日蘭辭典+

13 resultaten voor ‘vijand’
日蘭辭典 (trefwoord)
ada
zn. (1) [敵] vijand m. (2) [復讐] wraak v. (3) [怨み] vijandschap v.; wrok m.; haat m. ¶ 不倶戴天の doodsvijand. ¶ を返す zich wreken. ¶ 恩をで返す goed met kwaad vergelden.
kan
zn. (1) [好意] welgezindheid v. (2) [項目] artikel o.; sectie v.; afdeeling v. ¶ に款を通ずる verbindingen aanknoopen met den vijand.
jōhō情報
zn. rapport o.; informatie v. ¶ 敵軍の情報 informatie omtrent den vijand.
yobawari呼ばはり

zn. verklaring v. ¶ 國賊呼ばはりをする verklaren, dat hij een vijand des vaderlands is. ¶ 呼ばはる luid roepen.

tsuku附く

i.w. (1) [附着] kleven; plakken; blijven vastzitten. (2) [味方する] de zijde kiezen van; meegaan met. (3) [價する] waard zijn. t.w. (4) [習癖が] aannemen; i.w. zich aanwennen. i.w. (5) [火が] vlam vatten. t.w. (6) [痕が] achterlaten. (7) [利息が] opbrengen; opleveren. ¶ 惡錢身に附かず gestolen goed gedijt niet. ¶ 肉が附く dik worden. ¶ 敵方に附く overloopen naar den vijand. ¶ 一つが十錢につく ze kosten 10 sen per stuk. ¶ 惡い癖はつき易い slechte gewoonten worden gemakkelijk aangeleerd. ¶ 著物に火がついた zijn kleeren vlogen in brand. ¶ 電氣がついて居る het electrisch licht is aan. ¶ 年七分の利が附く 7% per jaar interest geven. ¶ 床に足跡がつく voetstappen op den vloer achterlaten.

tsūjiru通じる

i.w. (1) [通過] passeeren; voorbijgaan. (2) [精通] grondig op de hoogte zijn; t.w. kennen. i.w. (3) [了解] verstaan worden; gangbaar zijn. (4) [姦通] onzedelijke betrekkingen hebben; liaison hebben. (5) [內應] in ’t geheim in verbinding staan t.w. (6) [通過さす] laten passeeren; doorlaten. (7) [連絡] verbinden. (8) [知らす] laten weten; bekend maken. ¶ 都市には鐵道が通じてゐます de voornaamste steden zijn door spoorwegen verbonden. ¶ 蘭語に通じる goed Hollandsch kennen. ¶ 英語の通じない處はない Engelsch wordt overal verstaan. ¶ 敵に通じる in geheime relatie staan met den vijand. ¶ 女と通じる scharrelen met een vrouw. ¶ 橋を通じる door een brug verbinden; brug slaan. ¶ 電流を通じる stroom sluiten. ¶ 意志を通じる bedoeling bekend maken. ¶ 電話が通じない de telefoon geeft geen gehoor.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vijand>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ada (1) vijand; tegenstander; (2) vijandigheid; vijandschap; animositeit; verbolgenheid; kwaadwilligheid; malice; haat; wrok; rancune; vete; (3) kwaad; schade; nadeel; slechte dienst; iets contraproductiefs
反対者 hantaisha opponent; opposant; tegenstander; tegenstrever; tegenpartij; antagonist; vijand
敵国 tekikoku vijandig land; vijand
敵国 tekkoku vijandig land; vijand
敵対者 tekitaisha tegenstander; vijand; antagonist; tegenstrever; tegenpartij; opponent; opposant; bestrijder
kataki (1) vijand; tegenstrever; tegenstander; antagonist; (2) rivaal; mededinger; concurrent
teki (1) vijand; antagonist; tegenwerker; tegenstrever; (2) tegenstander; tegenpartij; tegenspeler; opponent; opposant; tegenkandidaat; (3) rivaal; mededinger; concurrent
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.44 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 7 treffers (zoekopdracht: 'vijand'). 
2005-2026