日蘭辭典+

35 resultaten voor ‘bedwingen’
日蘭辭典 (trefwoord)
amaru餘る
(余る) i.w. (1) [殘る] overblijven; te boven gaan; overschieten; resteeren. (2) [目に餘る] te groot om te overzien (餘り大きい); niet om aan te zien (餘りひどい). ¶ 力に餘る boven zijn krachten; boven zijn macht. ¶ 手に餘る niet te bedwingen; niet aankunnen; niet opgewassen zijn tegen.
appuku壓服
(圧服) zn. onderdrukking v. ¶ 壓服する onderdrukken; bedwingen.
nomu飮む

(飲む) (呑む、飲む) t.w. (1) [飮料を] drinken. (2) [吸ふ] inzuigen; zuigen (3) [煙草を] rooken. (4) [嚥下する] doorslikken; verzwelgen. (5) [隱す] verbergen. (6) [を] bedwingen; onderdrukken (7) [侮る] geringschatten; i.w. neerzien op. t.w. (8) [著服する] verduisteren.

warau笑ふ
(笑う) i.w. lachen; lachen om.; t.w. bespotten. ¶ 笑ふべき belachelijk; lachwekkend; bespottelijk; grappig. ¶ 笑ひながら lachend; met een lachend gezicht. ¶ 笑はれる uitgelachen worden. ¶ 陰にて笑ふ in zijn vuistje lachen. ¶ 皮肉に笑ふ smalend lachen. ¶ 笑ひ崩れる schudden van ’t lachen; zich doodlachen. ¶ 笑って迎える glimlachend verwelkomen. ¶ 笑はずに居れぬ zijn lachen niet kunnen bedwingen.
hikaeru控へる
(控える) t.w. (1) [書き留める] noteeren; aanteekenen. (2) [抑制] beperken; bedwingen.; i.w. zich onthouden van. i.w. (3) [待つ] wachten. ¶ 食物を控へる matig zijn inhet eten. ¶ そのこと今日控へて居た ik het er tot dusverre over gezwegen. ¶ 控へろ houd je mond!; zwijg! ¶ は急ぎの用事を控へて居る ik heb dringende bezigheden. ¶ に控へて居る in de kamer ernaast wachten. ¶ 手編を控へる de teugels inhouden.
mushi
(虫) zn. (1) [昆] insect o. (2) [蛆など] wurm v.; beestje o. ¶ の知らせ voorgevoel. ¶ よい arrogante vent. ¶ 居る nog slechts flauw ademhalen. ¶ が好かぬ antipathiek. ¶ の居どこが惡い slecht gehumeurd zijn. ¶ を殺す zijn woede bedwingen; zich inhouden.
yokusei抑制
yoku

zn. begeerte v.; vurige hoop (熱望) v.; (慾張) begeerigheid v.; hebzucht v.; (情慾) geslachtsdrift v.; zinnelijkheid v.; geilheid v. ¶ 慾を制する lusten bedwingen. ¶ 黃金慾 gouddorst.

tsutsushimu愼む

(慎む) i.w. (1) [謙遜] bescheiden zijn. (2) [用心深い] voorzichtig zijn. (3) [抑制] zich weten te beheerschen. ¶ 將來を愼む bedachtzaam zijn voor de toekomst. ¶ 口を謹む zijn tong bedwingen. ¶ 謹んで eerbiedig; bescheiden; in alle nederigheid. ¶ 謹んで申す eerbiedig opmerken.

tsuitō追討

zn. bestraffing v.; onderwerping v. ¶ 追討する onderwerpen; bedwingen; bestraffen; tuchtigen. ¶ 追討の軍を差向ける expeditie ter tuchtiging zenden.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bedwingen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
克服する kokufukusuru overwinnen; de baas worden; te boven komen; bedwingen; de zege behalen over; onderwerpen; onder zijn gezag brengen; op de knieën krijgen; onder het juk brengen; veroveren; in bezit nemen
制す seisu (1) in toom houden; in bedwang houden; beteugelen; beheersen; onder controle houden; controleren; in de hand houden; (2) bedwingen; onderdrukken; smoren; supprimeren; (3) heersen over; meester zijn over; bevelen; domineren; regeren; [bijb.;lit.t.] gebieden; [勝ちを] in de hand hebben
制する seisuru (1) in toom houden; in bedwang houden; beteugelen; beheersen; onder controle houden; controleren; in de hand houden; (2) bedwingen; onderdrukken; smoren; supprimeren; (3) heersen over; meester zijn over; bevelen; domineren; regeren; [bijb.;lit.t.] gebieden; [勝ちを] in de hand hebben
制圧する seiatsusuru in bedwang krijgen; onder controle krijgen; bedwingen; beteugelen
制止する seishisuru bedwingen; beteugelen; in toom houden; in bedwang houden; inhouden; onder controle houden; tegenhouden
収拾する shuushuusuru (1) vergaren; verzamelen; sprokkelen; bijeenrapen; (2) beheersen; bedwingen; in bedwang houden; in toom houden; controleren; onder controle houden; de baas blijven; beteugelen
呑む nomu (1) [fig.] slikken; nemen; pikken; accepteren; aanvaarden; [i.c.m. ontkenning] pruimen; incasseren; [fig.] verduwen; [inform.;fig.] vreten; (2) overweldigen; overdonderen; inpakken; [fig.;sportt.] inblikken; [fig.] inmaken; [fig.;sportt.] afdrogen; (3) bedwingen; onderdrukken; [m.b.t. tranen] inslikken; inhouden; smoren; (4) verborgen houden; verhelen; achterhouden
堪える;怺える koraeru (1) dulden; verdragen; tolereren; verduren; (2) bedwingen; onderdrukken; inhouden; tegenhouden; (3) vergeven; vergiffenis schenken; verschonen; verontschuldigen; lankmoedig zijn; toegevend zijn
塞き止める;堰き止める sekitomeru (1) afdammen; dammen; keren; (2) tegenhouden; inhouden; indammen; bedwingen; intomen; beteugelen; opkroppen; onderdrukken; stuiten; stremmen
封じる fuujiru (1) verzegelen; (2) afsluiten; insluiten; blokkeren; afgrendelen; (3) beteugelen; in bedwang houden; bedwingen; beheersen; (4) [rel.] bezweren; (5) verbieden; bannen
封ずる fuuzuru (1) verzegelen; afsluiten; insluiten; blokkeren; afgrendelen; (2) beteugelen; in bedwang houden; bedwingen; beheersen; (3) [rel.] bezweren; (4) verbieden; bannen
征伐する seibatsusuru (1) onderwerpen; veroveren; bedwingen; (2) afstraffen; kastijden; bestraffen; tuchtigen
従える;随える shitagaeru (1) met zich meenemen; met zich meebrengen; zich laten vergezellen; flankeren door; (2) onderwerpen; overwinnen; bedwingen; temmen; er onderhouden; [fig.] dienstbaar maken; gedwee maken; tot gehoorzaamheid dwingen
抑制する yokuseisuru beteugelen; bedwingen; in bedwang houden; inbinden; inhouden; tomen; in toom houden; intomen; breidelen; een breidel aanleggen; remmen; onderdrukken; terugdringen; aan banden leggen; onder controle houden; beheersen; reprimeren; verdringen; weerhouden; supprimeren; smoren; de baas blijven
抑圧する yokuatsusuru onderdrukken; beteugelen; bedwingen; smoren; supprimeren; verdrukken; [w.g.] opprimeren
押さえる osaeru (1) onderdrukken; naar beneden drukken; (2) beheersen; bedwingen; (met overmacht) in bedwang houden; eronder houden; (3) tegenhouden; voorkomen; terughouden; (4) arresteren; gevangennemen; in hechtenis nemen; aanhouden; in zijn kraag grijpen; (5) [de oren] dichtstoppen; [met de handen de ogen] bedekken; verbergen; [met de handen het hoofd] vasthouden; [de hand voor de mond] houden; (6) [waar men recht op heeft;een deel van het loon etc.] achterhouden; terughouden; niet geven; onthouden; (7) beslag leggen op [goederen;eigendom;documenten etc.]; gerechtelijk in beslag nemen; confisqueren; (8) grijpen; pakken; nemen; in zijn klauwen krijgen; (9) een voorzichtige raming doen; een voorzichtige schatting maken; behoedzaam begroten; (10) plafonneren; niet hoger laten oplopen dan; [de prijzen] drukken; binnen een bepaalde limiet houden; onder een bepaalde limiet houden
押さえ込む osaekomu (1) in bedwang houden; eronder houden; op de grond houden; immobiliseren; (2) [judo] in de houdgreep houden; (3) onderdrukken; in toom houden; intomen; onder controle houden; de baas blijven; in de hand houden; beteugelen; bedwingen
押し殺す oshikorosu (1) dooddrukken; [しらみを] knippen; knappen; (2) [笑い;咳を] onderdrukken; bedwingen; inhouden; in toom houden
支える sasaeru (1) steunen; ondersteunen; stutten; schragen; dragen; overeind houden; op de been houden; (2) op een afstand houden; afhouden; bedwingen; in bedwang; toom houden; (3) onderhouden; in stand houden; voorzien in de levensbehoeften van
殺す korosu (1) doden; (2) vermoorden; moorden; slachten; afslachten; over de kling jagen; doodslaan; ombrengen; kapot maken; koud maken; om zeep helpen; voorgoed tot zwijgen brengen; [euf.] onschadelijk maken; [uitdr.] de handen in iemands bloed wassen; (3) ter dood brengen; executeren; op grond van een vonnis terechtstellen; (4) verspillen; vermorsen; roekeloos besteden; nutteloos besteden; erdoor jagen; erdoor draaien; verkwisten; verpanden; belenen; in onderpand geven; (5) bedwingen; onderdrukken; inhouden; beheersen; in toom houden [Het lijdend voorwerp van dit werkwoord kan een gevoel;een lach;een geeuw;tranen;zijn adem etc. zijn.]; (6) [honkbal] een slagman uit het spel spelen; een slagman uitspelen
治める osameru (1) regeren; heersen over; een land besturen; de scepter zwaaien; de scepter voeren; (2) tot rust brengen; tot vrede brengen; pacificeren; (3) regelen; in orde brengen; in orde maken; organiseren; behandelen; afhandelen; afdoen; voor elkaar krijgen; (4) beheersen; bedwingen; beteugelen; onderdrukken; betomen; intomen
牽制する kenseisuru (1) bedwingen; in toom; in bedwang; onder controle; binnen de perken houden; beheersen; controleren; aan banden leggen; beteugelen; intomen; betomen; breidelen; beperken; inperken; (2) [mil.] insluiten; indammen; (3) [honkb.] een pickoff-worp doen; een pickoff-beweging maken
超克する choukokusuru overwinnen; te boven komen; heen komen over; de baas worden; bedwingen; overmeesteren
鎮圧する chinatsusuru onderdrukken; beteugelen; bedwingen; neerslaan; versmoren; supprimeren; onder controle krijgen; smoren; de kop indrukken; fnuiken
阻む;沮む habamu (1) versperren; blokkeren; afsluiten; ondoorgankelijk maken; obstrueren; (2) belemmeren; hinderen; in de weg staan; bedwingen; in bedwang; toom houden; (3) voorkómen; beletten; verhinderen; verhoeden; verijdelen; dwarsbomen; zorgen dat niet
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.46 sec. jiten.nl: 10 treffers, warandict: 25 treffers (zoekopdracht: 'bedwingen'). 
2005-2026