zn. (1) [分割] verdeeling v. (2) [分離] scheiding v. (3) [引分] remise v. ¶ 分になる verdeeld zijn; (引分) onbeslist blijven; gelijk op spelen.
i.w. zich afscheiden; scheiden; heengaan; uiteengaan; afscheid nemen; zich splitsen (岐出); uit elkaar vallen (分散). ¶ 分れて afzonderlijk. ¶ 仲好く別れる als goede vrienden scheiden. ¶ 東京市は十五區に分れてゐる Tokyo is verdeeld in vijftien wijken.
Tijd: 2. sec. jiten.nl: 2 treffers, (zoekopdracht: 'verdeeld').