
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
ue・上
zn. (1) [頂] top m. (2) [上の方] bovenste gedeelte v.; bovenkant m. ¶ この上ない喜び grootste vreugde. ¶ いやが上にも tot overmaat. ¶ 下から上まで van onder tot boven. ¶ 上の bovenst; hoogst. ¶ 上の文 bovenstaande zin. ¶ 五つから上の子供 kinderen van vijf jaaren ouder. ¶ 丘の上の家 huis op den heuvel. ¶ 其の上 bovendien; daarenboven. ¶ 上の方へ naar boven. ¶ 上に op; bovenop; na (後に). ¶ 酒の上で onder invloed van drank. ¶ 歸京の上 toen ik in Tokyo terug kwam. ¶ 再考の上で bij nadere overweging. ¶ かくなる上は nu het zoover gekomen is. ¶ ……の上に出る overtreffen; meer zijn dan. ¶ 一番上は八つです het oudste kind is acht. ¶ 上には上がある niets is volmaakt; alles is voor verbetering vatbaar.
zenpen・前篇
zn. eerste gedeelte v.; eerste aflevering v.
uchiwatashi・內渡
(内渡) zn. gedeeltelijke levering v.; overhandiging van een gedeelte.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <gedeelte>
ロット rotto kavel; kaveling; partij; gedeelte; perceel
一端 ittan (1) één uiteinde; einde; (2) één stuk; fragment; deel; gedeelte
一部 ichibu (1) deel; gedeelte; sectie; divisie; branche; (2) exemplaar; kopie; afschrift; duplicaat; kopij; (3) set; (4) gedeeltelijk; partieel
一部分 ichibubun deel; gedeelte; stuk; deeltje; part; partij; portie
主として shutoshite voornamelijk; hoofdzakelijk; vooral; bovenal; in de eerste plaats; voor het grootste deel; gedeelte; grotendeels; overwegend
先っぽ sakippo tip; punt; top; uiteinde; spits; uiterste deel; gedeelte
分配 bunpai (1) verdeling; ronddeling; uitdeling; distributie; toebedeling; omslag; (2) (toegewezen) deel; aandeel; gedeelte; deelneming; deling (in de winst enz.); portie; part; stuk
分 bun (1) deel; part; portie; (2) gedeelte; segment; (3) status; positie; plaats; stand; standing; hoedanigheid; capaciteit; (4) plicht; taak; (5) staat; omstandigheden; (6) veronderstelling; (7) soort; allooi; (8) enkel dat; (9) portie; dosis; hoeveelheid; (10) hoedanigheid; (11) -gehalte; (12) -tijd; (13) tiende; tiende deel; gedeelte; tien procent; (14) [oude lengtemaat] 0,1 sun 寸 [= ca. 3,03 mm]; (a) verdeling; opdeling; scheiding; (b) verduidelijking; (c) aftakking; apart deel; (d) bestanddeel; element; (e) tijdsgewricht; (f) attributie; plicht; (g) kwalificatie; hoedanigheid; positie; (h) staat; toestand; mate
分 bu (1) (mate van) voorsprong; (2) tiende; tiende deel; gedeelte; tien procent; tiende penning; [i.h.b.] tiende deel van 1 graad; (3) honderdste; percent; procent; tiende deel van een wari 割; (4) [oude lengtemaat] 0,1 sun 寸 (ca. 3,03 mm); 0,1 mon 文 (ca. 2,4 mm); (5) [kadastrale lengtemaat] 6 shaku 尺 (ca. 1,8 m); (6) [kadastrale oppervlaktemaat] 1 tsubo 坪 (ca. 3,3 vierkante meter); (7) [numismatiek] goudstuk ter waarde van 1; 4 ryō 両; ± kwartje; (8) [numismatiek] zilverstuk ter waarde van 1; 10 monme 匁 of 1; 10 mon 文
南東部 nantōbu zuidoosten; zuidoostelijke deel; gedeelte
四分の一 shibunnoichi vierde; kwart; vierde deel; part; gedeelte; vierendeel; kwartier; [gew.] vierdepart
四分一 shibuichi (1) vierde; kwart; vierde deel; part; gedeelte; vierendeel; kwartier; [gew.] vierdepart; (2) shibuichi [legering van 75% koper met 25% zilver]; (3) [bouwk.] dun hout waarmee een inspringende kamerhoek bezet is
大多数 daitasū (over)grote; ruime meerderheid; gros; merendeel; grootste deel; gedeelte; leeuwendeel
所;処 tokoro (1) plaats; plek; stee; oord; zetel [der regering enz.]; gebied; lokatie; ruimte; afstand; ligging; (2) adres; verblijfplaats; (3) [bij iem.] thuis; (4) [~の] streek-; … van het platteland; plaatselijk; plaatselijke; gewestelijk; gewestelijke; (5) deel; gedeelte; stuk; passage; (6) [弱い;強い] punt; kant; trek; (7) positie; rol; (8) omstandigheid; geval; gelegenheid; (9) [maatwoord voor plekken;stuks e.d.]; (10) [maatwoord voor godheden;edellieden e.d.]; (11) [op het] moment [dat …]; de tijd dat …; [op het] punt [staan te …]; [op het] ogenblik [dat …]; (12) een kwestie van …; in de orde van …; (13) dat wat …; datgene wat …; (14) waaraan; waarover; (15) toen …; wanneer …
片側 katasoba (1) één kant; één zijde; (2) gedeelte; aspect
端 hashi (1) uiteinde; einde; tip; staart; (2) rand; kant; boord; zoom; marge; grens; uithoek; hoek; [gew.] uitkant; (3) eindje; fragment; stukje; (4) flard; gedeelte; (5) begin; eerste; (6) [bouwk.] buitenkant; buitenzijde; voor; voorgedeelte; [i.h.b.] straatzijde; straatkant; (7) aanhef; voorwoord; voorbericht; inleiding; (8) aanvang; start; begin; (9) bescheiden positie; status; (10) lagere prostituee; (11) […~に] terwijl; en daarnaast
部分 bubun deel; gedeelte; portie; stuk; part; afdeling; fractie; segment; brok
Tijd: 1.31 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 17 treffers (zoekopdracht: 'gedeelte').
2005-2026
