日蘭辭典+

21 resultaten voor ‘vasthouden’
日蘭辭典 (trefwoord)
haji把持
zn. greep m. ¶ 把持する grijpen; vasthouden.
koshu固守

zn. handhaving v. ¶ 固守する vasthouden aan; handhaven; volhouden.

yokuryū抑留

zn. gevangenhouding v.; vasthouding v. ¶ 抑留する vasthouden; gevangen houden; interneeren; aan den ketting leggen (船を).

tsuranuku貫く

t.w. (1) [貫通] doorboren. (2) [貫徹] volvoeren; volbrengen. i.w. (3) [固守] vasthouden aan; blijven bij. ¶ 意志を貫く wil doorzetten. ¶ 目的を貫く doel bereiken.

tsukamu摑む

(掴む) t.w. grijpen; pakken; vasthouden. ¶ 人の咽喉を摑む bij de keel grijpen.

tsukamaru捉まる

(捕まる) i.w. gegrepen worden; gepakt worden; in handen vallen; (物によつて體を支へる) zich vastklemmen aan; goed vasthouden; vastklampen.

tsukamaedokoro捉へ所

(掴まえ所) zn. houvast o. ¶ 捉へ所なき vaag; zonder houvast; in de lucht hangend. ¶ 捉へる grijpen; pakken; vasthouden.

tsukamasu摑す

(掴ます) t.w. laten vasthouden; in de handen stoppen; smeren (賄賂を).

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vasthouden>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
へばり付く hebaritsuku (1) vastzitten; vastplakken; plakken aan; blijven vastkleven; kleven aan; vast blijven zitten; (2) [fig.] dicht blijven bij; blijven aankleven; vasthouden; hangen aan; zich vastklampen aan; niet van z'n zijde wijken
抑留する yokuryuusuru (1) vasthouden; (2) [jur.] gevangen houden; in hechtenis houden; detineren; interneren; (3) [jur.] een embargo leggen op; beslag leggen op
抱える kakaeru (1) in zijn armen houden; vasthouden; dragen; (2) inhuren; aannemen; (te verzorgen) hebben; (ten laste) hebben
拘束する kousokusuru (1) beperken; aan banden leggen; beknotten; beteugelen; binden; (2) in hechtenis houden; gevangenhouden; vasthouden
拘禁する koukinsuru arresteren; in arrest nemen; in arrest stellen; in hechtenis nemen; houden; in verzekerde bewaring nemen; stellen; aanhouden; vasthouden; opsluiten
拘置する kouchisuru vasthouden; in hechtenis houden; opgesloten houden; gevangenhouden; in detentie houden; detineren
ji (a) in de hand nemen; (b) vasthouden; bewaren; (c) onbesliste; gelijke stand
止める todomeru (1) stoppen; tot staan brengen; tegenhouden; onderscheppen; intercepteren; ophouden; beletten verder te gaan; [原級に] doen zittenblijven; (2) laten blijven; laten logeren; verblijf doen houden; (3) achterlaten; nalaten; [記録に] optekenen; vastleggen; registreren; vasthouden; onthouden; bewaren; prenten; (4) handhaven; houden; in stand houden; [原形を] behouden; (5) […に~] beperken; limiteren; binnen de perken houden; in bedwang houden; (6) [心を] concentreren; fixeren; (7) het erbij laten; afbreken; een voortijdig einde maken aan; discontinueren; (8) de genadeslag geven
止める;停める tomeru (1) stoppen; stopzetten; stilleggen; stilhouden; laten stilstaan; stillen; stuiten; tot stilstand brengen; stilzetten; tot staan brengen; parkeren; stallen; [aan de kant enz.] zetten; neerzetten; arrêteren; [de dief enz.] houden; een halt toeroepen; een punt zetten achter ~; een einde maken aan [een ruzie enz.]; ophouden; stremmen; [de aanvoer enz.] staken; afbreken; afsnijden; [een paard enz.] tegenhouden; vasthouden; aanhouden; inhouden; keren; [fig.] afdammen; [m.b.t. geluid;pijn] weren; ophouden; stelpen; (2) [het licht enz.] uitdoen; uitschakelen; [m.b.t. gas;water;radio] uitdraaien; dichtdraaien; afsluiten; uitzetten; afzetten; [de stroom] afbreken; afsnijden; (3) [m.b.t. inflatie enz.] bedwingen; beheersen; afremmen; beteugelen; breidelen; in toom houden; in bedwang houden; intomen; [de groei enz.] belemmeren; (4) beletten; verhinderen; verbieden; voorkomen; ontzeggen; verhoeden
留める tomeru (1) vastmaken; bevestigen; vastzetten; vastbinden; vastklemmen; vasthechten; vastleggen; fixeren; hechten; op z'n plaats houden; [糸を] afhechten; [編み目を] afkanten; [ろーぷを] vastsjorren; beleggen; seizen; [鋲で] vastkloppen; vastklinken; [釘で] vastnagelen; vastspijkeren; [ぴんで] vastpinnen; [ぼたんで] dichtknopen; toeknopen; vastknopen; [ほっく;かぎで] aanhaken; vasthaken; dichthaken; (2) ophouden; tegenhouden; aanhouden; vasthouden; gevangen houden; in hechtenis houden; in arrest houden; in verzekerde bewaring houden; detineren; [学校で] laten nablijven; laten schoolblijven; (3) [心;気に] denken aan; ernstig overdenken; in acht nemen; acht slaan op; letten op; in gedachten houden; voor ogen houden; rekening houden met; zich aantrekken; aandacht schenken aan; ter harte nemen; indachtig zijn; gedachtig zijn; onthouden; in het hart prenten; in het gemoed prenten; (4) […に目を] de ogen vestigen op
baku (1) hechtenis; aanhouding; arrestatie; (2) band; binding; gebondenheid; (3) [boeddh.] gehechtheid; bandha; (a) binden; met touwen vastbinden; (b) vasthouden; gevangen houden
言い張る iiharu (erop) aandringen; insisteren; volharden; volhouden; vasthouden; staande houden; erbij blijven; stellen; persisteren bij
遵守する;順守する;循守する junshusuru naleven; in acht nemen; zich houden aan; eerbiedigen; respecteren; gehoorzamen; zich voegen naar; zich schikken naar; vasthouden
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.4 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 13 treffers (zoekopdracht: 'vasthouden'). 
2005-2026