gemakkelijk.

kugen苦患

zn. leed o.; smart v.; droefenis v.

kuraku苦樂

(苦楽) zn. vreugde en smart; lief en leed.

kurushimi苦しみ

zn. (1) [苦痛] pijn v. (2) [苦惱] smart v.; leed o.; kwelling v. ¶ 良心の苦しみ knaging van het geweten; wroeging. ¶ お產の苦しみ barenswee; barensnood.

kutsū苦痛

zn. pijn v.; leed o.; smart v.; droefenis v.

wazurai患,煩

zn. (1) [病] ziekte v. (2) [惱み] beproeving v.; bezoeking v.; leed o.; smart v. (3) [面倒] moeilijkheden v.mv. ¶ 煩ふ lijden; zich bezorgd maken; gebukt gaan onder.

ukime憂目

zn. verdriet o.; ellende v.; leed o. ¶ 憂目を見る leed te dragen hebben. ¶ 憂目を忍ぶ smart dulden; leed verdragen.

tsurasa辛さ

zn. hardheid v.; bitterheid v.; leed o.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <leed>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
危害 kigai letsel; schade; leed; krenking
哀れ aware (1) medelijden; medeleven; begaanheid; deernis; compassie; mededogen; ontferming; erbarmen; deelneming; (2) ellende; (3) droefheid; smart; leed; triestheid; verdriet; aandoenlijkheid; (4) gevoel; sentiment; ontroering; pathos; (5) beklagenswaardig; meelijwekkend; deerniswekkend; erbarmelijk; (6) ellendig; belabberd; beroerd; armzalig; zielig; jammerlijk; (7) triestig; triest; droevig; smartelijk; aandoenlijk; aangrijpend; pakkend; (8) gevoelvol; ontroerend; pathetisch
哀傷 aishou (1) smart; pijn; verdriet; leed; (2) rouw; (3) [m.b.t. Jap.dichtkunst] elegisch genre; (4) [nō-jargon] mineure toonsoort [één der vijf toonsoorten in de school van Zeami 世阿弥]
哀悼 aitou (1) verdriet; smart; rouw; leedwezen; leed; droefenis; droefheid; [lit.t.] treurnis; [gew.] spijt; [gew.] treur; (2) condoléance; condoleantie; rouwbeklag; deelneming; medeleven; sympathie
嘆き nageki verdriet; smart; droefheid; hartenleed; leed
gai schade; aantasting; kwaad; nadeel; afbreuk; leed; injurie; euvel; iets pernicieus; iets verderfelijks; slechts; kwalijks; kwade; funeste invloed
悩み nayami zorgen; problemen; moeilijkheden; beslommeringen; sores; trubbels; nood; lijden; leed; kommer; smart; pijn; [gew.] kwel
悲しさ kanashisa verdriet; droefheid; smart; leed; bedroefdheid; droefenis
悲しみ kanashimi verdriet; leed; lijden; smart; droefheid; bedroefdheid; pijn; [arch.;lit.t.] wee
悲嘆 hitan (1) verdriet; smart; kwelling; leed; pijn; smart; lijden; droefheid; bedroefdheid; droefenis; rouw; [lit.t.] treurnis; [gew.] treur; (2) rouwklacht; weeklacht; lamentatie; jammerklacht
愁傷 shuushou leed; verdriet; smart; droefheid; droefenis; rouw
憂い urei (1) zorg; bezorgdheid; ongerustheid; vrees; angst; (2) verdriet; droefheid; smart; leed; triestheid; kommer; [lit.t.] droefenis
憂え uree (1) zorg; bezorgdheid; angst; ongerustheid; vrees; (2) verdriet; smart; droefheid; leed; pijn; kommer; triestheid; [lit.t.] droefenis; (3) klacht; verzuchting; (4) rouw
憂さ usa zorgen; nood; leed; verdriet; smart; kommer
煩悶 hanmon zielenleed; leed; kommer; smart; beklemming; lijden; nood; torment; kwelling
痛み itami (1) (lichamelijke) pijn; lichamelijk lijden; (2) (psychologische) smart; leed; kwelling; verdriet; (3) beschadiging; schade; kneuzing; (4) rotting; ontbinding; bederf; corruptie
苦しみ kurushimi (1) pijn; lijden; leed; smart; [お産の] weeën; (2) ontbering; last; moeilijkheid; nood; kommer; kwelling; ellende; beproeving
苦悩 kunou lijden; pijn; leed; smart; verdriet; kwelling; foltering; [veroud.] kwel
苦痛 kutsuu (1) lichamelijk lijden; pijn; zeer; (2) psychisch lijden; leed; lijden; smart; droefnis; verdriet
苦難 kunan leed; lijden; pijn; smart; beproeving; ellende; ongemak; nood
ku (1) pijn; leed; lijden; [fig.] kruis; (2) zorg; bezorgdheid; verontrusting; ongerustheid; (3) moeite; inspanning; (4) [boeddh.] duḥkha; lijden; pijn; onbehagen; ongemak; ongenoegen
辛さ tsurasa pijn; leed; lijden; bitterheid; zeer
難儀 nangi (1) leed; lijden; nood; penarie; ontbering; tegenspoed; tegenslag; beproeving; narigheid; netelige situatie; lastig parket; (2) moeilijkheden; problemen; last; zorg; moeite; (3) iets belangrijks; serieuze zaak; (4) moeilijk; zwaar; hard; lastig; problematisch; vermoeiend; afmattend; benard
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.74 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 23 treffers (zoekopdracht: 'leed'). 
2005-2026