RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <stuk>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
De weergave van het Japans van de resultaten hieronder is gespeld in een vorm van
waapuro-spelling. De spelling komt overeen met de originele spelling in
hiragana in het Japans. De verschillen met de
Hepburn-spelling van de overige resultaten zijn eenvoudig:
| spelling |
uitspraak |
| uu |
lang aangehouden /oe/ (Hepburn spelling: ū) |
| ou |
lang aangehouden /o/ (Hepburn spelling: ō) |
| (soms, als in 酔う you "dronken zijn") uitspraak: /o/ + /oe/ |
| ei |
lang aangehouden /ee/ (dit is identiek in Hepburn spelling) |
| ha |
/ha/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling) |
| alleen voor het partikel は: uitspraak /wa/ |
| he |
/he/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling |
| alleen voor het partikel へ: uitspraak /e/ |
[verberg]
ばらばら barabara (1) uit; van elkaar; in; aan stukken; uiteen; stuk; (2) verspreid; uiteen; verstrooid; in het rond; her en der; hier en daar; sporadisch; aan; naar alle kanten; in alle richtingen; uiteengevallen; (3) onsamenhangend; inconsistent; incoherent; divers; uiteenlopend; warrig; verward; (4) [fig.] als een regen; hagel van ~; [m.b.t. regen] pletsend; [m.b.t. regen] kletterend; (5) [m.b.t. personen] wanordelijk te voorschijn komend
ぶつ butsu [cul.] stuk; blok
アーティクル aatikuru (1) artikel; stuk; (2) artikel; bepaling
セクション sekushon (1) sectie; deel; stuk; afdeling; lid; (2) paragraaf
ドラマ dorama (1) drama; toneel; (2) toneelstuk; toneelspel; drama; stuk; spel
ピース piisu (1) stuk; (2) [muz.] stuk muziek; (3) vrede; (4) V-teken; (5) doperwtjes; (6) Peace
プレー puree (1) spel; (2) [sportt.] wedstrijd; [als commando] play!; (3) [ton.] toneelspel; spel; toneelstuk; stuk; drama; (4) opvoering; optreden; (5) katrol; riemschijf; poelie; (6) Phrae [= Thaise provincie of hoofdstad van de Thaise provincie Phrae]
一手 hitote (1) [~に] alleen; solo; in z'n eentje; zonder hulp; (2) [go;shōgi] één partij; spelletje; (3) [muz.] één dans; nummer; stuk; (4) één hand; (5) [mil.] één compagnie; team; colonne; (6) [kyūdō] haya- en otoya-pijlen
一等地 ittouchi schitterend gelegen perceel; stuk; lap grond op toplocatie
一部分 ichibubun deel; gedeelte; stuk; deeltje; part; partij; portie
上玉 joudama (1) topgeisha; [i.h.a.] oogverblindende schoonheid; [inform.] stoot; stuk; spetter; kanjer; (2) klasseproduct; eersteklaswaar; prima spul; prachtexemplaar; topkwaliteit; (3) klassejuweel
作品 sakuhin (1) (stukje) werk; werkstuk; stuk; gewrocht; [verzameln.] œuvre; (2) [maatwoord voor werken;werkstukken]
作 saku (1) werk; stuk; werkstuk; product; gewrocht; voortbrengsel; maaksel; (2) [landb.] het bebouwen; het bewerken; bouw; verbouw; cultuur; bewerking; grondbewerking; teelt; (3) [landb.] oogst; opbrengst; productie; teelt; geteelde; (4) [landb.] rug tussen twee ploegvoren; (a) maken; fabriceren; opzettelijk doen; (b) product; werk; (c) graan; teelt; oogst; (d) tot bloei brengen; bevordering; (e) [afk.] provincie Mimasaka 美作
個 ko (1) stuk; exemplaar; (2) [maatwoord voor stuks;items]; (3) [maatwoord voor een beperkt leeftijdsverschil]
出し物 dashimono opvoering; stuk; nummer; act; [verzameln.] programma
分配 bunpai (1) verdeling; ronddeling; uitdeling; distributie; toebedeling; omslag; (2) (toegewezen) deel; aandeel; gedeelte; deelneming; deling (in de winst enz.); portie; part; stuk
切れ端 kirehashi (afgebroken; afgesneden) stuk; brok; stukje; brokje; eindje; fragment; flard; brokstuk; [i.h.b.] spaander; spaan
切れ kire (1) stuk stof; (2) stuk; homp; deel; fragment; partje; (3) [maatwoord voor delen;stukjes;partjes]
制作 seisaku (1) werk; productie; stuk; product; voortbrengsel; maaksel; gewrocht; opus; (2) productie; het producen
単価 tanka eenheidsprijs; stukprijs; prijs per eenheid; stuk
原本 genpon (1) oorspronkelijk document; stuk; oorspronkelijke; originele tekst; oertekst; grondtekst; basistekst; brontekst; origineel; archetype; (2) bron; oorsprong; basis; grond; fundament; grondslag; principe
塊 katamari (1) stuk; brok; massa; kluit; hap; homp; klont; klomp; (2) tros; bos; groep; menigte; (3) aanhanger [van een geloof]; fervente volgeling
外題 gedai (1) titel; (2) stuk
戯曲 gikyoku (1) drama; toneel; (2) toneelstuk; toneelspel; drama; stuk; spel
所;処 tokoro (1) plaats; plek; stee; oord; zetel [der regering enz.]; gebied; lokatie; ruimte; afstand; ligging; (2) adres; verblijfplaats; (3) [bij iem.] thuis; (4) [~の] streek-; … van het platteland; plaatselijk; plaatselijke; gewestelijk; gewestelijke; (5) deel; gedeelte; stuk; passage; (6) [弱い;強い] punt; kant; trek; (7) positie; rol; (8) omstandigheid; geval; gelegenheid; (9) [maatwoord voor plekken;stuks e.d.]; (10) [maatwoord voor godheden;edellieden e.d.]; (11) [op het] moment [dat …]; de tijd dat …; [op het] punt [staan te …]; [op het] ogenblik [dat …]; (12) een kwestie van …; in de orde van …; (13) dat wat …; datgene wat …; (14) waaraan; waarover; (15) toen …; wanneer …
文書 bunsho document; (geschreven) stuk; geschrift; bescheid; akte; papier; papieren; oorkonde; schriftuur; [veroud.] schrift; paperassen
断片 danpen fragment; flard; brok; brokstuk; stuk
書類 shorui document; (geschreven) stuk; geschrift; bescheid; papieren; paperassen
欠片 kakera (1) fragment; brokstuk; brok; scherf; stuk; splinter; (2) [geen] spoor; [geen] greintje; [geen] zweem; [geen] schijntje
演奏曲目 ensoukyokumoku (1) muzikaal programma; concertprogramma; affiche; (2) stuk; nummer op het programma
演目 enmoku stuk; nummer; [verzameln.] programma
片割れ kataware (1) fragment; brokstuk; stuk; scherf; (2) lid van een groep; kliek; bende; kompaan; metgezel; medestander; [i.h.b.] medeplichtige; handlanger
片 hen (1) [maatwoord voor fragmenten;stukjes;brokjes]; (2) [maatwoord voor snippers;bloemblaadjes;gebruikte postzegels;toegangskaartjes e.d.]; (a) fragment; stuk; brok; (b) ene helft van een paar; (c) beetje; weinig
物 mono (1) ding; voorwerp; zaak; goed; stuk; artikel; waar; iets; object; brok; spul; materiaal; (2) aangelegenheid; kwestie; historie; affaire; materie; onderwerp; punt; (3) eigendom; bezit; have; goed; (4) kwaliteit; (5) rede; wat redelijk is; (6) -werk; -stuk; (7) -wekkend; -aanjagend; -barend; -gevend; wat ~ veroorzaakt
狂言 kyougen (1) [Jap.ton.] kyōgen [= tussen nō-stukken opgevoerde klucht;komisch tussenspel]; (2) [i.h.a.] toneelstuk; toneelspel; stuk; spel; drama; voorstelling; opvoering; (3) schijnvertoning; bedotterij; komedie; schijn; veinzerij; misleiding; bedrog; doorgestoken kaart; opgelegd pandoer; afgesproken zaak; werk; [Belg.N.] opgezet spel; [gew.] opgemaakt spel; [gew.] noten met gaatjes; [gew.;w.g.] bestoken werk; [veroud.] gemaakte mouw
玉;珠 tama (1) edelsteen; gemme; juweel; kleinood; [verzameln.] bijouterie; [fig.] sieraad; [fig.] pronkstuk; [fig.] prachtstuk; [fig.] prachtexemplaar; [fig.] dot; (2) rond; bolvormig voorwerp; bol; sfeer; [びりやーどの] biljartbal; (3) [i.h.b.] muntstuk; [inform.;mv.] ballen; (4) drup; druppel; traan; [汗の] parel; (5) kraal; balletje; (6) [眼鏡の] lens; (7) bal; testikel; testis; [volkst.] patroon; [vulg.] kloot; (8) bal; [野菜の] krop; [うーるの] knot; kluwen; knoedel; (9) meisje (van plezier); snoesje; (10) schoonheid; lekker ding; stuk; dier; kanjer; spetter; brok; [inform.] stoot; [inform.] poes; [slang] schat; [slang] babe; (11) [maatwoord voor ronde;bolvormige voorwerpen]
破片 hahen scherf; splinter; fragment; brokstuk; brok; stuk; diggel; gruizel; gruzelementen
細工 saiku (1) stuk; stukje werk; gewrocht; maaksel; werkstuk; handwerk; (2) vakmanschap; (3) truc; streek; kunstje; foefje; kunstgreep; trucage
終盤 shuuban (1) [go;shōgi] eindspel; laatste gedeelte van een go- of shōgi-partij; (2) eindfase; slotfase; laatste fase; laatste rechte lijn; eind; stuk; laatste loodjes
肉塊 nikkai stuk; homp; klomp vlees; vleesklomp
背;脊 sei lengte; lichaamslengte; grootte; gestalte; stuk; postuur; [w.g.] statuur; [klein;groot van] was
背;脊 se (1) rug; [Barg.] kaf; [fig.;m.b.t. berg;boek;stoel enz.] rug; (2) rug; achtergrond; (3) lengte; lichaamslengte; grootte; gestalte; stuk; postuur; [w.g.] statuur; [klein;groot van] was
芝居 shibai (1) toneelspel; toneelstuk; toneeluitvoering; toneel; drama; stuk; spel; vertoning; voorstelling; theatervoorstelling; toneelvoorstelling; opvoering; toneelopvoering; theater; (2) [fig.] komedie; komediespel; aanstellerij; veinzerij; theater; toneel; toneelspel; theatraal gedoe; [scherts.] aanstelleritis; verlakkerij; doorgestoken kaart; ingestudeerd nummertje poppenkast; poppenkasterij
記事 kiji (1) beschrijving; relaas; verslag; bericht; stuk; (2) artikel; nieuwsartikel
部分 bubun deel; gedeelte; portie; stuk; part; afdeling; fractie; segment; brok