
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
haji・把持
zn. greep m. ¶ 把持する grijpen; vasthouden.
tsumamu・撮む
t.w. (1) [指で] knijpen; tusschen duim en vinger grijpen; oppikken. (2) [摘要] samenvatten; resumeeren; beknopt weergeven. (3) [ばかす] beheksen; betooveren. ¶ 摘んで言へば in ’t kort gezegd; om kort te gaan. ¶ 箸で撮む met de eetstokjes oppikken.
tsukamu・摑む
(掴む) t.w. grijpen; pakken; vasthouden. ¶ 人の咽喉を摑む bij de keel grijpen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <grijpen>
ふんだくる fundakuru (1) wegrukken; weggrijpen; wegpakken; ontrukken; afpakken; grissen; grijpen; pakken; gappen; vlug nemen; graaien; wegkapen; wegpikken; snaaien; ontnemen; ervandoor gaan met; (2) afzetten; iem. te veel berekenen; rekenen; iem. overdreven veel laten betalen; [gew.] het vel afstropen; scheren; plukken; pluimen; snijden; aderlaten; uitpersen; uitknijpen; uitschudden; het vel over de oren halen; trekken
取る toru (1) nemen; vatten; pakken; grijpen; hanteren; (2) krijgen; ontvangen; winnen; halen; aannemen; aanvaarden; (3) kiezen; uitkiezen; pikken; (4) vragen; aanrekenen; innen; (5) begrijpen; interpreteren; opvatten; (6) wegnemen; verwijderen; weghalen; (7) vangen; oogsten; binnenhalen; (8) afnemen; afpakken; stelen; pikken; (9) vergen; vereisen; (10) boeken; reserveren; vastleggen; (11) innemen; bezetten
引っ掛ける;引掛ける;引っかける;引っ懸ける hikkakeru (1) ophangen (aan); hangen (aan); [i.h.b.] vasthaken; (2) (nonchalant; haastig) aantrekken; [een trui enz.] aanschieten; [zijn kleren] aangooien; (3) spatten (op); bespatten; spetten; plassen; [een vloeistof] uitstorten; (4) [een drankje] achteroverslaan; in één teug legen; [er eentje] achterovergooien; (5) strikken; vangen; verstrikken; verschalken; verlokken; beetnemen; bedotten; om de tuin leiden; in de val laten lopen; iem. in de luren leggen; (6) aanrijden; omverrijden; grijpen
手繰る taguru (1) hand over hand halen; hijsen; inhalen; binnenhalen; ophalen; opwinden; haspelen; (2) [sumo] vastgrijpen; vastpakken; grijpen; pakken; (3) [fig.] het spoor volgen van; traceren; nasporen; weer nagaan; ontrafelen
打ち取る uchitoru (1) [sportt.] verslaan; het winnen van; [honkb.] [三振に] (met 3 maal slag) uitgooien; (2) met geweld overvallen; overrompelen; met geweld nemen; zich meester maken van; innemen; veroveren; bemachtigen; (3) gokkend verwerven; (4) vangen; vatten; grijpen; pakken; snappen; verschalken
押さえる osaeru (1) onderdrukken; naar beneden drukken; (2) beheersen; bedwingen; (met overmacht) in bedwang houden; eronder houden; (3) tegenhouden; voorkomen; terughouden; (4) arresteren; gevangennemen; in hechtenis nemen; aanhouden; in zijn kraag grijpen; (5) [de oren] dichtstoppen; [met de handen de ogen] bedekken; verbergen; [met de handen het hoofd] vasthouden; [de hand voor de mond] houden; (6) [waar men recht op heeft;een deel van het loon etc.] achterhouden; terughouden; niet geven; onthouden; (7) beslag leggen op [goederen;eigendom;documenten etc.]; gerechtelijk in beslag nemen; confisqueren; (8) grijpen; pakken; nemen; in zijn klauwen krijgen; (9) een voorzichtige raming doen; een voorzichtige schatting maken; behoedzaam begroten; (10) plafonneren; niet hoger laten oplopen dan; [de prijzen] drukken; binnen een bepaalde limiet houden; onder een bepaalde limiet houden
捕まえる tsukamaeru (1) grijpen; vastgrijpen; pakken; vastpakken; aanvatten; vatten; beetpakken; beetgrijpen; beetnemen; beetkrijgen; [fig.] in de wacht slepen; (2) staande houden; aanklampen; aanschieten; enteren; praaien; bij de lurven grijpen; pakken; vatten; bij de kladden grijpen; bij zijn vodden pakken; (3) vangen; te pakken krijgen; snappen; gevangennemen; in de kraag vatten; grijpen; [i.h.b.] aanhouden; oppakken; opvangen; inrekenen; arresteren
捕らえる toraeru (1) vatten; pakken; grijpen; vangen; snappen; klissen; (2) te pakken krijgen; weten te vangen; [de kans] krijgen; [een idee] aangrijpen; bemachtigen; de hand leggen op; beetpakken; beetkrijgen; beetnemen; weten vast te leggen; [fig.] captiveren; (3) gevangennemen; arresteren; aanhouden; oppakken; inrekenen; [uitdr.] in de kraag vatten; [m.b.t. een bende] oprollen; [Barg.] schutten; (4) snappen; verstaan; komen achter [de waarheid enz.]; (kunnen) volgen; beethebben; begrijpen; bevatten; inzien; omvatten; (5) opvangen; zien; bemerken; gewaarworden; (6) aangrijpen; aanpakken; aandoen; roeren; ontroeren; treffen; raken; een diepe indruk maken op
捕捉する hosokusuru (1) grijpen; vangen; vatten; pakken; oppakken; gevangennemen; [レーダーで] opvangen; detecteren; (2) begrijpen; bevatten; snappen; vatten; verstaan
捕 bu pakken; vangen; grijpen
捕 ho (a) pakken; vangen; grijpen; (b) [honkb.] vanger; catcher
掴む;攫む;抓む;握む tsukamu (1) grijpen; vastgrijpen; pakken; vastpakken; aanpakken; aanvatten; vatten; beetpakken; beetgrijpen; graaien; [in uitdr.] zich vastklampen (aan); (2) vatten; [m.b.t. clou;pointe enz.] snappen; begrijpen; [de slag van iets enz.] te pakken krijgen; [機会を] aangrijpen; grijpen; bij de haren grijpen; waarnemen; [m.b.t. bewijs enz.] de hand leggen op; bemachtigen; [de waarheid enz.] achterhalen; [iems. hart enz.] winnen
握る nigiru (1) grijpen; vastgrijpen; pakken; vastpakken; aanpakken; vatten; aanvatten; aangrijpen; beetpakken; beetgrijpen; in de hand klemmen; ter hand nemen; (2) verwerven; de hand leggen op; bemachtigen; in handen nemen; verkrijgen; komen aan; te pakken krijgen; winnen; in het bezit komen van; naar zich toe halen; (3) [握り飯;握鮨を] maken; kneden
握 aku (1) handvol; handgreep; plok; polk; [gew.] gaps; geps; (2) handgreep als lengtemaat [= breedte van vier vingers]; (a) grijpen; in de hand klemmen
逮捕する taihosuru arresteren; aanhouden; in hechtenis; arrest nemen; gevangennemen; oppakken; inrekenen; in de kraag vatten; pakken; grijpen; [inform.] klissen; [Barg.] pekaan maken; [Barg.] schaken
Tijd: 1.18 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 15 treffers (zoekopdracht: 'grijpen').
2005-2026
