日蘭辭典+

28 resultaten voor ‘toekomst’
日蘭辭典 (trefwoord)
ato
(1) [以] vz. na; bw. later. ¶ 四五日あと na vier of vijf dagen; vier of vijf dagen later. (2) [以前] bn. verleden. (3) [殘り] zn. rest v. ¶ 十年前 tien jaar geleden. ¶ あと月 verleden maand. ¶ later. ¶ から daarna. ¶ の achterst. ¶ に殘る achterblijven. ¶ の祭 mosterd na den maaltijd. ¶ achterwaarts; achteruit. ¶ は in de toekomst; in het vervolg; voortaan; verder. ¶ は言はずとも知れて居る de rest begrijp je wel, zonder dat ik het vertel. ¶ afstammeling. ¶ 相続人、opvolger. (4) [結果] zn. gevolg o. ato (跡)も見よ.
kōto後圖

(後図) zn. plan met het oog op de toekomst.

yukusue行末

zn. toekomst v. ¶ 行末は op den duur.

yukusaki行先

zn. toekomst (將來) v.

ureruうれへる

i.w. (1) [憂へる] zich ongerust maken; bevreesd zijn; bezorgd zijn. (2) [愁へる] verdriet hebben; grieven. ¶ 行末を憂へる bezorgd zijn voor de toekomst.

tsutsushimu愼む

(慎む) i.w. (1) [謙遜] bescheiden zijn. (2) [用心深い] voorzichtig zijn. (3) [抑制] zich weten te beheerschen. ¶ 將來を愼む bedachtzaam zijn voor de toekomst. ¶ 口を謹む zijn tong bedwingen. ¶ 謹んで eerbiedig; bescheiden; in alle nederigheid. ¶ 謹んで申す eerbiedig opmerken.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <toekomst>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
先行き sakiyuki (1) toekomst; (2) vooruitzichten; verwachtingen; (3) het vooruitlopen; vooroplopen; vooruitgaan; voorafgaan
saki (1) (puntig) uiteinde; eind; punt; spits; tip(je); top(je); [m.b.t. processie enz.] kop; hoofd; (2) toekomst; wat komen moet; wat te wachten staat; vooruitzicht; aspect; verschiet; wat de toekomst in petto heeft; [fig.] voorland; (3) vervolg; wat volgt; wat later komt; volgende gebeurtenis; (4) wat verder; wat voorop; (5) plaats van bestemming; -bestemming; (6) wederpartij; (onderhandelings)partner; de ander; (7) [attr.] vorig; voormalig; vroeger; voorgaand; voorafgaand
前途 zento (1) toekomst; vooruitzicht; verwachting; mogelijkheden; (2) verdere reis; verder traject; [m.b.t. treinkaartje] verdere rit
将来 shourai (1) toekomst; vervolg; vooruitzichten; [fig.] verschiet; (2) in de toekomst; later; in het vervolg
将来性 shouraisei toekomstperspectief; toekomstmogelijkheden; toekomst; belofte voor de toekomst; vooruitzichten; potentieel; uitzicht op succes
将来的な shouraitekina toekomstig; toekomst-; prospectief
tou (1) terechtheid; redelijkheid; billijkheid; gepastheid; wat juist; rechtvaardig; billijk is; (2) [boeddh.] anāgata; toekomst; (3) dit; deze; ons; huidig; onderhavig; in kwestie; gegeven; zich voordoend; genoemd; waarover; over wie we het hebben; waar het om gaat; dat aan de orde is; (a) vervuld worden; passen; (b) voldoen aan; beantwoorden aan; (c) op zich nemen; zich belasten met; (d) op de situatie afgaan; (e) toewijzen; (f) huidig; voor het ogenblik; (g) die; deze; (h) zoals het hoort; (i) verkozen zijn
後々 atoato (1) toekomst; (2) op een dag; ooit; op één of andere dag
後世 kousei (1) latere periodes; toekomstige generaties; toekomst; (2) nageslacht; nakomelingschap; komende geslachten; toekomst
後日 gojitsu (1) later; (nabije) toekomst; ooit; (2) achteraf; nadien; daarna; vervolgens; (3) van nu af aan; voortaan; in 't vervolg
明日 asu (1) morgen; (2) [fig.] de dag van morgen; toekomst
未来 mirai (1) toekomst; verschiet; vervolg; (2) [taalk.] toekomende tijd; futurum; (3) [m.b.t. boeddhisme] hiernamaals; gene zijde
sue (1) uiteinde; top; verste punt; tip; uithoek; uiterste; (2) einde; end; slot; afloop; (3) toekomst; (4) nageslacht; kroost; [form.] posteriteit; nazaat; [bijb.] zaad; afstammeling; nakomeling(schap); nakroost; telg; descendent; spruit; loot; [i.h.b.] jongste kind; [i.h.b.] laatstgeborene; (5) na (afloop van ~); tot besluit (van); (6) iets verwaarloosbaars; iets onbelangrijks; (7) verval; decadentie
独り占い hitoriuranai (1) voorspelling van z'n eigen lot; toekomst; (2) [kaartsp.] solitair; patience
生い先 oisaki toekomst; verschiet
興亡 koubou (1) opkomst en ondergang; ups en downs; voor- en tegenspoed; wel en wee; lotgevallen; wisselvalligheden; perikelen; (2) lot; toekomst
行き先 ikisaki (1) bestemming; reisbestemming; doel; reisdoel; destinatie; (2) waar iem. zich ophoudt; verblijfplaats; (3) toekomst
行き先 yukisaki (1) bestemming; reisbestemming; doel; reisdoel; destinatie; (2) waar iem. zich ophoudt; verblijfplaats; (3) toekomst
行く先 ikusaki (1) bestemming; eindpunt; doel; (2) plaats waar iem.; iets zich bevindt; (3) toekomst; wat te gebeuren staat
行く先 yukusaki (1) bestemming; eindpunt; doel; (2) plaats waar iem.; iets zich bevindt; (3) toekomst; wat te gebeuren staat
行方;行衛 yukue (1) plaats waar iemand zich bevindt; plaats waar iemand uithangt; plaats waar iemand zich ophoudt; verblijfplaats; iemands stappen; iemands gangen; spoor; (2) vooruitzicht; perspectief; uitzicht; toekomstbeeld; toekomst; mogelijkheden; aspect; (3) nageslacht; afstammelingen; (4) centen; geld [slang onder hofdames]
運勢 unsei fortuin; lot; geluk; lotsbeschikking; toekomst
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.7 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 22 treffers (zoekopdracht: 'toekomst'). 
2005-2026