
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
kan・卷
zn. boekdeel o. ¶ 第一卷 eerste deel.
kyokubu・局部
zn. (1) [部分] deel o. (2) [陰部] schaamdeel o. ¶ 局部の plaatselijk; gedeeltelijk. ¶ 局部麻醉 plaatselijke verdooving.
yotsuwari・四割
zn. verdeeling in vieren; vierde deel o.; kwart o.
yōbu・要部
zn. hoofd bestanddeel v.; voornaamste deel o.
waru・割る
t.w. (1) [分ける] verdeelen. (2) [離す] scheiden. (3) [裂く] splijten; scheuren; klooven. (4) [毀す] breken; kraken. (5) [混入する] mengen; vermengen. (6) [除する] deelen. ¶ 二つに割る in tweeën verdeelen. ¶ 木を割る hout klooven. ¶ 竹を割る bamboe splijten. ¶ 胡桃を割る noot kraken. ¶ 水を割る met water vermengen; aanlengen; verdunnen. ¶ 心の底を割る eerlijk opbiechten; hart openleggen. ¶ 割り盡し得べき deelbaar.
wakedori・分取
zn. aandeel o.; verdeeling v. ¶ 分取にする ieder zijn deel geven.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <deel>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
セクション sekushon (1) sectie; deel; stuk; afdeling; lid; (2) paragraaf
セグメント segumento (1) segment; deel; onderdeel; sectie; part; (2) [econ.] segment; (3) [comp.] segment
パート paato (1) deel; onderdeel; (2) rol; taak; (3) partij [in een muziekstuk]; stem; (4) parttime; deeltijd; parttimer; deeltijdwerker [afkorting van pātotaimu ぱーとたいむ;pātotaimā ぱーとたいまー]
一半の ippanno gedeeltelijk; partieel; deel-
一片 ippen (1) stuk(je); onderdeel; deel; brok; fragment; [にんにくの] teentje; (2) beetje; greintje; zweem; zweempje; spoor; spoortje; kleine hoeveelheid; zier; ziertje
一環 ikkan schakel; onderdeel; deel; element
一端 ittan (1) één uiteinde; einde; (2) één stuk; fragment; deel; gedeelte
一編 ippen (1) één stuk tekst; geschrift; gedicht; roman; verhandeling; (2) één bundel; verzameling; convoluut; (3) eerste aflevering; deel
一部 ichibu (1) deel; gedeelte; sectie; divisie; branche; (2) exemplaar; kopie; afschrift; duplicaat; kopij; (3) set; (4) gedeeltelijk; partieel
一部分 ichibubun deel; gedeelte; stuk; deeltje; part; partij; portie
下 ge (1) lagere klasse; lagere stand; lagere graad; ondergeschiktheid; (2) minderwaardigheid; inferioriteit; (3) laatste volume; deel; band (van een boek); [i.h.b.] tweede band; volume van een tweedelig boek
主 shu (1) Heer; God; (2) hoofdzaak; het voornaamste; kwintessens; zwaartepunt; (3) merendeel; grootste gedeelte; deel; gros; hoofdmoot; (4) [fig.] spil; centrale figuur; spilfiguur
分配 bunpai (1) verdeling; ronddeling; uitdeling; distributie; toebedeling; omslag; (2) (toegewezen) deel; aandeel; gedeelte; deelneming; deling (in de winst enz.); portie; part; stuk
分 bun (1) deel; part; portie; (2) gedeelte; segment; (3) status; positie; plaats; stand; standing; hoedanigheid; capaciteit; (4) plicht; taak; (5) staat; omstandigheden; (6) veronderstelling; (7) soort; allooi; (8) enkel dat; (9) portie; dosis; hoeveelheid; (10) hoedanigheid; (11) -gehalte; (12) -tijd; (13) tiende; tiende deel; gedeelte; tien procent; (14) [oude lengtemaat] 0,1 sun 寸 [= ca. 3,03 mm]; (a) verdeling; opdeling; scheiding; (b) verduidelijking; (c) aftakking; apart deel; (d) bestanddeel; element; (e) tijdsgewricht; (f) attributie; plicht; (g) kwalificatie; hoedanigheid; positie; (h) staat; toestand; mate
切れ kire (1) stuk stof; (2) stuk; homp; deel; fragment; partje; (3) [maatwoord voor delen;stukjes;partjes]
小間 koma (1) klein vertrek; kamertje; cel; cabine; hokje; (2) deel; onderdeel; compartiment
局所 kyokusho (1) deel; plaats; (2) [geneesk.] aangetast deel; zieke plek; (3) [anat.] schaamstreek; schaamdelen; geslachtsdelen
局部 kyokubu (1) deel; plaats; (2) geslachtsdelen; genitaliën; edele delen
巻 kan boek; volumen; boekdeel; deel; band
幾分 ikubun (1) iets; wat; (2) deel; part; (3) [gevolgd door ka か] een beetje
床板 yukaita vloerplank; deel; [verzameln.] parket
床 yuka (1) vloer; bevloering; plankenvloer; deel; plankier; planket; (2) verhoogde vloer; optrede; estrade; verhoging; vlonder; troonestrade [i.h.b. hamayuka 浜床]; (3) podium; toneel; de planken; bühne voor jōruri-recitanten of shamisenspelers; (4) yuka ['s zomers over de rivier de Kamo in Kyōto uitgebouwd planket met theestalletjes;eetkraampjes enz.]
所;処 tokoro (1) plaats; plek; stee; oord; zetel [der regering enz.]; gebied; lokatie; ruimte; afstand; ligging; (2) adres; verblijfplaats; (3) [bij iem.] thuis; (4) [~の] streek-; … van het platteland; plaatselijk; plaatselijke; gewestelijk; gewestelijke; (5) deel; gedeelte; stuk; passage; (6) [弱い;強い] punt; kant; trek; (7) positie; rol; (8) omstandigheid; geval; gelegenheid; (9) [maatwoord voor plekken;stuks e.d.]; (10) [maatwoord voor godheden;edellieden e.d.]; (11) [op het] moment [dat …]; de tijd dat …; [op het] punt [staan te …]; [op het] ogenblik [dat …]; (12) een kwestie van …; in de orde van …; (13) dat wat …; datgene wat …; (14) waaraan; waarover; (15) toen …; wanneer …
最深部 saishinbu diepste plaats; plek; punt; deel
楽章 gakushou [muz.] beweging; deel
端物 hamono (1) afzonderlijk stuk; deel; onderdeel; fragment; rest; overblijfsel; prullen; snuisterijen; allerlei spullen; van alles; onvolledige set; (2) [drukw.] smoutwerk; (3) [jōruri;shamisen] eendelig stuk; kort lied; eenakter; apart opgevoerde passage; afzonderlijke scène
編;篇 hen (1) deel; afdeling; [i.h.b.] hoofdstuk; chapiter; caput; canto; zang [zelfstandig onderdeel van een geschrift;dichtstuk enz.]; (2) deel; bundel; boekdeel; boek; volumen; tomus; liber; (3) redactie; compilatie; bezorgd door ~; onder redactie van ~ [afkorting van henshū 編集]
部分的 bubunteki gedeeltelijk; partieel; deel-; mero-
部分 bubun deel; gedeelte; portie; stuk; part; afdeling; fractie; segment; brok
部材 buzai [bouwk.] element; component; deel
部 bu (1) deel; onderdeel; afdeling; divisie; departement; [i.h.b.] faculteit; club; rubriek; [新聞社の] redactie; (2) categorie; klasse; groep; (3) [maatwoord voor delen van een letterkundig product;boekdelen;volumina;exemplaren]
Tijd: 1.39 sec. jiten.nl: 12 treffers, warandict: 31 treffers (zoekopdracht: 'deel').
2005-2026
